Op deze pagina
Acht luchthavens, ruim driekwart van alle passagiers
Aena beheert 46 luchthavens en twee helihavens in Spanje. Daar kwamen in 2025 ruim 321 miljoen passagiers door, 3,9 procent meer dan het jaar ervoor. Dat verkeer is sterk geconcentreerd: de acht drukste luchthavens namen samen bijna 248 miljoen passagiers voor hun rekening, ruim driekwart van het totaal. Welke luchthaven bij jouw bestemming hoort, is daarom een van de eerste dingen die je uitzoekt bij de praktische voorbereiding van een reis naar Spanje.
Madrid-Barajas en Barcelona-El Prat zijn met afstand de twee grootste, met samen ruim 125 miljoen passagiers. De zes andere luchthavens uit de tabel liggen aan de kust of op de eilanden. Van die acht groeide Valencia het hardst, met 9,6 procent meer passagiers dan in 2024, en in totaal haalden 23 Spaanse luchthavens hun hoogste passagiersaantal ooit, waaronder Sevilla, Ibiza, Lanzarote, Menorca, Fuerteventura en Bilbao.
Hoe lang je vanaf Nederland onderweg bent, verschilt per bestemming en staat bij de vliegtijd naar Spanje. Welke maand het beste uitkomt, hangt af van het landsdeel waar je naartoe gaat; dat staat per deel van Spanje bij de beste reistijd voor Spanje.
| Luchthaven | Passagiers in 2025 | Bedient vooral |
|---|---|---|
| Adolfo Suárez Madrid-Barajas | 68,2 miljoen | Madrid en het midden van het land |
| Josep Tarradellas Barcelona-El Prat | 57,5 miljoen | Barcelona en Catalonië |
| Palma de Mallorca | 33,8 miljoen | Mallorca |
| Málaga-Costa del Sol | 26,8 miljoen | De Costa del Sol en westelijk Andalusië |
| Alicante-Elche Miguel Hernández | 20,0 miljoen | De Costa Blanca |
| Gran Canaria | 15,8 miljoen | Gran Canaria |
| Tenerife Sur | 14,0 miljoen | Tenerife |
| Valencia | 11,8 miljoen | Valencia en de Costa de Azahar |
Bron: Aena, passagierscijfers 2025
Van de luchthaven naar de stad: metro, Cercanías en luchthavenbus
Op Madrid-Barajas sluiten twee spoorverbindingen aan. Metrolijn 8 rijdt tussen Nuevos Ministerios en terminal 4, elke dag van 06.05 tot 02.00 uur. Een kaartje voor metrozone A kost 1,50 tot 2 euro, afhankelijk van het aantal stations, met 3 euro toeslag voor in- of uitstappen op de luchthaven. Zulke kaartjes laad je op een contactloze vervoerskaart die je bij de automaat of het loket in elk metrostation koopt.
De lijn C-1 van de Cercanías, de treinen rond de grote steden, stopt ook op terminal 4 en rijdt via Chamartín en Atocha naar Príncipe Pío. Daar betaal je 1,70 tot 2,60 euro, afhankelijk van het aantal zones, en je reist gratis als je een AVE-kaartje hebt dat op een vlucht aansluit. Hoe je zoiets in Spanje het handigst afrekent, staat bij geld en betalen in Spanje.
Barcelona-El Prat heeft een halte van de Rodalies-lijn R2 Nord en het eindpunt van metrolijn 9 Sud, die naar Zona Universitària rijdt. Tussen de terminals rijdt dag en nacht een gratis pendelbus.
Op Málaga-Costa del Sol loopt de lijn C-1 van Málaga Centro Alameda naar Fuengirola langs de luchthaven. Vanaf de luchthaven is het acht minuten naar het AVE-station María Zambrano en twaalf minuten naar het centrum van Málaga. In de andere richting ben je in achttien minuten in Benalmádena en in vierendertig minuten in Fuengirola. Een flink deel van de Costa del Sol bereik je dus met de trein vanaf de aankomsthal.
Op de eilanden doet de bus dat werk. Vanaf de luchthaven van Gran Canaria rijdt lijn 1 naar Las Palmas en naar Puerto de Mogán; vanaf de halte San Telmo in Las Palmas kost dat 2,30 euro, vanaf Puerto de Mogán 6,80 euro. Lijn 36 verbindt de luchthaven met Maspalomas voor 4,05 euro. Op Palma de Mallorca rijdt stadsbus A1 naar het centrum, en de Aerotib-bussen rijden rechtstreeks naar Camp de Mar, Can Picafort, Cala Bona en Campos.
Breedspoor voor het oude net, normaalspoor voor de snelle lijnen
Het Spaanse spoor is niet één net. Het ministerie van Transport rekent met 15.652 kilometer spoor en 1.496 stations, verdeeld over vier spoorbreedtes: 11.211 kilometer Iberisch breedspoor, 3.030 kilometer normaalspoor, 1.193 kilometer smalspoor en 245 kilometer gemengd spoor. Breedspoor is de maat van het oude Spaanse net. Normaalspoor is de maat die in de rest van Europa gangbaar is, en in Spanje ligt dat vooral onder de hogesnelheidslijnen. De snelle lijnen zijn daarmee geen opgeknapte versie van het oude net, maar een tweede net dat er naast is gelegd.
Dat verschil merk je als reiziger. Op de hogesnelheidslijnen rijd je tussen de grote steden, met meerdere vertrektijden per dag. Daarbuiten rijd je over het oude net, waar de treinen van Media Distancia de verbindingen binnen een streek verzorgen. Het smalspoor vormt nog een apart net van regionale lijnen met eigen treinen. Over het hele net samen rijden ruim twee miljoen treinen per jaar.
In Madrid komen de hogesnelheidslijnen samen
De hogesnelheidscorridors lopen vanuit Madrid naar buiten. Eén lijn gaat via Zaragoza en Camp de Tarragona naar Barcelona, een tweede via Cuenca naar Valencia, een derde via Albacete naar Alicante, Elche en Murcia, een vierde via Córdoba naar Sevilla en Málaga, en een vijfde via Segovia naar Valladolid. Twee steden op dezelfde corridor zijn met één trein verbonden; liggen ze op verschillende corridors, dan loopt de snelle route via het midden van het land.
Sinds het voorjaar van 2021 rijdt Renfe niet meer alleen op die lijnen. OUIGO, de lowcostdochter van de Franse spoorwegen, begon toen met Madrid, Barcelona, Zaragoza en Tarragona en bedient nu vijftien Spaanse steden. Een kaartje begint daar bij 9 euro per volwassene, kinderen van 3 tot en met 14 jaar betalen een vast tarief van 7 euro en kinderen onder de 3 jaar reizen gratis op schoot.
Hoe lang je onderweg bent, hangt vooral af van het aantal tussenstops. OUIGO rijdt van Madrid naar Valencia zonder stop en doet daar 1 uur 50 over. Op Madrid naar Barcelona stoppen sommige treinen in Zaragoza en bij Camp de Tarragona, en staat er 2 uur 30 voor de hele rit. Bij OUIGO vertrekt de eerste trein van Madrid naar Barcelona om 07.05 uur en de laatste om 21.00 uur, met daartussen meerdere vertrektijden.
Bij een kaartje voor een AVE of een andere langeafstandstrein van Renfe hoort één gratis rit met Cercanías, Rodalies of de TRAM van Alicante. Die rit mag je gebruiken vanaf vier uur voor vertrek tot vier uur na aankomst, zodat je aan beide kanten van de reis zonder extra kaartje van en naar het station komt.
| Route | Reistijd |
|---|---|
| Madrid naar Valencia | 1 uur 50, zonder tussenstop |
| Madrid naar Alicante | 2 uur 20 |
| Madrid naar Barcelona | 2 uur 30 |
| Madrid naar Sevilla | 2 uur 47 gemiddeld |
| Málaga naar Madrid | 2 uur 56 gemiddeld |
Bron: OUIGO, reistijden per route
Bussen rijden waar geen trein komt
Niet elke plaats in Spanje heeft een station, en daar is de bus het openbaar vervoer. De interregionale buslijnen zijn concessies van de staat, en het ministerie van Transport bepaalt welke kortingen de concessiehouders moeten toepassen. Binnen een regio doet de autonome gemeenschap dat voor haar eigen lijnen.
Op de interregionale bussen van de staat gelden in 2026 vaste kortingen. Een kaart voor tien ritten is 40 procent goedkoper, een maandabonnement op naam 50 procent, voor reizigers van 15 tot 26 jaar 70 procent en voor kinderen tot en met 14 jaar 100 procent. Die percentages hangen aan abonnementen en meerrittenkaarten, dus voor één losse rit betaal je het gewone tarief.
Als je een paar weken in Spanje bent, is de bus vooral het vervoer naar plaatsen die buiten het spoor vallen, en de verbinding tussen een regionale hoofdstad en de dorpen eromheen. Hoe vaak er een bus rijdt, verschilt per concessie, en dat zoek je per traject na bij de vervoerder die de lijn uitvoert.
De kortingen van 2026 hangen aan abonnementen op naam
Met het Real Decreto-ley 17/2025 van 23 december 2025 zijn de Spaanse kortingen op het openbaar vervoer voor heel 2026 verlengd. Het nieuwe middelpunt is het Abono Único: 60 euro per maand voor onbeperkt reizen met de interregionale bussen van de staat en met de Cercanías, Rodalies en Media Distancia van Renfe. Wie geboren is op of na 1 januari 2000 betaalt 30 euro. Het abonnement geldt dertig dagen vanaf een zelfgekozen startdatum, en je hebt een Spaans identiteitsnummer nodig om het te kopen: een DNI of een NIE.
Naast dat abonnement staan een Cercanías-kaart voor alle zones en kernen van Spanje voor 20 euro per maand en abonnementen voor de Avant tegen de halve prijs. De Avant is de hogesnelheidstrein voor kortere afstanden, die de staat als openbare dienst heeft aangewezen. De kortingen van het ministerie gelden voor de Cercanías, de Media Distancia en de Avant; voor een AVE-kaartje betaal je het gewone tarief.
In het stads- en streekvervoer financiert het ministerie gratis vervoer voor kinderen tot en met 14 jaar, 50 procent korting op jongerenkaarten en 20 procent op de overige abonnementen en meerrittenkaarten. Losse kaartjes, retourtjes en toeristenkaarten vallen daar uitdrukkelijk buiten. In Asturië en Cantabrië is de Cercanías in 2026 gratis, net als het openbaar vervoer op de Canarische Eilanden en de Balearen.
Op een reis van een paar weken betaal je dus meestal het gewone tarief. De regeling is gebouwd rond vaste reizigers met een abonnement op naam, en het Abono Único is zonder DNI of NIE niet te koop. Wat wel loont, is de meerrittenkaart van de stad waar je verblijft, want juist daarop geldt die korting van 20 procent.
De bedragen en kortingen op deze pagina komen uit het regeringsbesluit voor 2026 en uit de tariefpagina's van de vervoerders, nagelezen op 5 oktober 2026. Tarieven veranderen per jaar, dus controleer ze voor vertrek bij de vervoerder of bij het ministerie.
Korte overtochten tussen de Canarische Eilanden
Tussen de Canarische Eilanden is de veerboot gewoon vervoer. Fred Olsen Express vaart van Lanzarote naar Fuerteventura in 25 of 35 minuten, van Tenerife naar La Gomera in 50 minuten en van Tenerife naar Gran Canaria in 1 uur 20, en op die schepen kun je een auto meenemen. De overtochten naar La Palma en El Hierro duren langer, maar ook die blijven onder de vier uur. Niet elke combinatie heeft bij deze rederij een directe boot; van Lanzarote vaart Fred Olsen alleen naar Fuerteventura.
De eilanden lopen een uur achter op het vasteland, iets om mee te rekenen bij een overstap in Madrid of Barcelona; hoeveel het met Nederland scheelt, staat bij het tijdsverschil met Spanje. Wie in de winter naar de Canarische Eilanden vliegt, komt in een ander klimaat terecht dan op het vasteland, en de maandcijfers per bestemming staan bij weer en klimaat in Spanje.
| Verbinding | Overtocht |
|---|---|
| Lanzarote naar Fuerteventura | 25 of 35 minuten |
| Tenerife naar La Gomera | 50 minuten |
| Tenerife naar Gran Canaria | 1 uur 20 |
| Gran Canaria naar Fuerteventura | 2 uur |
| Gran Canaria naar La Gomera | 2 uur 10 |
| Tenerife naar El Hierro | 2 uur 20 |
| Tenerife naar La Palma | 2 uur 30 |
| Gran Canaria naar El Hierro | 3 uur |
| Tenerife naar Fuerteventura | 3 uur 20 |
| Gran Canaria naar La Palma | 3 uur 50 |
Bron: Fred Olsen Express, rutas
Welk vervoer bij welke route past
De keuze tussen trein, bus, auto, vliegtuig en boot volgt in Spanje vooral uit de vorm van het net. Ligt je route langs een hogesnelheidscorridor, dan brengt de trein je van centrum naar centrum en is dat meestal ook de eenvoudigste optie. Wijkt je route daarvan af, dan komen de bus en de auto in beeld, en bij de eilanden het vliegtuig of de veerboot.
- Tussen twee grote steden op dezelfde hogesnelheidslijn: de trein, met een gratis Cercanías-rit erbij.
- Van een luchthaven naar een badplaats in de buurt: de Cercanías of de luchthavenbus.
- Naar een plaats zonder station: de bus van de streekvervoerder of de interregionale bus.
- Langs dorpen, bergwegen en de kust tussen de badplaatsen: een auto.
- Tussen twee buureilanden in de Canarische archipel: de veerboot.
- Van het vasteland naar de Canarische Eilanden: het vliegtuig, want de boot uit Huelva doet er 33 tot 40 uur over.
Een auto is nodig waar het openbaar vervoer niet komt. Reken bij een rondreis langs kleine plaatsen eerder op een auto dan op aansluitingen, en bij een verblijf in één stad of badplaats eerder op het openbaar vervoer dan op een huurauto die dagen stilstaat. Een tussenvorm werkt ook: je reist met de trein naar de stad waar je verblijft en huurt daar een auto voor de dagen dat je het binnenland in wilt.