Op deze pagina
Het natte noorden en het droge zuidoosten
Het weer in Spanje laat zich niet in één landelijk gemiddelde vangen. Op de luchthaven van Bilbao valt gemiddeld 1.134 millimeter neerslag per jaar, verdeeld over 124 dagen waarop neerslag is gemeten; op de luchthaven van Almería is dat 200 millimeter over 25 dagen. Die twee stations liggen ruim zevenhonderd kilometer uit elkaar, in hetzelfde land. In welk klimaatgebied je bestemming ligt, zegt daarom meer over het weer dat je krijgt dan de maand waarin je reist. De rest van de voorbereiding, van vervoer tot winkeltijden, staat bij de praktische informatie over Spanje.
Op het vasteland liggen grofweg vier patronen naast elkaar. Langs de Atlantische noordkust, van Galicië tot Baskenland, regent het het hele jaar door en blijven de zomers mild: Bilbao komt in juli niet verder dan een gemiddeld maximum van 25,4 °C. Op de hoogvlakte van het binnenland, waar Madrid en Burgos liggen, zijn de winters koud en de zomers heet. Langs de Middellandse Zee en op de Balearen zijn de zomers droog en warm en valt de meeste regen in het najaar. In het zuidoosten is het droger dan waar ook in deze vergelijking: het station bij Almería komt op minder dan een vijfde van de neerslag bij Bilbao, en iets noordelijker, aan de Costa Blanca, meet Alicante 311 millimeter per jaar.
De Canarische Eilanden vallen buiten dit beeld. Ze liggen voor de kust van Noordwest-Afrika, en het jaarverloop is er veel vlakker dan op het vasteland. In de tabel hieronder staan twaalf meetstations van AEMET naast elkaar, verspreid over al die gebieden. Het gaat om normaalwaarden over 1981 tot 2010, de meetperiode die AEMET per station publiceert.
| Meetstation | Gemiddelde jaartemperatuur | Gemiddeld maximum in juli | Gemiddeld minimum in januari | Neerslag per jaar |
|---|---|---|---|---|
| Bilbao, luchthaven | 14,7 °C | 25,4 °C | 5,1 °C | 1.134 mm |
| A Coruña, luchthaven | 13,8 °C | 23,1 °C | 5,4 °C | 1.106 mm |
| Burgos, luchthaven | 10,7 °C | 27,6 °C | -0,8 °C | 546 mm |
| Madrid, Retiro | 15,0 °C | 32,1 °C | 2,7 °C | 421 mm |
| Barcelona, luchthaven | 16,1 °C | 28,0 °C | 4,7 °C | 588 mm |
| Palma de Mallorca, luchthaven | 16,5 °C | 31,2 °C | 3,8 °C | 411 mm |
| Valencia | 18,3 °C | 29,7 °C | 7,1 °C | 475 mm |
| Alicante | 18,3 °C | 30,3 °C | 6,3 °C | 311 mm |
| Málaga, luchthaven | 18,5 °C | 30,5 °C | 7,4 °C | 534 mm |
| Sevilla, luchthaven | 19,2 °C | 36,0 °C | 5,7 °C | 539 mm |
| Almería, luchthaven | 19,1 °C | 30,5 °C | 8,3 °C | 200 mm |
| Santa Cruz de Tenerife | 21,5 °C | 28,7 °C | 15,4 °C | 226 mm |
Bron: AEMET, klimatologische normaalwaarden per meetstation
Waarom het binnenland extremer is dan de kust
Madrid en Barcelona liggen op ongeveer dezelfde breedtegraad, maar hun jaarverloop verschilt sterk. In Madrid ligt het gemiddelde maximum in juli op 32,1 °C en het gemiddelde minimum in januari op 2,7 °C. In Barcelona zijn die twee waarden 28,0 en 4,7 °C: de zomerdagen zijn er vier graden minder warm en de winternachten twee graden minder koud.
Twee dingen verklaren dat. Water warmt langzamer op en koelt langzamer af dan land, zodat de zee de kustplaatsen in de zomer wat koelt en in de winter warm houdt. En het binnenland ligt hoog: het station in het Retiro-park in Madrid staat op 667 meter, dat bij Burgos op 891 meter. Hoe hoger een plaats ligt, hoe lager de temperatuur. Burgos heeft met 10,7 °C dan ook het laagste jaargemiddelde van de twaalf stations, al telt de noordelijke ligging daarin mee.
Het duidelijkst zie je het verschil aan de vorst. Bij Burgos zakt de temperatuur gemiddeld 80,9 nachten per jaar onder nul en valt er op 18,5 dagen sneeuw. In het centrum van Madrid gaat het om 15,7 vriesnachten en 3,6 sneeuwdagen per jaar. Op de luchthaven van Almería komt het gemiddelde aantal vriesnachten uit op nul. Wie in december naar het binnenland gaat, pakt dus anders in dan wie naar de Costa del Sol reist, waar Málaga in januari op een gemiddeld minimum van 7,4 °C uitkomt.
Het hele jaar rond de twintig graden op de Canarische Eilanden
Santa Cruz de Tenerife heeft met 21,5 °C het hoogste jaargemiddelde van de twaalf stations, maar opvallender is hoe weinig de temperatuur er door het jaar heen beweegt. Het gemiddelde maximum loopt van 21,0 °C in januari tot 29,0 °C in augustus, een bereik van acht graden. In Madrid ligt datzelfde bereik tussen 9,8 en 32,1 °C. Van de twaalf stations is Santa Cruz de Tenerife bovendien het enige waar het gemiddelde maximum in januari boven de 20 °C blijft.
De verklaring is dezelfde als aan de Spaanse kust, maar dan sterker. De eilanden liggen in de Atlantische Oceaan, voor de kust van Zuid-Marokko, en het water eromheen houdt de temperatuur binnen een smalle band. Doordat ze een stuk zuidelijker liggen dan het vasteland, staat de zon er in de winter ook hoger.
Dat wil niet zeggen dat het overal op de eilanden hetzelfde weer is. De 226 millimeter neerslag per jaar geldt voor één station aan de kust, op 36 meter hoogte, terwijl Tenerife oploopt tot ruim boven de tweeduizend meter; een kuststation vertegenwoordigt die hoogten niet. Ook tussen de eilanden onderling zitten verschillen. Daar gaan de pagina's over het weer op de Canarische Eilanden, de klimaatcijfers voor Tenerife en die voor Lanzarote verder op in.
Wanneer het seizoen begint, verschilt per streek
De zomer begint niet overal tegelijk. In Sevilla ligt het gemiddelde maximum in mei al op 27,2 °C en in juni op 32,2 °C. Barcelona zit in diezelfde twee maanden op 21,1 en 24,9 °C en bereikt zijn hoogste waarde pas in augustus, met 28,5 °C. Aan de Middellandse Zee loopt het warme seizoen daarentegen langer door: in Barcelona is oktober met 22,1 °C warmer dan mei, terwijl Madrid in oktober terugvalt naar 19,4 °C tegenover 22,2 °C in mei.
Voor wie de hitte wil vermijden, zijn de maanden vlak voor en na de zomer het aantrekkelijkst. In april liggen de gemiddelde maxima in Sevilla, Málaga en Almería tussen 21 en 24 °C, in oktober tussen 24 en 26 °C. Dat is warm genoeg om de hele dag buiten te zijn, zonder de 36,0 °C die Sevilla in juli gemiddeld haalt. Welke maand bij welk soort reis past, staat uitgewerkt in de beste reistijd voor Spanje.
De tabel hieronder zet vier plaatsen uit verschillende delen van het land naast elkaar. Dit zijn maandgemiddelden over dertig jaar, geen verwachting voor een losse reisdag: tijdens je vakantie kunnen de dagen warmer en de nachten kouder zijn dan wat hier staat. Volledige maandtabellen per bestemming vind je op de klimaatpagina's, bijvoorbeeld voor Andalusië of voor Spanje als geheel.
| Maand | Sevilla | Madrid | Barcelona | Tenerife |
|---|---|---|---|---|
| Januari | 16,0 | 9,8 | 13,6 | 21,0 |
| Februari | 18,1 | 12,0 | 14,3 | 21,2 |
| Maart | 21,9 | 16,3 | 16,1 | 22,1 |
| April | 23,4 | 18,2 | 18,0 | 22,7 |
| Mei | 27,2 | 22,2 | 21,1 | 24,1 |
| Juni | 32,2 | 28,2 | 24,9 | 26,2 |
| Juli | 36,0 | 32,1 | 28,0 | 28,7 |
| Augustus | 35,5 | 31,3 | 28,5 | 29,0 |
| September | 31,7 | 26,4 | 26,0 | 28,1 |
| Oktober | 26,0 | 19,4 | 22,1 | 26,3 |
| November | 20,2 | 13,5 | 17,3 | 24,1 |
| December | 16,6 | 10,0 | 14,3 | 22,1 |
Bron: AEMET, klimatologische normaalwaarden per meetstation
Najaarsbuien aan de oostkust en wat een DANA is
Aan de Spaanse oostkust valt de meeste regen niet in de winter maar in het najaar. Barcelona komt in oktober op 91 millimeter en in september op 81, tegenover 37 millimeter in januari. Bij Alicante is september met 56 millimeter de natste maand, bij Palma de Mallorca oktober met 62 millimeter. Valencia krijgt over het hele jaar 475 millimeter, waarvan in juli maar 8 millimeter.
Een deel van die neerslag valt in korte, hevige buien. AEMET gebruikt daarvoor de term DANA, voluit depresión aislada en niveles altos: een lagedrukgebied dat zich op grote hoogte volledig heeft losgemaakt van de straalstroom. In de volksmond heet zo'n situatie gota fría, koude druppel, maar AEMET vindt dat woord te onnauwkeurig, omdat het voor zo ongeveer elke hevige regenbui wordt gebruikt. De dienst wijst er ook op dat een DANA de regen niet zelf maakt: hij brengt de omstandigheden bij elkaar waaronder zich onweersbuien kunnen organiseren die plaatselijk veel water in korte tijd geven. Volgens AEMET doen deze situaties zich aan de Middellandse Zeekust vooral in het najaar voor.
Voor een reis betekent dat vooral dat een regenachtige dag in september of oktober aan de oostkust iets anders kan zijn dan een bui die overwaait. Wegen kunnen tijdelijk onbegaanbaar worden en uitstapjes komen te vervallen. Het maandcijfer zegt weinig over de verdeling binnen de maand: Barcelona meet in oktober gemiddeld 91 millimeter over 6,3 dagen met neerslag, dus die regen komt in weinig dagen. Ook november hoort aan de oostkust nog tot de natte maanden: Barcelona komt dan op 59 millimeter.
De zomers van de laatste jaren liggen boven de normaalwaarden
De cijfers in de tabellen hierboven zijn normaalwaarden over 1981 tot 2010, de periode die AEMET per meetstation publiceert. Voor zijn maandrapporten gebruikt dezelfde dienst een nieuwere referentieperiode, 1991 tot 2020, en de laatste zomers lagen daar ruim boven. De zomer van 2026 kwam op het vasteland uit op een gemiddelde temperatuur van 24,5 °C, 2,4 °C boven die periode, en was daarmee de warmste sinds het begin van de officiële reeks in 1961. De tien warmste zomers uit die reeks vielen allemaal in de 21e eeuw.
AEMET telde in 2026 voor het vasteland en de Balearen 61 dagen die onder een hittegolf vielen, verdeeld over vier perioden; de vorige hoogste aantallen waren 41 dagen in 2022 en 36 in 2025. Een hittegolf is daarbij een afgebakende definitie en geen gevoelskwestie: de maximumtemperatuur moet op minstens tien procent van de meetstations, drie dagen achter elkaar, in de bovenste vijf procent van alle juli- en augustuswaarden uit 1971 tot 2000 vallen.
Diezelfde zomer was droog. Over het vasteland viel 39,6 millimeter neerslag, 56 procent van het gemiddelde over 1991 tot 2020, en juli 2026 was met 4,3 millimeter de droogste juli sinds 1961. Met een gemiddelde van 25,7 °C was die maand tegelijk de warmste maand uit de hele Spaanse reeks, samen met juli 2022.
Daar volgt iets praktisch uit. De normaalwaarden uit 1981 tot 2010 blijven bruikbaar om bestemmingen met elkaar te vergelijken, omdat alle stations over dezelfde periode zijn gemeten. Voor de vraag hoe heet het in juli of augustus werkelijk kan worden, schatten ze de laatste jaren te laag in. Reis je dan met jonge kinderen of met oudere reisgenoten, houd er dan rekening mee dat je de middaguren binnen of in de schaduw doorbrengt; Spanje met kinderen gaat daar verder op in.
Het noorden als uitwijkmogelijkheid in juli en augustus
Wie in de hoogzomer gaat en hitte wil vermijden, heeft binnen Spanje een alternatief. Op de luchthaven van Bilbao ligt het gemiddelde maximum in juli op 25,4 °C en in augustus op 26,0 °C; bij A Coruña is dat 23,1 en 23,7 °C. Dat scheelt negen tot dertien graden met Sevilla. Daar staat tegenover dat het in het noorden ook in de zomer regent: Bilbao komt in juli en augustus op 50 en 76 millimeter, tegen 2 en 5 millimeter in Sevilla.
De waarschuwingen van AEMET: geel, oranje en rood
AEMET geeft voor heel Spanje waarschuwingen af per gebied, tot 72 uur vooruit. Ze gaan over regen, sneeuw, wind, onweer, extreme temperaturen, verschijnselen aan de kust, stof in de lucht en lawines. Er zijn drie niveaus.
- Geel: het gevaar is beperkt, maar kwetsbare mensen en bezittingen kunnen er hinder van ondervinden. Houd de berichtgeving in de gaten.
- Oranje: het gevaar is aanzienlijk, met kans op ernstige gevolgen. AEMET adviseert voorzorgsmaatregelen te nemen.
- Rood: het gevaar is buitengewoon, met mogelijk zeer ernstige gevolgen. Reis alleen als het echt moet en volg de aanwijzingen van de autoriteiten.
Je komt deze kleuren tegen in Spaanse nieuwsberichten en in weerapps. Een oranje of rode waarschuwing voor regen aan de oostkust in het najaar is een goede reden om een autorit uit te stellen of een bergwandeling af te zeggen. Bekijk kort voor vertrek de verwachting voor je bestemming, en kijk bij langere afstanden over de weg of het spoor ook naar reizen en vervoer in Spanje.