Naar de inhoud
Bestemming · Kuststreek

Costa Blanca, de kust van de provincie Alicante

De Costa Blanca is de toeristische naam voor de kust van de provincie Alicante, van Dénia in het noorden tot Pilar de la Horadada in het zuiden. Boven Alicante lopen de Betische bergketens tot in zee en ontstaan kapen, kliffen en kleine baaien; ten zuiden ervan ligt een vlakte met kilometerslange zandstranden, duinen en zoutmeren. Die tweedeling bepaalt het landschap, het weer en het soort verblijf.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 16 minuten
Brede gebogen baai met licht zand, witte appartementenblokken en palmen, en een kale kalkstenen landtong.
Land
Spanje
Regio
Valenciaanse Gemeenschap, provincie Alicante
Van noord naar zuid
Dénia tot Pilar de la Horadada
Kustlengte
244 km aan stranden, baaien en kliffen
Kuststreken
Marina Alta, Marina Baixa, Alacantí, Baix Vinalopó, Vega Baja del Segura
Inwoners provincie
2.030.037 op 1 januari 2025 (INE)
Grootste steden
Alicante (366.221) en Elche (245.557)
Hoogste punt
Aitana, 1.558 m
Luchthaven
Alicante-Elche Miguel Hernández, 18,4 miljoen passagiers in 2024
Talen
Spaans overal; Valenciaans historisch en officieel ten noorden van de Vega Baja
Neerslag
277 mm per jaar op station Alicante-Elche (AEMET, 1981 tot 2010)
Karakter
Rotskust met baaien in het noorden, zandstranden en zoutmeren in het zuiden
Op deze pagina

Van Dénia tot Pilar de la Horadada

De Costa Blanca is geen bestuurlijke eenheid maar een toeristische naam voor de kust van de provincie Alicante, in de Valenciaanse Gemeenschap. De strook begint bij Dénia, waar de provincie aan die van Valencia grenst, en eindigt bij Pilar de la Horadada op de grens met de regio Murcia. Daartussen liggen een kleine twintig kustgemeenten, waaronder de provinciehoofdstad Alicante, Elche, Benidorm en Torrevieja. In het overzicht van Spaanse bestemmingen staat deze kust naast de andere streken van het land.

Een veelgenoemde opgave voor de lengte is 244 kilometer aan stranden, baaien en kliffen. Andere tellingen komen lager uit, want een kustlijn wordt langer naarmate je de inhammen en kapen nauwkeuriger volgt, en dat effect is aan de rotsige noordkant groter dan aan de vlakke zuidkant. Welke kustnaam waar begint en ophoudt, staat bij elkaar op de pagina over de Spaanse kusten; ten zuiden van Pilar de la Horadada heet de kust Costa Cálida en hoort hij bij de regio Murcia.

De provincie Alicante telde op 1 januari 2025 ruim twee miljoen inwoners, 2.030.037 volgens het statistiekbureau INE. Langs zee liggen vijf comarca's, de streken waarin Spaanse provincies zijn onderverdeeld: Marina Alta, Marina Baixa, Alacantí, Baix Vinalopó en Vega Baja del Segura. Die namen staan op wegwijzers en in huizenadvertenties, en deze pagina volgt ze van noord naar zuid, omdat landschap en bebouwing per streek verschillen.

Vissersboten langs een kade
Vissersboten langs een kade.

Een naam uit de Britse reisreclame van de jaren vijftig

De gangbare verklaring is dat de Britse luchtvaartmaatschappij BEA de naam Costa Blanca bedacht om in 1957 haar nieuwe vlucht Londen-Valencia te verkopen. Die verklaring klopt half. Het regionale nieuwsplatform La Marina van eldiario.es zocht het in 2026 na en vond de naam al in 1952 in gebruik, toen Rafael Ripoll in Benidorm Hotel Costa Blanca opende. In december 1955 schreef de Daily Express dat de Costa Blanca de bestemming van de toekomst zou worden, na een tip van reisjournalist Gordon Cooper.

Wat BEA in 1956 en 1957 deed, was de naam tot merk maken. De maatschappij kocht paginagrote advertenties in The Times en andere Britse kranten. Op 3 mei 1957 opende ze de rechtstreekse vlucht naar Valencia; daarvoor reisden delegaties uit Alicante, Benidorm en Valencia naar Londen, met de burgemeesters Agatángelo Soler en Pedro Zaragoza erbij. Het Verenigd Koninkrijk is nog altijd de grootste buitenlandse markt: in november 2025 kwamen er 453.903 reizigers vanuit Britse luchthavens aan op de luchthaven van Alicante, meer dan vanuit enig ander land.

Waar het wit in de naam op slaat, is nooit vastgelegd. De lichte zandstranden, de kalkrotsen en de witgekalkte huizen worden alle drie genoemd, zonder dat een van die verklaringen is onderbouwd. De grens van de kustnaam volgt de provinciegrens en niet het landschap, terwijl de kust zelf halverwege ingrijpend verandert.

Rotskust in het noorden, vlakte in het zuiden

Het landschap van deze kust wordt bepaald door de Betische ketens, het gebergte dat vanuit Andalusië naar het noordoosten doorloopt en in de provincie Alicante de zee bereikt. De hoogste toppen liggen een stuk landinwaarts: de Aitana meet 1.558 meter en is de hoogste van de provincie, de Puig Campana komt op 1.410 meter. Dichter bij het water liggen losse uitlopers die als rotsmassieven in zee eindigen: de Montgó van 753 meter boven Dénia en Jávea, de Peñón de Ifach van 332 meter in de haven van Calpe, en de Serra Gelada tussen Albir en Benidorm.

Voor de kustlijn heeft dat zichtbare gevolgen. Tussen Dénia en Villajoyosa wisselen kapen, kliffen en kleine baaien elkaar af, zijn stranden vaak kort en door rotspunten van elkaar gescheiden, en staan huizen tegen de hellingen in plaats van op een vlakte. Het natuurpark Montgó, sinds 1987 beschermd, loopt over het grondgebied van Dénia en Jávea en raakt bij de Cap de Sant Antoni de zee; aan de andere kant van dezelfde berg ligt de Cap de la Nau, de oostelijkste punt van de provincie.

Ten zuiden van Alicante houdt het reliëf vrijwel op. De Baix Vinalopó en de Vega Baja del Segura zijn laag en vlak, en de rivier Segura voorziet de velden daar van water. De kust bestaat er uit zandstranden van kilometers achtereen, duingordels en een reeks zoutmeren vlak achter het water. De overgang verloopt wel geleidelijk, want achter Alicante lopen de laatste heuvels nog een eind door en steekt bij Santa Pola nog één kaap boven de vlakte uit.

In de praktijk bepaalt dat verschil hoe een verblijf eruitziet. In het noorden zijn de afstanden kort maar de wegen bochtig, liggen baaien achter een afdaling en staan de oude dorpskernen op hoogte. In het zuiden loop je eenvoudiger kilometers langs het water, maar liggen de voorzieningen gespreid over urbanisaties en is de afstand van je verblijf naar een winkelstraat vaker te groot om te lopen.

De vijf kuststreken van de Costa Blanca, van noord naar zuid
Streek Kustgedeelte Landschap Grootste plaats
Marina Alta Dénia tot Calpe Kapen, kliffen en kleine baaien onder de Montgó en de Cap de la Nau Dénia
Marina Baixa Altea tot Villajoyosa Baaien tussen uitlopers van de Aitana, met de Serra Gelada aan zee Benidorm
Alacantí El Campello tot Alicante Lange stadsstranden met de laatste heuvels erachter Alicante
Baix Vinalopó Arenales del Sol tot Santa Pola Vlakke zandkust met zoutpannen erachter Elche
Vega Baja del Segura Guardamar del Segura tot Pilar de la Horadada Duinen, kilometerslange stranden en twee zoutmeren Torrevieja

Bron: Provincia de Alicante (Spaanstalige Wikipedia)

Een breed zandstrand met palmen en flats
Een breed zandstrand met palmen en flats.
Witte huizen in het heuvelachtige achterland
Witte huizen in het heuvelachtige achterland.

Hoeveel regen valt er aan deze kust?

Weinig, en in het zuiden minder dan in het noorden. Het meetstation van de Spaanse weerdienst AEMET op de luchthaven van Alicante komt over de periode 1981 tot 2010 uit op 277 millimeter neerslag per jaar, verdeeld over gemiddeld 35 dagen waarop neerslag is gemeten. Een regendag is een dag waarop neerslag is gemeten, niet een dag die verregent. De gemiddelde jaartemperatuur is daar 18,2 °C, met 11,6 °C in januari en 26,1 °C in augustus. Hetzelfde station komt uit op bijna 2.950 zonuren per jaar.

De neerslag is ongelijk over het jaar verdeeld. Juli en augustus komen samen op negen millimeter, september en oktober samen op 86 millimeter. Die najaarsbuien kunnen in korte tijd veel water brengen. In Spaanse weerberichten heet zo'n situatie een gota fría; meteorologen spreken van een DANA, een lagedrukgebied dat op grote hoogte van de straalstroom is afgesneden. Niet elke DANA levert zware regen op, maar de zwaarste gevallen zijn hier ingrijpend geweest: in september 2019 liep de Vega Baja onder, en in oktober 1957 viel in Jávea bijna 1.300 millimeter regen. Dat zijn uitschieters uit anderhalve eeuw waarnemingen en geen maat voor een gewoon najaar.

De bergketens in het noorden vangen meer van die buien op dan de vlakte in het zuiden, en daardoor is de Marina Alta natter dan de Vega Baja. De maandcijfers, de zeewatertemperatuur en het verschil tussen voor- en najaar staan op de pagina over het weer en klimaat aan de Costa Blanca. Wie deze kust met een andere wil vergelijken, vindt dezelfde maandcijfers voor het weer en klimaat aan de Costa del Sol.

De taalgrens die net onder Alicante loopt

In de Valenciaanse Gemeenschap zijn Spaans en Valenciaans allebei officiële talen. Welke van de twee ergens de historische voertaal is, verschilt per gemeente, en op deze kust loopt die scheiding net ten zuiden van Alicante. In de Marina Alta, de Marina Baixa, het Alacantí en de Baix Vinalopó is het Valenciaans de historische taal, en daar vind je de dubbele plaatsnamen terug die op borden en kaarten door elkaar lopen: Jávea en Xàbia, Calpe en Calp, Alicante en Alacant, Elche en Elx.

In de Vega Baja del Segura is het Spaans de historische taal, in een variant die naar het Murciaans neigt. Eén gemeente wijkt af: Guardamar del Segura is de zuidelijkste plaats waar van oudsher Valenciaans wordt gesproken, terwijl de 26 andere gemeenten van die streek Spaanstalig zijn. Daar houden de dubbele namen op, en heten Torrevieja, Orihuela en Pilar de la Horadada alleen zo.

Voor een bezoeker is het verschil klein, want Spaans wordt overal gesproken en in de toeristische kernen vaak ook Engels. Het verklaart wel waarom een plaats in een reisgids Jávea heet en op het gemeentebord Xàbia staat, en waarom je in het noorden platja op een wegwijzer ziet en in het zuiden playa. Op deze pagina's houden we de ingeburgerde Nederlandse vorm aan en noemen we de lokale schrijfwijze er één keer bij.

Parken, zoutmeren en een eiland van zestig inwoners

Tussen de bebouwing door liggen beschermde gebieden die de kust op een aantal plaatsen open houden. Het zijn parques naturales, een status die de Valenciaanse regering toekent en die losstaat van het landelijke net van nationale parken in Spanje. Het grootste aan land is het Montgó met 2.118 hectare, waar meer dan 650 plantensoorten op de kalkberg groeien, waaronder soorten die nergens anders voorkomen. Het kleinste is de Peñón de Ifach bij Calpe, als natuurpark Penyal d'Ifac: 53 hectare rots, in 1987 aangewezen, hetzelfde jaar als het Montgó. De Serra Gelada is sinds 2005 het eerste gebied van de regio waar land en zee samen beschermd zijn; bijna negentig procent van de 5.564 hectare ligt onder water.

In het zuiden gaat de bescherming over water in plaats van over rots. Het park Lagunas de La Mata y Torrevieja beslaat 3.743 hectare, waarvan ruim 2.000 hectare water, en is sinds 10 december 1996 beschermd. Er wordt al sinds de dertiende eeuw zout gewonnen, en de laguna van Torrevieja is roze door Dunaliella, een microscopische alg die alleen in zeer zout water groeit. Vogeltellingen komen tot tweeduizend flamingo's en tijdens de trek bijna drieduizend geoorde futen; kluut en steltkluut horen bij de broedvogels.

Het duingebied bij Guardamar del Segura, ongeveer 800 hectare, is geen natuurlijk overblijfsel maar aanplant. Tussen 1897 en 1929 liet ingenieur Francisco Mira er ongeveer 600.000 pijnbomen, 40.000 palmen en 5.000 eucalyptussen zetten om stuifzand tegen te houden dat het dorp dreigde te bedelven. Het bos dat daaruit groeide, ligt er nog en scheidt het strand van de bebouwing.

Voor de kust bij Santa Pola ligt Tabarca, een eiland van 0,3 vierkante kilometer met ongeveer zestig inwoners. Het ommuurde dorp werd vanaf 1770 gebouwd voor Genuese families die Carlos III had vrijgekocht uit Tabarka in Tunesië; de vesting is van ingenieur Fernando Méndez de Ras. In 1986 werd het water eromheen tot zeereservaat verklaard, het eerste van Spanje. De boot vertrekt uit de haven van Santa Pola, nog geen drie zeemijl verderop.

Reserveren voor de top van de Peñón de Ifach

Op het pad naar de top laat de Valenciaanse parkdienst 300 bezoekers per dag toe. Reserveren gaat online, hoogstens tien dagen vooraf, en op de dag zelf nog als er plek over is. De dienst raadt af om kinderen verder mee te nemen dan de uitgang van de tunnel, omdat het pad daarachter gevaarlijk wordt.

Zoutpannen met roze water
Zoutpannen met roze water.

Alicante en Elche, de twee grote steden

Niet alles aan deze kust is badplaats. Alicante telt 366.221 inwoners en is de provinciehoofdstad, met een haven, een universiteit en een oude stad onder de burcht van Santa Bárbara, die op de rots Benacantil boven het centrum staat. Het grootste feest van de stad is de Hogueras de San Juan: in de nacht van 24 op 25 juni worden de opgebouwde beelden verbrand. Daarmee is Alicante ook zonder strand een stadsbestemming, net als de andere steden in Spanje.

Elche telt 245.557 inwoners, ligt een eind landinwaarts en heeft toch kust, bij Arenales del Sol en El Altet. Elche heeft meer dan één inschrijving bij UNESCO. De bekendste is het Palmeral, een palmbos met meer dan 200.000 dadelpalmen dat in 2000 op de werelderfgoedlijst kwam; het irrigatienet eronder is aangelegd door de stichters van de islamitische stad in de achtste en negende eeuw en ligt er in grote lijnen nog. De gemeentelijke kwekerijen houden nog eens 50.000 palmen aan voor nieuwe aanplant.

Ook het Misteri d'Elx staat op een UNESCO-lijst, een muziekdrama van middeleeuwse oorsprong over de dood en de kroning van Maria. Het wordt elk jaar in de Basílica de Santa María opgevoerd: op 14 augustus het eerste deel, de Vespra, en op 15 augustus het tweede deel, de Festa. Het stuk is sinds 1931 nationaal monument en kwam in 2001 in de eerste lichting meesterwerken van het orale en immateriële erfgoed van UNESCO.

Villajoyosa is met 37.449 inwoners kleiner, en naast het toerisme is de chocolade-industrie er de belangrijkste bedrijfstak, met een eigen museum. Van 24 tot 31 juli spelen de Moros i Cristians er de aanval van Barbarijse zeerovers uit 1538 na, met een zeegevecht en een landing op het strand; sinds 2003 heeft dat feest de status van internationaal toeristisch belang. Onder de stad liggen resten van het Romeinse Allon, waaronder thermen en een grafmonument uit de tweede eeuw.

In de Vega Baja is Orihuela met 84.560 inwoners de tweede gemeente na Torrevieja, met een kathedraal en een centrum dat een flink eind van zijn eigen kustwijken af ligt. Die opzet komt aan deze kust vaker voor: een oude kern landinwaarts en een veel jongere bebouwing aan zee, bestuurlijk één gemeente. Wie een adres boekt, kijkt dus beter naar de wijknaam dan naar de gemeentenaam.

Hoogbouw, urbanisaties en wat er in januari open is

De plaatsen aan deze kust verschillen vooral in omvang, in bouwhoogte en in wat er buiten het hoogseizoen open is. In de Marina Alta zijn de kernen klein en de bebouwing laag, met veel losse huizen op de hellingen. In de Marina Baixa ligt Benidorm, waar de bedden in hoogbouw bij elkaar staan in plaats van over de kust verspreid. In de Vega Baja overheerst laagbouw in urbanisaties, met lange stranden en een bevolking die voor een groot deel van buiten Spanje komt.

Altea en Moraira liggen twintig kilometer van elkaar en verschillen sterk. Altea heeft 24.592 inwoners en een oude kern op een heuvel boven de kust, met de koepelkerk als herkenningspunt vanaf zee. Moraira is de kustkern van de gemeente Teulada, die in totaal 12.912 inwoners telt, met een jachthaven en een baai als middelpunt. Kies je vooral op het soort strand, dan staan de stranden van het hele land naast elkaar in het overzicht van de mooiste stranden van Spanje.

Het seizoen verschilt per plaats. In Benidorm is er het hele jaar door aanbod, en in kernen met veel vaste bewoners van buiten Spanje blijven winkels, artsen en terrassen ook in de winter open. Waar de bevolking buiten de zomer sterk terugloopt, is het aanbod in januari een stuk beperkter. Ga voor de maand van je reis dus na wat er dan open is.

Twaalf plaatsen aan de Costa Blanca naast elkaar
Plaats Streek Inwoners (2025) Waar het om bekendstaat
Dénia Marina Alta 47.261 Veerboten naar de Balearen, rode garnaal, het natuurpark Montgó
Jávea (Xàbia) Marina Alta 30.642 Rotsbaaien onder de Cap de la Nau; 47,5 procent van de inwoners is buitenlander
Moraira Marina Alta 12.912 (gemeente Teulada) Jachthaven en baaien tussen rotspunten, lage bebouwing
Calpe Marina Alta 27.616 De Peñón de Ifach; 54,1 procent van de inwoners is buitenlander
Altea Marina Baixa 24.592 Oude kern op een heuvel, koepelkerk, kiezelstranden
L'Alfàs del Pi (Albir) Marina Baixa 21.080 Kustkern Albir onder de Serra Gelada; iets meer dan de helft van de inwoners is buitenlander
Benidorm Marina Baixa 77.327 Hoogbouw en een seizoen dat het hele jaar doorloopt
Villajoyosa Marina Baixa 37.449 Chocolade-industrie, Moros i Cristians met landing op het strand
El Campello Alacantí 31.419 Tramlijn naar Alicante, vissershaven, lange zandstrook
Santa Pola Baix Vinalopó 39.709 Boot naar Tabarca, visafslag, zoutpannen achter de kust
Guardamar del Segura Vega Baja 18.564 Duinen met aangeplant dennenbos; enige Valenciaanstalige gemeente van de streek
Torrevieja Vega Baja 98.533 Zoutmeren; bijna de helft van de inwoners is buitenlander

Bron: INE, officiële bevolkingscijfers per gemeente op 1 januari 2025

Een kwart van de inwoners heeft een buitenlandse nationaliteit

Op 1 januari 2025 stonden er 497.387 mensen met een buitenlandse nationaliteit ingeschreven in de provincie Alicante, 24,5 procent van de bevolking. In verhouding is dat het hoogste aandeel van alle Spaanse provincies; in absolute aantallen staat Alicante derde, na Madrid en Barcelona. De grootste groepen komen uit het Verenigd Koninkrijk (68.904), Colombia (51.224), Marokko (49.749), Oekraïne (32.831), Roemenië (24.034) en Algerije (23.662).

De spreiding is ongelijk. Vijftien gemeenten in de provincie tellen meer buitenlandse dan Spaanse inwoners, en ze liggen vrijwel allemaal in de Vega Baja of de Marina Alta: Rojales komt op 68,1 procent, San Fulgencio op 66,8, Daya Vieja op 63,3, Benitatxell op 61,5, Calpe op 54,1 en L'Alfàs del Pi op 50,4 procent. In Torrevieja gaat het om bijna de helft van de inwoners, in Jávea om 47,5 procent.

Voor een bezoeker verklaart dat een deel van het straatbeeld. In veel kustplaatsen zijn borden, menukaarten en gemeentelijke voorlichting ook in het Engels, en wijken bestaan er uit vrijstaande huizen in plaats van uit hotels. Wonen in plaats van hotelverblijf heet in Spaanse statistieken residentieel toerisme. Vooral de kust van de Vega Baja is daarmee in enkele decennia volgebouwd met urbanisaties, en het verklaart waarom de voorzieningen daar ook buiten het seizoen open blijven.

De luchthaven, de tram en de boot naar Ibiza

De meeste bezoekers komen aan op Alicante-Elche Miguel Hernández, de luchthaven tussen beide steden. In 2024 verwerkte die 18.387.387 passagiers, 16,8 procent meer dan in 2023. Daarvan waren 15,79 miljoen internationale passagiers. Daarmee is het de vijfde luchthaven van Spanje, na Madrid, Barcelona, Palma de Mallorca en Málaga. In 2025 kwam het aantal nog hoger uit: tot en met november werden 18.631.566 reizigers geteld, meer dan in heel 2024.

Voor het noordelijke deel van de kust is de luchthaven van Valencia een alternatief, bijvoorbeeld voor wie naar Dénia of Jávea gaat. Uit de haven van Dénia vertrekken veerboten naar Ibiza, Formentera en Palma de Mallorca, de vaste verbinding van deze kust met de Balearen.

Over land loopt er geen doorgaande spoorlijn langs de kust, maar wel een tramnet. De TRAM d'Alacant, geëxploiteerd door Ferrocarrils de la Generalitat Valenciana, verbindt met lijn 1 het centrum van Alicante via El Campello met Benidorm. Vanaf Benidorm rijdt lijn 9 door naar Dénia, over het oude traject van het Trenet de la Marina. Met één overstap kom je zo van Alicante tot in Dénia zonder auto.

Ten zuiden van Alicante houdt dat op. Alicante en Elche hebben allebei een treinstation, maar Torrevieja, Guardamar en de kustwijken van Orihuela niet. Daar rijden bussen, en wie verder wil komen dan het strand en de dichtstbijzijnde supermarkt heeft een auto nodig.

Rode garnalen, chocolade en zout

De keuken van deze kust draait om rijst en vis. Dénia is sinds 2015 door UNESCO aangewezen als creatieve stad van de gastronomie. De plaats staat bekend om de gamba roja, de rode garnaal die voor de kust wordt gevangen en meestal eenvoudig gekookt op tafel komt. In de havens van Santa Pola en Villajoyosa wordt de vangst geveild, en in beide plaatsen staan rijstgerechten met vis en schaaldieren op vrijwel elke kaart.

Daarbuiten levert de streek drie producten die je in heel Spanje tegenkomt: chocolade uit de fabrieken van Villajoyosa, dadels van de palmen van Elche en zout uit de lagunes bij Torrevieja, waar het al sinds de dertiende eeuw wordt gewonnen.

Rode garnalen op een viskraam
Rode garnalen op een viskraam.

Plaatsen en bezienswaardigheden

  • Benidorm · Compacte hoogbouwbadplaats aan de Costa Blanca, met twee stranden rond een rots en een seizoen dat het hele jaar doorloopt.
  • Altea · Ommuurde oude kern hoog boven zee in de Marina Baixa, met kiezelstranden en drie jachthavens onder aan de helling.
  • Calpe · Kustplaats in het noorden van de Costa Blanca met de Penyal d'Ifac, twee stadsstranden, een zoutvlakte, een Romeinse vindplaats en oude kern.
  • Dénia · Havenstad in het noorden van de Costa Blanca met een kasteel, twintig kilometer kust, veerboten naar de Balearen en een UNESCO-titel.
  • Jávea · Kustplaats in het noorden van de Costa Blanca met een oud dorp, een haven, één zandstrand, rotsbaaien en de berg Montgó erachter.
  • Moraira · Moraira is een kleine kustplaats tussen Calpe en Jávea, met een kasteel boven het strand, een werkende visserijhaven en zeven stranden en baaien.
  • Torrevieja · Zuidelijke badplaats van bijna honderdduizend inwoners, ontstaan rond de zoutwinning, naast een roze lagune in een natuurpark.
  • Guardamar del Segura · Badplaats aan de monding van de Segura, met een aangeplant duinbos van 800 hectare voor de kust.
  • Santa Pola · Vissershaven aan de zuidkant van de Costa Blanca, met een kasteel dat nu museum is en een natuurpark bij de zoutpannen.
  • Villajoyosa · Een oude vissersplaats aan de Costa Blanca met geschilderde huizen aan zee, een ommuurde kern en een eigen feestweek eind juli.
  • El Campello · Kustgemeente ten noorden van Alicante, met een lange strandstrook, een werkende vissershaven en een archeologische landtong.
  • L'Alfàs del Pi · Gemeente tussen Benidorm en Altea, met het dorp landinwaarts en badplaats El Albir aan zee.
Weer en klimaat

Benieuwd naar de temperaturen per maand? Bekijk weer en klimaat in costa blanca met de volledige klimaattabel.

Veelgestelde vragen

Ligt Benidorm aan de Costa Blanca of aan de Costa del Sol?

Aan de Costa Blanca. Benidorm ligt in de provincie Alicante, aan de oostkust van Spanje, in de Valenciaanse Gemeenschap. De Costa del Sol is de kust van de provincie Málaga in Andalusië, honderden kilometers naar het zuidwesten. De twee worden vaak verwisseld omdat de namen uit dezelfde jaren stammen, beide kusten vanaf de jaren vijftig op de Britse markt zijn gezet en er op beide kusten badplaatsen met hoogbouw zijn ontstaan. Welke kust waar ligt, is te zien op de kaart van Spanje.

Hoort de Mar Menor bij de Costa Blanca?

Nee. De Mar Menor en La Manga liggen in de regio Murcia, aan de Costa Cálida. De Costa Blanca eindigt bij Pilar de la Horadada, de zuidelijkste gemeente van de provincie Alicante; daar begint de volgende regio en de volgende kustnaam. In de praktijk lopen de gebieden wel in elkaar over, want vanaf Torrevieja is de noordkant van de Mar Menor dichtbij en bedient de luchthaven van Alicante beide kusten. Bestuurlijk, in taal en in aanbod zijn het twee verschillende gebieden.

Kun je van Dénia naar Torrevieja reizen zonder auto?

Het kan, maar niet in één rit. Tramlijn 9 brengt je van Dénia naar Benidorm, lijn 1 van Benidorm naar het centrum van Alicante, en vanaf Alicante rijden bussen naar Torrevieja, want de kustplaatsen in de Vega Baja hebben geen station. Reken op een groot deel van de dag. Binnen het noordelijke deel van de kust is het tramnet goed bruikbaar; het zuiden van de Vega Baja, met woonwijken ver buiten de kernen, is zonder auto het lastigst.

Welke eilanden liggen voor de Costa Blanca?

Tabarca is het enige bewoonde eiland voor deze kust. Het meet 0,3 vierkante kilometer, heeft ongeveer zestig inwoners, hoort bestuurlijk bij de gemeente Alicante en is per boot bereikbaar vanuit Santa Pola. Verder liggen er alleen onbewoonde rotseilandjes voor de kust, waaronder het eiland voor Benidorm en de rotsen bij Jávea. Wie een echte eilandvakantie zoekt, komt uit bij de Spaanse eilanden; de Balearen zijn vanaf Dénia met de veerboot bereikbaar.

Waar kun je aan de Costa Blanca wandelen?

Aan de noordkant liggen de meeste routes, omdat de Betische uitlopers daar tot aan zee doorlopen. Het natuurpark Montgó boven Dénia en Jávea, de Serra Gelada tussen Albir en Benidorm en de Peñón de Ifach bij Calpe hebben gemarkeerde paden; voor de top van die laatste geldt een dagquotum en een reservering vooraf. Verder landinwaarts liggen de Aitana van 1.558 meter en de Puig Campana van 1.410 meter. In het zuiden zijn de wandelingen vlak: door het aangeplante dennenbos van Guardamar of langs de zoutmeren bij Torrevieja.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Praktisch · Weer en klimaat

Weer en klimaat in Costa Blanca

Maandcijfers voor temperatuur, regen en zon aan de Costa Blanca, plus het verschil in neerslag tussen noord en zuid.

Bestemmingen · Overzicht

De Spaanse eilanden

De Balearen en de Canarische Eilanden tellen samen twaalf bewoonde eilanden, in twee heel verschillende zeeën.

Bestemmingen · Overzicht

De Spaanse kusten

Overzicht van alle Spaanse kusten: welke costa waar ligt, hoe de namen ontstonden en waarin de kusten verschillen.

Bestemmingen · Steden

Steden in Spanje

Welke Spaanse steden er zijn, hoe groot ze werkelijk zijn en welke historische laag je waar terugziet.