Op deze pagina
Vier bewoonde eilanden en een onbewoond nationaal park
De Balearen liggen in de Middellandse Zee, ten oosten van de Spaanse kust tussen Valencia en Barcelona. Het statuut van autonomie uit 2007 omschrijft het grondgebied van de regio als de eilanden Mallorca, Menorca, Ibiza, Formentera en Cabrera, plus de kleinere eilanden daar vlakbij. Vier daarvan zijn bewoond. Cabrera is sinds 1991 nationaal park en heeft geen vaste bewoners. In ons overzicht van Spaanse bestemmingen staat de archipel naast de kuststreken, de steden en de tweede eilandengroep van het land.
Op 1 januari 2025 stonden er 1.249.844 mensen ingeschreven: 971.068 op Mallorca, 164.265 op Ibiza, 102.821 op Menorca en 11.690 op Formentera. Ruim driekwart van alle inwoners woont dus op Mallorca. Van de totale bevolking heeft 21,7 procent een buitenlandse nationaliteit, met flinke verschillen per eiland: op Ibiza en Formentera samen is dat 28 procent, op Mallorca 21,2 procent en op Menorca 14,4 procent.
Bestuurlijk is de archipel één regio met vier eilandbesturen. Naast het parlement, de regering en de president noemt het statuut ook de consells insulars van Mallorca, Menorca, Ibiza en Formentera als eigen instellingen van de gemeenschap. Ook Formentera, met nog geen twaalfduizend inwoners, heeft daarmee een eigen eilandraad. Palma is de hoofdstad en de zetel van het parlement en de regering, en de stad staat ook in ons overzicht van steden in Spanje. Als eigen feestdag geldt 1 maart.
Spanje heeft twee eilandengroepen die als eigen autonome regio zijn ingericht: de Balearen in de Middellandse Zee en de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan. Wie beide tegen elkaar afweegt, vindt ze bij elkaar in het overzicht van de Spaanse eilanden.
Mallorca, Menorca, Ibiza en Formentera vergeleken
De vier eilanden worden vaak in één adem genoemd, maar ze verschillen in omvang, in reliëf en in voorgeschiedenis. Mallorca is het grootste en het drukst bewoonde eiland. Alleen de Serra de Tramuntana al, de bergketen die over ongeveer negentig kilometer langs de noordwestkust loopt, beslaat 1.070,9 vierkante kilometer, bijna dertig procent van het eiland. De keten loopt van het eilandje sa Dragonera in het zuidwesten tot kaap Formentor in het noordoosten en raakt twintig gemeenten.
Menorca ligt het verst naar het noordoosten en is verdeeld over acht gemeenten. Het eiland heeft een van de hoogste concentraties prehistorische vindplaatsen ter wereld op bewoond gebied; de bouwwerken die daar staan, kwamen in 2023 op de werelderfgoedlijst. Ibiza telt met 164.265 inwoners ruim anderhalf keer zoveel mensen als Menorca, en heeft met de ommuurde bovenstad Dalt Vila de oudste inschrijving van de archipel, uit 1999. Formentera is met 11.690 inwoners het kleinste eiland en heeft geen luchthaven: je komt er over water, via de haven la Savina.
Dat Ibiza en Formentera vaak samen genoemd worden, heeft een reden. Ze liggen dicht bij elkaar en heten in het Catalaans samen de Pitiüses. Hun plaats op de werelderfgoedlijst is ook gedeeld: het beschermde zeegras ligt in het water rond beide eilanden.
| Eiland | Inwoners | Aandeel van de bevolking | Inwoners met een buitenlandse nationaliteit |
|---|---|---|---|
| Mallorca | 971.068 | 77,7 procent | 21,2 procent |
| Ibiza | 164.265 | 13,1 procent | 28 procent, samen met Formentera |
| Menorca | 102.821 | 8,2 procent | 14,4 procent |
| Formentera | 11.690 | 0,9 procent | 28 procent, samen met Ibiza |
| Balearen samen | 1.249.844 | 100 procent | 21,7 procent |
Bron: IBESTAT, bevolking van de Illes Balears per eiland
Sobrassada en de varianten per eiland
Een product dat op alle vier de eilanden wordt gemaakt, is de sobrassada: een gerijpte worst van varkensvlees en varkensvet met zout en zoet of pikant paprikapoeder, zacht genoeg om op brood te smeren. Op Mallorca is de bereiding vanaf de zestiende eeuw gedocumenteerd, en de naam Sobrassada de Mallorca is beschermd als geografische aanduiding. De versie die op Menorca wordt gemaakt bevat minder vet, en die van Ibiza en Formentera is sterker gekruid.
Drie keer werelderfgoed, om heel verschillende redenen
Op de Balearen staan drie inschrijvingen op de werelderfgoedlijst van UNESCO, en ze gaan alle drie over iets anders. Ibiza kwam er in 1999 op met een combinatie van archeologie en zeenatuur, Mallorca in 2011 met een landbouwlandschap en Menorca in 2023 met prehistorische bouwwerken. Wie wil begrijpen waarom de eilanden zo van elkaar verschillen, kan bij die drie beginnen: samen leggen ze vast hoe de eilanden bewoond zijn geraakt en wat dat met het landschap heeft gedaan.
De terrassen en waterwerken van de Serra de Tramuntana
Het bergachtige noordwesten van Mallorca kreeg op 29 juni 2011 de status van cultuurlandschap, een categorie voor gebieden waarin het menselijke en het natuurlijke niet los van elkaar te zien zijn. De motivering draait om water. De Serra heeft weinig bronnen en veel helling, en eeuwen landbouw hebben daar een stelsel van terrassen op muren van droog gestapelde steen opgeleverd, met ondergrondse waterkanalen, open leidingen, greppels en reservoirs ertussen.
UNESCO onderbouwde de inschrijving met drie criteria. Het eerste gaat over de uitwisseling tussen de islamitische en de christelijke cultuur: het Arabische waterbeheer bleef na de verovering vanaf de dertiende eeuw in gebruik en werd gecombineerd met de christelijke indeling van het land in grote landgoederen, de possessions. Het tweede gaat over de terrassen zelf, de marjades, en over de techniek om water op te vangen en te bewaren. Het derde gaat over de aanpassing aan een omgeving met weinig water en weinig vlak land. Dwars door dat landschap loopt de GR-221, een langeafstandswandelroute die naar diezelfde droge steenbouw is genoemd.
De talayots en taula's van Menorca
Menorca kwam op 18 september 2023 op de lijst, als vijftigste Spaanse inschrijving, onder de naam Menorca Talayótica. Una odisea ciclópea insular. De inschrijving bestaat uit negen onderdelen en gaat over een prehistorische cultuur die zich op het eiland in betrekkelijk isolement ontwikkelde. Daarbij horen vier soorten bouwwerken: navetes als grafmonument, omheinde terreinen rond een taula, monumentale ronde huizen en de talaiots waaraan de cultuur haar naam ontleent.
Wat Menorca archeologisch bijzonder maakt, is de dichtheid. Het Spaanse ministerie van Cultuur noemt het eiland een van de plekken met de hoogste concentratie prehistorische vindplaatsen ter wereld, en wel op gebied waar mensen wonen. Het gaat dus niet om één afgesloten opgraving, maar om monumenten die tussen akkers, wegen en dorpen door liggen.
Fenicische graven en zeegras op Ibiza
De oudste van de drie inschrijvingen dateert van 4 december 1999 en heet Eivissa, Biodiversitat i Cultura. Ze bestaat uit vier onderdelen: de bovenstad Dalt Vila, de velden zeegras in het water eromheen, de Fenicisch-Punische begraafplaats Puig des Molins en de Fenicische nederzetting sa Caleta. Het is de enige van de drie waarin natuur en archeologie in één besluit samenkomen.
Het zeegras is Posidonia oceanica, een bloeiende zeeplant die alleen in de Middellandse Zee voorkomt. Volgens de gemeente Ibiza is die plant de reden dat het water rond Ibiza en Formentera zo helder is, en hangt de biodiversiteit in die wateren er rechtstreeks mee samen. De velden staan onder druk van ankers van de groeiende pleziervaart, van vervuiling, van ingevoerde planten en algen en van het opspuiten van zand op stranden voor het seizoen begint. Wie de eilanden vooral om het water bezoekt, vindt in het overzicht van de mooiste stranden van Spanje een bredere vergelijking.
Cabrera, een nationaal park dat vooral uit zee bestaat
Ten zuiden van Mallorca ligt Cabrera, een onbewoonde eilandengroep die in april 1991 bij wet tot nationaal park werd verklaard. Het park besloeg toen 10.021 hectare, waarvan 8.703 hectare zee. Op 1 februari 2019 besloot de ministerraad er 80.779 hectare aangrenzend zeegebied bij te trekken, waarmee het totaal op 90.800 hectare kwam. Het landdeel is daarmee goed voor minder dan twee procent van het park.
Die uitbreiding ging om wat er in dieper water leeft. In het toegevoegde gebied liggen koraalbanken op grote diepte en trekroutes van walvisachtigen en grote vissen, twee soorten zeenatuur die tot dan toe in het Spaanse netwerk van nationale parken ontbraken. In en rond het park zijn acht soorten walvisachtigen waargenomen, van de gewone dolfijn tot de potvis en de gewone vinvis, en de onechte karetschildpad komt er voor.
Voor vogels telt Cabrera vooral vanwege de Balearische pijlstormvogel, die alleen op de Balearen broedt en op de internationale rode lijst als ernstig bedreigd staat. Op Cabrera broeden er volgens het uitbreidingsbesluit meer dan 450 paar. Hoe het park zich verhoudt tot de parken op het vasteland, staat in ons overzicht van nationale parken in Spanje.
Hoe warm en hoe nat is het per eiland?
Alle vier de eilanden hebben een mediterraan klimaat: warme, droge zomers en zachte, wisselvallige winters. De onderlinge verschillen in temperatuur zijn klein; in de neerslag zijn ze dat niet.
Op de drie luchthavenstations waarvan AEMET normaalwaarden over 1981 tot 2010 publiceert, ligt de gemiddelde maximumtemperatuur in augustus tussen 29 en 32 °C en in januari tussen 14 en 16 °C. Menorca krijgt per jaar ongeveer een derde meer neerslag dan de andere twee: 546 millimeter, tegen 411 bij Palma en 413 op Ibiza. Het station op Menorca ligt wel 91 meter boven zeeniveau en de twee andere vlak bij zee, dus een deel van het temperatuurverschil komt van de meetplek en niet van het eiland.
Het natte seizoen valt op alle drie de stations in de herfst. Tussen september en december komt op elk van de drie meer dan de helft van de jaarneerslag naar beneden, terwijl er in juli gemiddeld 3 tot 5 millimeter valt. Voor het plannen van een reis betekent dat vooral iets voor de randen van het seizoen: in juni ligt de gemiddelde maximumtemperatuur rond 26 tot 28 °C bij 11 tot 14 millimeter regen, terwijl oktober en november zachter maar natter zijn, met op Menorca gemiddeld 78 en 88 millimeter. Dit zijn maandgemiddelden over dertig jaar en geen verwachting voor een losse reisdag.
| Meetstation | Gemiddelde maximumtemperatuur in januari | Gemiddelde maximumtemperatuur in augustus | Neerslag per jaar |
|---|---|---|---|
| Palma de Mallorca, luchthaven, 5 meter hoogte | 15,2 °C | 31,3 °C | 411 mm |
| Ibiza, luchthaven, 6 meter hoogte | 15,7 °C | 30,3 °C | 413 mm |
| Menorca, luchthaven, 91 meter hoogte | 14,1 °C | 29,2 °C | 546 mm |
Bron: AEMET, maandelijkse klimaatcijfers per meetstation
Aankomen op Palma, Ibiza of Menorca, en verder met de boot
Mallorca, Ibiza en Menorca hebben elk een luchthaven, Formentera niet. Het verkeer over water loopt via vijf havens die de Autoritat Portuària de Balears beheert: Palma en Alcúdia op Mallorca, Maó op Menorca, Eivissa op Ibiza en la Savina op Formentera. Samen verwerken die havens volgens de havenautoriteit ongeveer 9,4 miljoen passagiers en ruim 16 miljoen ton vracht per jaar.
Formentera is daardoor het enige eiland dat je alleen over water bereikt, met de overtocht vanaf Ibiza naar la Savina. Tussen de eilanden onderling en naar het vasteland varen veerboten. Welke vastelandskust het dichtst bij welk eiland ligt, is af te lezen op de kaart van Spanje, en het overzicht van de Spaanse kusten beschrijft de kuststroken waar die boten vertrekken.
Wat je na aankomst aan vervoer nodig hebt, loopt per eiland sterk uiteen. Op Mallorca strekt alleen de Serra de Tramuntana zich al over ongeveer negentig kilometer en twintig gemeenten uit, dus kost het verplaatsen tussen de plaatsen in die bergstreek echte reistijd. Formentera is het kleinste van de vier en heeft één haven, zodat de afstanden er naar verhouding klein blijven.
Ruim twee miljoen mensen op de drukste dag
De eilanden hebben bijna 1,25 miljoen inwoners, maar op het hoogtepunt van de zomer zijn er veel meer mensen. Het statistiekbureau van de regio houdt daarvoor een aparte indicator bij die per dag schat hoeveel mensen er werkelijk aanwezig zijn, bewoners en bezoekers bij elkaar. Op de drukste dag van 2025 kwam die uit op 2.083.894 personen, en in augustus van dat jaar lag het dagelijks gemiddelde rond twee miljoen.
Die indicator meet iets anders dan het inwonertal. Het inwonertal telt wie staat ingeschreven, de aanwezigheidsindicator telt wie er op een dag is. Het verschil tussen beide bedroeg in augustus 2025 ruim driekwart miljoen mensen.
De toeristenstroom zelf wordt apart geteld. In augustus 2026 kwamen er volgens het statistiekbureau 3.167.905 toeristen aan met de Balearen als hoofdbestemming, 2,3 procent meer dan een jaar eerder, en zij gaven samen 4,6 miljard euro uit. Op verblijven in toeristische accommodaties heft de regio een eigen belasting, het impost de turisme sostenible, waarvan de opbrengst naar projecten voor milieu, erfgoed, onderzoek en opleiding gaat.
Wie de grootste drukte wil ontlopen, kijkt dus niet naar het inwonertal maar naar de maand van aankomst: op een dag in augustus zijn er ongeveer zestig procent meer mensen op de eilanden dan op een dag in januari.
Catalaans en Spaans, en waarom dezelfde plaats twee namen heeft
Op de Balearen zijn twee talen officieel. Het statuut van autonomie wijst het Catalaans aan als eigen taal van de eilanden, met dezelfde officiële status als het Spaans, dat in heel Spanje officieel is. Iedereen heeft volgens datzelfde artikel het recht het Catalaans te kennen en te gebruiken, en niemand mag om zijn taal worden gediscrimineerd.
Daardoor duikt dezelfde plaats in twee schrijfwijzen op. Ibiza heet in het Catalaans Eivissa, de havenstad van Menorca heet Maó in het Catalaans en Mahón in het Spaans, en de officiële naam van de regio is de Catalaanse vorm Illes Balears, waar het Nederlands de Balearen gebruikt. Op borden, tickets en kaarten kom je beide vormen tegen, en het gaat steeds om dezelfde bestemming. Een boot naar Maó en een boot naar Mahón zijn dezelfde boot, en een vlucht naar Eivissa landt op de luchthaven van Ibiza.
Op De Spaanse Wiki houden we de in het Nederlands ingeburgerde namen aan, en noemen we de Catalaanse vorm waar die je verder helpt bij het boeken of het lezen van een bord.