Naar de inhoud
Bestemming · Catalonië

Barcelona, een oude kern in een negentiende-eeuws raster

Barcelona is de hoofdstad van Catalonië en met 1.713.247 inwoners na Madrid de grootste gemeente van Spanje. De stad ligt op een smalle vlakte tussen de bergrug Collserola en de zee, en bestaat uit drie goed herkenbare lagen: een middeleeuwse kern op de Romeinse stad Barcino, het negentiende-eeuwse raster van Ildefons Cerdà waarin de meeste bouwwerken van Gaudí staan, en een waterfront dat voor de Olympische Spelen van 1992 is aangelegd.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 16 minuten
Dicht raster van gelijke woonblokken met afgeschuinde straathoeken, platte daken en smeedijzeren balkons.
Land en regio
Spanje, autonome gemeenschap Catalonië
Provincie
Barcelona
Inwoners
1.713.247 in 2025 (Idescat)
Oppervlakte
101,35 km², verdeeld over tien districten
Talen
Catalaans en Spaans, allebei officieel
Luchthaven
Josep Tarradellas Barcelona-El Prat, met een metrostation bij beide terminals
Openbaar vervoer
Metronet van TMB: acht lijnen, 165 stations en 125,4 km spoor (2025)
Stranden
Tien stadsstranden over bijna vijf kilometer kust
Hoogste punt
Tibidabo, in de Serra de Collserola
Karakter
Dicht bebouwde havenstad met een eigen taal, veel bouwkunst uit 1900 en een strand binnen de stadsgrens
Op deze pagina

Een smalle vlakte tussen de Collserola en de zee

Barcelona ligt aan de Middellandse Zee in het noordoosten van Spanje en is de hoofdstad van de autonome gemeenschap Catalonië en van de gelijknamige provincie. Volgens Idescat, het statistiekbureau van Catalonië, telde de gemeente in 2025 1.713.247 inwoners, na Madrid het hoogste aantal van het land. Het grondgebied meet 101,35 vierkante kilometer, zodat er bijna 16.900 mensen per vierkante kilometer wonen. De stad ligt op een vlakte tussen de rivieren Llobregat in het zuidwesten en Besòs in het noordoosten, met de bergrug Serra de Collserola erachter en de zee ervoor. Veel verder uitbreiden kan de stad niet, en dat verklaart waarom alles zo dicht op elkaar is gebouwd. Binnen de Spaanse bestemmingen is Barcelona een ander soort plaats dan de badplaatsen en de eilanden: een werkende havenstad met universiteiten, industrie en een eigen taal naast het Spaans. De stad ligt dichter bij de Franse grens dan bij Madrid, zoals de kaart van Spanje laat zien.

Het gemeentelijke gebied is sinds 1984 verdeeld in tien districten, elk met een eigen bestuur. Voor een bezoek van een paar dagen zijn er vooral vijf van belang, en die liggen alle vijf naast elkaar tussen de haven en de bergrug. Verschillende ervan waren tot het eind van de negentiende eeuw zelfstandige gemeenten, wat je nog aan het stratenplan ziet: Gràcia kwam in 1897 bij de stad en heeft smallere straten en eigen pleinen gehouden.

Het klimaat is mediterraan, met zachte winters en warme zomers. Omdat er ook zonder strandweer genoeg te doen is, loopt het bezoek het hele jaar door. De maandcijfers voor temperatuur, regen en zeewater staan bij het weer en klimaat in Barcelona.

De vijf districten waar bezoekers meestal terechtkomen
District Wat er ligt Hoe het eruitziet
Ciutat Vella Gotisch kwartier, El Raval, La Ribera, Barceloneta, La Rambla, de Boqueria, Museu Picasso Middeleeuws stratenplan, smal en dicht, grenst aan de oude haven
Eixample Sagrada Família, Casa Batlló, Casa Milà, Passeig de Gràcia Rechthoekig raster met afgeschuinde hoeken, brede trottoirs, veel winkels
Gràcia Park Güell aan de bovenrand, de pleinen van het oude dorp Zelfstandige gemeente tot 1897, met smallere straten dan het Eixample
Sants-Montjuïc De heuvel Montjuïc met het MNAC, de Fundació Joan Miró en het olympisch stadion, plus station Sants Parken en musea op een helling, met een woonwijk aan de voet
Sant Martí De stadsstranden vanaf de Vila Olímpica, het Fòrum en het voormalige fabrieksgebied Poblenou Ruimer en nieuwer, met rasterstraten die op zee uitkomen

Bron: Districten van Barcelona (Engelstalige Wikipedia)

Aankomst via El Prat, Sants en de metro

De luchthaven Josep Tarradellas Barcelona-El Prat ligt ten zuidwesten van de stad en verwerkte in 2025 ruim 57,4 miljoen passagiers, 4,4 procent meer dan het jaar ervoor, verdeeld over bijna 361.000 vliegtuigbewegingen. Aena noemt drie manieren om zonder auto de stad in te komen: de metro, de voorstadstrein en de bus. Metrolijn 9 Sud heeft een eigen station bij Terminal 1 en bij Terminal 2, en daarnaast rijdt de voorstadstrein R2 Nord vanaf de luchthaven het spoornet in. Welk kaartje je nodig hebt, staat niet bij Aena zelf: daarvoor verwijst de luchthaven door naar TMB, de vervoerder van de stad.

Met de trein kom je aan op station Barcelona Sants, dat aan de hogesnelheidslijn naar Madrid ligt. In de stad rijdt TMB zowel de metro als de bus. Het metronet had begin 2025 acht lijnen, 165 stations en 125,4 kilometer spoor; het busnet telt daarnaast 104 lijnen en ruim 2.600 haltes. Samen dekken die twee netten het hele gemeentelijke gebied, dus een auto heb je in het centrum niet nodig. Wie er toch mee komt, houdt rekening met betaald parkeren.

Catalaans en Spaans naast elkaar

In Catalonië zijn Catalaans en Spaans allebei officieel, en je komt ze in de stad voortdurend naast elkaar tegen. Uit het taalgebruiksonderzoek van 2023 blijkt dat 29,0 procent van de inwoners van Catalonië Catalaans als eerste taal heeft en 49,2 procent Spaans. Catalaans wordt vaker gebruikt dan het als eerste taal wordt geleerd: 32,6 procent noemt het de taal die ze gewoonlijk spreken. Die cijfers gelden voor de hele regio, niet voor de stad apart.

Praktisch betekent het dat straatnaamborden, aankondigingen en veel menukaarten in het Catalaans staan, terwijl in winkels en horeca vrijwel altijd ook Spaans wordt gesproken en in het centrum meestal Engels. Catalaans is geen variant van het Spaans maar een eigen Romaanse taal, met een eigen spelling, grammatica en literatuur. Hoe de talen en regio's van het land zich tot elkaar verhouden, staat op de pagina over Spanje.

Barcino onder het Gotische kwartier

De oudste laag van de stad is Romeins. Rond het jaar 15 voor Christus stichtten de Romeinen hier het legerkamp Barcino, dat uitgroeide tot een ommuurde stad op een lage heuvel. Resten van die muur staan nog overeind in het Gotische kwartier, het dichtbebouwde deel van Ciutat Vella tussen La Rambla en de Via Laietana. Rond de kathedraal zijn ze het duidelijkst te zien, met middeleeuwse en latere bouwdelen er direct tegenaan gezet.

De naam van de wijk klopt maar half. Het Gotische kwartier kreeg zijn huidige aanzien voor een groot deel in de twintigste eeuw. In aanloop naar de wereldtentoonstelling van 1929 werd het gebied omgebouwd tot een samenhangend historisch geheel, en tot in de jaren zestig kwamen er neogotische gevels en details bij. De kathedraal van Santa Eulàlia is daarvan het bekendste voorbeeld: de kerk zelf is laatmiddeleeuws, maar de voorgevel met de torentjes die op elke foto staat, werd pas tussen 1882 en 1913 gebouwd. Wie door de smalle straten loopt, kijkt dus naar een mengsel van echt middeleeuws werk, negentiende-eeuwse restauratie en twintigste-eeuwse aanvulling. De wijk is daarmee niet minder de moeite waard, maar wie onaangetast middeleeuws Barcelona zoekt, vindt dat eerder in losse gebouwen dan in het straatbeeld als geheel.

Het bestuurlijke midden van de oude stad ligt op de Plaça Sant Jaume. Aan de ene kant van dat plein staat het Palau de la Generalitat, de zetel van de Catalaanse regering, aan de andere kant de Casa de la Ciutat, het stadhuis. Ten oosten van de Via Laietana ligt La Ribera, met aan de Carrer de Montcada een rij middeleeuwse stadspaleizen; in een aantal daarvan zit het Museu Picasso.

Een smalle straat in het Gotische kwartier
Een smalle straat in het Gotische kwartier.

Het raster van Cerdà en de afgeschuinde hoeken

Buiten de middeleeuwse muren mocht eeuwenlang niet gebouwd worden. Toen dat verbod in de negentiende eeuw verviel, kwam de ingenieur Ildefons Cerdà met een plan voor de uitbreiding. Zijn plan uit 1859 bestond uit een raster van rechte straten en brede lanen over de vlakte tussen de oude stad en de omliggende dorpen Sants, Gràcia en Sant Martí. Dat raster heet het Eixample, Catalaans voor uitbreiding, en het is nu met ongeveer 269.000 inwoners op 7,5 vierkante kilometer het dichtstbevolkte district van de stad: ruim twee keer zo dichtbevolkt als de gemeente gemiddeld.

Wat als eerste opvalt, zijn de afgeschuinde hoeken. Cerdà sneed elk bouwblok aan vier kanten af, zodat op elk kruispunt een achthoekig pleintje ontstaat. Hij ontwierp het raster met het oog op verkeer, zonlicht en ventilatie; in het dagelijks gebruik leveren die hoeken terrasruimte, laad- en losplekken en overzicht bij het oversteken op. De lange rechte straten zorgen er ook voor dat je in het Eixample zelden verdwaalt en dat je van ver kunt zien waar je uitkomt.

In dit raster staat het grootste deel van het Catalaanse modernisme, de bouwstijl die rond 1900 opkwam en waarvan Antoni Gaudí de bekendste vertegenwoordiger is. Langs Passeig de Gràcia, de brede winkelstraat die het district doorsnijdt, staan in één blok drie huizen van drie verschillende architecten naast elkaar. Dat blok heet de Illa de la Discòrdia, het blok van de onenigheid, omdat de ontwerpen zo sterk van elkaar verschillen: Casa Batlló van Gaudí, dat op de werelderfgoedlijst staat, Casa Amatller van Josep Puig i Cadafalch en Casa Lleó Morera van Lluís Domènech i Montaner. Verderop in dezelfde straat staat Casa Milà, ook van Gaudí, die om zijn golvende stenen gevel La Pedrera wordt genoemd, de steengroeve.

De gevel en balkons van Casa Batlló
De gevel en balkons van Casa Batlló. Bewerking van een foto van Mattsjc, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons.
Afgeschuinde straathoeken in de Eixample
Afgeschuinde straathoeken in de Eixample.

De middentoren van de Sagrada Família, voltooid in 2026

De bouw van de Sagrada Família begon in 1882, onder de bisschoppelijke architect Francisco de Paula del Villar, die er een neogotische kerk van wilde maken. Gaudí nam het werk in 1883 over en wijdde zich er vanaf 1914 volledig aan. Hoe traag het ging, blijkt uit de stand bij zijn dood in 1926: van de klokkentorens was alleen die van de apostel Barnabas af, een jaar eerder voltooid. Paus Benedictus XVI wijdde de kerk op 7 november 2010 en verhief haar tot basiliek.

Op 20 februari 2026 werd de bovenste arm van het kruis op de toren van Jezus Christus geplaatst, waarmee de buitenkant van die toren klaar was. De toren komt met bekroning en kruis op 172,5 meter en blijft daarmee net onder de top van de Montjuïc, de heuvel aan de zuidkant van de stad. Het kruis zelf is zeventien meter hoog en dertien en een halve meter breed. Op 10 juni 2026, precies honderd jaar na de dood van Gaudí, zegende paus Leo XIV de toren in tijdens een mis waarvoor ruim vierduizend genodigden naar binnen konden.

Af is het gebouw daarmee niet. Het ontwerp heeft zes middentorens, en na die van Jezus Christus is de toren van de Maagd Maria met 138 meter de hoogste. Binnen de toren van Jezus Christus gaat het werk in 2027 en 2028 door, terwijl de kerk open blijft. Kaartjes gaan met een tijdslot vooraf in de verkoop, dus reserveer ruim op tijd. Wat er binnen te zien is en hoe het bezoek aan de torens verloopt, staat op de pagina over de Sagrada Família.

De torens van de Sagrada Família
De torens van de Sagrada Família. Bewerking van een foto van Canaan, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.

Welke werken van Gaudí op de werelderfgoedlijst staan

De Generalitat de Catalunya houdt in haar erfgoedregister bij welk werk van Gaudí werelderfgoed is. Park Güell, Palau Güell en Casa Milà kwamen in 1984 op de lijst. Later zijn daar vijf onderdelen aan toegevoegd: Casa Vicens, Casa Batlló, de crypte van de Colònia Güell en van de Sagrada Família de crypte en de Geboortegevel. Bij de Sagrada Família gaat het dus nadrukkelijk niet om de hele kerk. Het meeste daarvan is na de dood van Gaudí gebouwd en valt buiten de inschrijving, de middentoren van 2026 inbegrepen.

Park Güell is van die werken het enige dat als buitenruimte is aangelegd, op de helling boven Gràcia. Voor de Monumentale Zone, met de terrassen, de mozaïekbank en de trap, is een kaartje met tijdslot nodig. Dat gereguleerde deel beslaat maar een klein stuk van het terrein: de rest bestaat uit vrij toegankelijke natuur- en wandelgebieden, en bewoners van de omliggende wijken kunnen een pas aanvragen waarmee ze er het hele jaar gratis in komen.

Het strand dat de Spelen van 1992 opleverden

Barcelona heeft tien stranden over bijna vijf kilometer kust, van Sant Sebastià in het zuidwesten tot de Banys del Fòrum in het noordoosten. Die kustlijn is grotendeels het werk van de Olympische Spelen van 1992. Tot dan was het gebied bedrijfsterrein: op de plek van de huidige stranden stonden fabrieken, loodsen en spoorlijnen, en een strandboulevard was er niet. Voor de Spelen werd dat gesloopt, werd er zand opgespoten en kwamen er een jachthaven, een wandelboulevard en de nieuwbouwwijk Vila Olímpica.

Drie stranden, Mar Bella, Nova Mar Bella en Llevant, zijn bij die verbouwing helemaal nieuw aangelegd. Het oudste en drukste is Barceloneta, bij de gelijknamige wijk achter de oude haven. Hoe verder je naar het noordoosten loopt, hoe rustiger en breder het wordt; de Banys del Fòrum aan het eind is geen zandstrand maar een betegeld badplatform waar je rechtstreeks het water in gaat. Het blijven stadsstranden: ze liggen op loopafstand van metro en tram en er zijn strandwachten en horeca, maar duinen of baaien vind je er niet.

De kust is kwetsbaar gebleken. Storm Gloria richtte in januari 2020 zoveel schade aan dat tien tot twintig procent van het strandoppervlak verdween; het herstel kostte ongeveer 24 miljoen euro en een deel van het zand kwam daarna vanzelf terug. Wie een strand zonder stad erachter zoekt, kijkt noordelijker langs de Costa Brava of zuidelijker langs de Costa Daurada. Hoe die kusten zich tot elkaar verhouden, staat in het overzicht van de mooiste stranden van Spanje.

Het strand en de boulevard van Barceloneta
Het strand en de boulevard van Barceloneta.

Montjuïc en Tibidabo, de twee heuvels boven de stad

Twee heuvels steken boven de vlakte uit, en ze verschillen sterk van elkaar. De Montjuïc is de lage van de twee, bijna 178 meter boven de haven, met op de top een vesting die grotendeels uit de zeventiende eeuw stamt en later als gevangenis dienstdeed. De heuvel kreeg zijn huidige vorm door de wereldtentoonstelling van 1929, waarvoor het Palau Nacional, de Magische Fontein en het modeldorp Poble Espanyol werden gebouwd. In het Palau Nacional zit het Museu Nacional d'Art de Catalunya, met een grote verzameling romaanse kerkschilderingen. Op dezelfde helling staat de Fundació Joan Miró, met een groot deel van het werk van de Catalaanse kunstenaar.

De Spelen van 1992 voegden daar het vernieuwde olympisch stadion, de sporthal Palau Sant Jordi en de telecommunicatietoren van Santiago Calatrava aan toe. Boven kom je met de kabelspoorbaan en de kabelbaan die TMB op de heuvel exploiteert; de kabelspoorbaan begint bij metrostation Paral·lel.

Tibidabo is de andere en veel hogere heuvel, het hoogste punt van de stad, in de Serra de Collserola die Barcelona aan de landzijde afsluit. Boven staan de kerk Sagrat Cor, een pretpark en de zendmast Torre de Collserola, die vanuit grote delen van de stad te zien is.

De Collserola zelf is beschermd als natuurpark. Dat park bestaat sinds 1987, beslaat 8.465 hectare van een bergrug van bijna elfduizend hectare, heeft een eigen plan voor de bescherming van natuur en landschap en hoort bij het Europese netwerk Natura 2000. Een nationaal park is het niet, en dat is een ander en zwaarder beschermingsniveau met eigen regels. Welke parken dat zijn en waar ze liggen, staat in het overzicht van de nationale parken van Spanje.

Camp Nou tijdens de verbouwing

Het stadion van FC Barcelona ligt in het district Les Corts. De club bouwde het tussen 1955 en 1957 naar een ontwerp van Francesc Mitjans en Josep Soteras en opende het op 24 september 1957, met plaats voor 93.053 toeschouwers. In april 2014 stemden de leden in met Espai Barça, de verbouwing die de capaciteit op 105.000 zitplaatsen moet brengen. Het werk begon op 1 juni 2023; de club speelde de seizoenen 2023/24 en 2024/25 in het olympisch stadion op Montjuïc en keerde op 22 november 2025 terug voor de competitiewedstrijd tegen Athletic Club.

Klaar is de verbouwing nog niet. In maart 2026 kreeg de club een gebruiksvergunning voor een volgende fase, waarmee de beschikbare capaciteit op 62.652 plaatsen kwam. De bovenste ring en het dak volgen later, en de club richt zich op een volledig stadion voor het seizoen 2028/29. Wie nu naar een wedstrijd of naar de museumrondleiding gaat, komt dus op een terrein dat deels nog bouwplaats is. Wat er van de rondleiding open is en hoe je er komt, staat op de pagina over Camp Nou.

Zestien miljoen bezoekers en de vergunningen van 2028

Barcelona ontving in 2025 zestien miljoen bezoekers, 2,9 procent meer dan het jaar ervoor. In de geregistreerde logiesaccommodaties binnen de stad werden 37,2 miljoen overnachtingen geteld. Tel je de regio eromheen mee, dan telde de bestemming Barcelona 26,1 miljoen toeristen en een economisch effect van 14,0 miljard euro, waarvan 10,4 miljard in de stad zelf. Die aantallen vormen de achtergrond van vrijwel elke discussie in de stad: over huren, over drukte in de metro en over de vraag voor wie de binnenstad er is.

Een van de maatregelen raakt reizigers rechtstreeks. De gemeente verlengt de vergunningen voor toeristenappartementen niet wanneer die in november 2028 aflopen. Het gaat om ruim tienduizend woningen, die daarna terug moeten naar de gewone woningmarkt; burgemeester Jaume Collboni noemde de toegang tot woonruimte voor de eigen inwoners als reden. Voor bezoekers betekent dit dat het legale aanbod aan vakantiewoningen in de stad na die datum verdwijnt en dat hotels, pensions en appartementen buiten de gemeentegrens overblijven.

De drukte is sterk geconcentreerd rond een handvol plekken. La Rambla is daarvan het duidelijkste voorbeeld: de 1,2 kilometer lange promenade loopt van Plaça de Catalunya naar het Columbusmonument aan de oude haven en volgt het tracé van een beek die vroeger alleen bij zware regen water voerde. De naam gaat terug op het Arabische woord voor zand. De straat bestaat uit vijf opeenvolgende stukken met eigen namen, met onderweg de Font de Canaletes, de bloemenkramen, het operagebouw Liceu uit 1847 en een mozaïek van Joan Miró in het wegdek uit 1971. Halverwege ligt de ingang van de Mercat de Sant Josep de la Boqueria, de grote overdekte markt van de straat.

Op een doordeweekse dag blijven districten als Gràcia, Sant Andreu en Sants gewone woonwijken, met markten, buurtcafés en weinig souvenirwinkels. Hoe Barcelona zich verhoudt tot de andere grote steden van het land, staat in het overzicht van steden in Spanje.

Kaarten en tijdsloten

Voor de Sagrada Família, Park Güell en Casa Batlló koop je een kaartje met een tijdslot, en elk gebouw verkoopt die zelf; er bestaat geen gezamenlijk kaartje dat de drie dekt. Plan ze niet strak achter elkaar, want Park Güell ligt op de helling boven Gràcia, een flink eind van de twee andere vandaan.

Montserrat, de Costa Brava en de boot naar de Balearen

De stad is een bruikbaar vertrekpunt voor de rest van Catalonië. De bekendste dagtocht is Montserrat, een bergmassief ten noordwesten van de stad, met halverwege de steile wand de benedictijnse abdij Santa Maria de Montserrat.

Langs de kust gaat het twee kanten op. Ten noorden van de stad begint de Costa Brava, met rotskusten, pijnbomen en kleine baaien; ten zuiden ligt de Costa Daurada met lange, vlakke zandstranden. Beide zijn met de voorstadstrein voor een deel bereikbaar. Waar die kusten beginnen en eindigen en waarin ze van elkaar verschillen, staat in het overzicht van de Spaanse kusten.

Uit de haven vertrekken ook veerboten naar de eilanden. De havenautoriteit heeft daarvoor een eigen ferryterminal, met de vertrektijden en de vervoerders op haar eigen site. Dat maakt de stad een praktische opstap naar de Balearen voor wie met de eigen auto reist. Hoe die eilandengroep zich verhoudt tot de Canarische Eilanden, staat in het overzicht van de Spaanse eilanden.

Plaatsen en bezienswaardigheden

  • Sagrada Família · Onvoltooide basiliek van Antoni Gaudí in het Eixample van Barcelona, sinds februari 2026 met een toren van 172,5 meter.
  • Park Güell · Woonwijk van Eusebi Güell en Antoni Gaudí uit 1900 die onaf bleef, in 1926 een gemeentepark werd en sinds 1984 werelderfgoed is.
  • Casa Batlló · Woongebouw uit 1877 aan Passeig de Gràcia dat Antoni Gaudí tussen 1904 en 1906 ingrijpend omwerkte.
  • La Rambla · Een boulevard van ruim een kilometer tussen de Plaça de Catalunya en de haven, met de Boqueria, het Liceu en de Plaça Reial langs de route.
  • Camp Nou · Het stadion van FC Barcelona in de wijk Les Corts, sinds de verbouwing binnen Espai Barça in fasen in gebruik.
Weer en klimaat

Benieuwd naar de temperaturen per maand? Bekijk weer en klimaat in barcelona met de volledige klimaattabel.

Veelgestelde vragen

Hoeveel dagen heb je nodig voor Barcelona?

Drie volle dagen is een werkbare ondergrens als je de hoofdlijnen wilt zien zonder te hollen. Eén dag gaat dan op aan Ciutat Vella, dat je helemaal te voet doet, één aan het Eixample, met vooraf geboekte tijdsloten voor de Sagrada Família en Casa Batlló, en één aan Montjuïc of het strand. Park Güell en Camp Nou liggen allebei buiten het centrum en kosten per bezoek een halve dag inclusief heen en terug. Met twee dagen moet je kiezen tussen de oude stad en de bouwwerken van Gaudí.

Is de Sagrada Família nu af?

Nee. De buitenkant van de toren van Jezus Christus is sinds 20 februari 2026 klaar en die toren haalt met bekroning en kruis 172,5 meter, het hoogste punt van het gebouw. Binnen diezelfde toren wordt in 2027 en 2028 doorgewerkt. Van de zes middentorens die het ontwerp telt is de toren van de Maagd Maria met 138 meter de tweede in hoogte. Het gebouw is tijdens de werkzaamheden gewoon open voor bezoek.

Waarin verschilt Barcelona van Madrid als stedentrip?

Het grootste verschil is de zee: Barcelona heeft tien stranden binnen de stadsgrens, Madrid ligt honderden kilometers van de kust. Daarnaast is Barcelona tweetalig, met Catalaans naast Spaans in het straatbeeld. Madrid is de grotere stad en heeft de grote nationale kunstmusea; Barcelona is compacter en meer op bouwkunst uit de periode rond 1900 gericht. De hogesnelheidslijn verbindt station Sants rechtstreeks met Madrid, dus de twee steden zijn in één reis te combineren.

Wat is de Festa Major de Gràcia?

Dat is het buurtfeest van het district Gràcia, dat elk jaar acht dagen in augustus duurt en teruggaat tot 1817. Bewoners versieren hele straten met zelfgemaakte decors, van onderwaterwerelden tot filmtaferelen, en er is een wedstrijd om de best versierde straat. Het is het grootste wijkfeest van de stad en gratis toegankelijk, al is het in de smalle straten van Gràcia op de drukste avonden lastig doorlopen.

Waarom lijkt Barcelona groter dan het inwonertal doet vermoeden?

Omdat de gemeentegrens strak om de bebouwing heen ligt. Binnen die grens wonen ruim 1,7 miljoen mensen op iets meer dan honderd vierkante kilometer, maar de aaneengesloten stad loopt zonder onderbreking door in buurgemeenten als L'Hospitalet de Llobregat en Badalona, die eigen besturen hebben. Metro, voorstadstreinen en de ringwegen zijn op die grotere stad berekend, niet op de gemeente alleen.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Praktisch · Weer en klimaat

Weer en klimaat in Barcelona

Maandcijfers voor temperatuur, regen en zon in Barcelona volgens AEMET, met het verschil tussen het vliegveld en een station op 408 meter.

Bestemmingen · Overzicht

De Spaanse eilanden

De Balearen en de Canarische Eilanden tellen samen twaalf bewoonde eilanden, in twee heel verschillende zeeën.

Bestemmingen · Overzicht

De Spaanse kusten

Overzicht van alle Spaanse kusten: welke costa waar ligt, hoe de namen ontstonden en waarin de kusten verschillen.

Bestemmingen · Steden

Steden in Spanje

Welke Spaanse steden er zijn, hoe groot ze werkelijk zijn en welke historische laag je waar terugziet.