Op deze pagina
Waar de costanamen vandaan komen
Costa Brava, Costa del Sol, Costa Blanca: de namen waarmee de Spaanse kusten worden aangeduid klinken officieel, maar dat zijn ze niet. Het zijn toeristische aanduidingen uit de twintigste eeuw, en aan de Middellandse Zee valt hun begrenzing vrijwel overal samen met die van een provincie. Wie wil weten welke plaats bij welke kust hoort, heeft daarom meer aan de provinciekaart dan aan het landschap. Hoe de provincies en autonome gemeenschappen over het land verdeeld zijn, staat op de pagina over Spanje als land; de kusten zelf staan samen met de eilanden en de steden bij de Spaanse bestemmingen.
De oudste van deze namen is die van de Costa Brava. De journalist en dichter Ferran Agulló i Vidal, geboren in Girona in 1863, bedacht hem in een artikel uit 1908 en nam hem later op in zijn bundel Marines uit 1917. Brava betekent ruw of woest, en dat sloeg op de rotsige kust met weinig strand. Tegenwoordig wordt de naam meestal gebruikt voor de hele kust van de provincie Girona.
Vastgelegde grenzen hebben de meeste van deze namen niet. Met Costa del Sol wordt zowel de kust van de provincie Málaga bedoeld als het ruimere stuk tussen Nerja en Tarifa. De naam Costa Verde is zelfs twee keer in gebruik, voor de hele kust van Asturië en voor het westelijke deel van de kust van Cantabrië. Twee reisgidsen kunnen dezelfde plaats daardoor bij een andere kust indelen zonder dat een van beide fout zit.
Aan de Middellandse Zee loopt de indeling gelijk op met de provincies. Girona heeft de Costa Brava, Tarragona de Costa Daurada, Castellón de Costa del Azahar, Valencia de Costa de Valencia, Alicante de Costa Blanca, Murcia de Costa Cálida, Almería de Costa de Almería, Granada de Costa Tropical en Málaga de Costa del Sol. De provincie Barcelona is de uitzondering, met twee oudere namen: de Costa del Maresme ten noorden en de Costa del Garraf ten zuiden van de stad. Aan de Atlantische kant werkt het anders. Galicië deelt zijn kust in naar de rías, de riviermondingen die door de zee zijn overstroomd, en de Costa de la Luz beslaat de provincies Huelva en Cádiz samen.
| Kust | Provincie of regio | Begrenzing | Zee |
|---|---|---|---|
| Costa Brava | Girona (Catalonië) | Van Blanes tot Portbou aan de Franse grens | Middellandse Zee |
| Costa del Maresme en Costa del Garraf | Barcelona (Catalonië) | Van Montgat tot de Tordera en van de Llobregat tot de Foix | Middellandse Zee |
| Costa Daurada, in het Spaans Costa Dorada | Tarragona (Catalonië) | Van de monding van de Foix tot de Ebrodelta | Middellandse Zee |
| Costa del Azahar | Castellón (Valenciaanse Gemeenschap) | De hele kust van de provincie Castellón | Middellandse Zee |
| Costa de Valencia | Valencia (Valenciaanse Gemeenschap) | Tussen Castellón en Alicante, rond de Golf van Valencia | Middellandse Zee |
| Costa Blanca | Alicante (Valenciaanse Gemeenschap) | Van Dénia tot Pilar de la Horadada | Middellandse Zee |
| Costa Cálida | Murcia | De hele kust van de regio Murcia, met de Mar Menor | Middellandse Zee |
| Costa de Almería | Almería (Andalusië) | Van Pulpí tot Adra, dertien gemeenten | Middellandse Zee en Alboránzee |
| Costa Tropical | Granada (Andalusië) | De kust van de provincie Granada, met Motril als grootste plaats | Alboránzee |
| Costa del Sol | Málaga en oostelijk Cádiz (Andalusië) | Van Nerja tot Tarifa, zonder vastgelegde grens | Alboránzee |
| Costa de la Luz | Huelva en Cádiz (Andalusië) | Van Tarifa tot de monding van de Guadiana | Atlantische Oceaan, Golf van Cádiz |
| Rías Baixas | Pontevedra en zuidelijk A Coruña (Galicië) | Van de Portugese grens tot Finisterre | Atlantische Oceaan |
| Rías Altas, met de Costa da Morte | A Coruña en Lugo (Galicië) | Van Finisterre tot de grens met Asturië | Atlantische Oceaan en Cantabrische Zee |
| Costa Verde | Asturië | De hele kust van Asturië | Cantabrische Zee |
| Costa de Cantabria, met Costa Esmeralda in het oosten en Costa Verde in het westen | Cantabrië | De hele kust van Cantabrië | Cantabrische Zee |
| Costa Vasca | Bizkaia en Gipuzkoa (Baskenland) | Van Muskiz tot de Franse grens, waar de naam doorloopt | Cantabrische Zee |
Bron: Costas de España: overzicht van de gangbare costanamen en hun gebruikelijke begrenzing
Waar de ene zee overgaat in de andere
Spanje grenst aan drie wateren, en de Spaanse statistiek verdeelt de kust van het vasteland langs die drie. Dit zijn de lengtes die het Instituto Geográfico Nacional voor het Anuario Estadístico van het INE heeft opgemeten:
- Middellandse Zeekust, van Punta de Europa bij Gibraltar tot de Franse grens: 1.670 km
- Atlantische kust, 1.084 km in het noordwesten en 303 km in het zuiden: 1.367 km
- Cantabrische kust, van de Franse grens tot Estaca de Bares in Galicië: 867 km
Samen is dat 3.904 km kust op het vasteland. De punten waar het INE de ene kust laat eindigen en de volgende laat beginnen, zijn afspraken voor de meting. De costanamen leggen de overgang van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan ergens anders, namelijk bij Tarifa, verder naar het westen.
Het verschil tussen een oceaan en een bijna gesloten zee merk je op het strand. Aan de Atlantische en de Cantabrische kust is het getijverschil groot en de golfslag zwaar, zodat het strand bij laag water merkbaar breder is dan bij hoog water. In de Middellandse Zee is het getijverschil klein en zijn de golven doorgaans lager. Van de Costa Brava naar de Costa Vasca reis je over de volle breedte van Spanje, en onderweg veranderen de zee, het klimaat en de bebouwing langs het water. Op de kaart van Spanje is te zien hoe de kusten ten opzichte van elkaar liggen.
Hoe groot de klimaatverschillen tussen de kusten zijn
Het grootste klimaatverschil tussen de Spaanse kusten zit in de neerslag, niet in de temperatuur. Tussen het koelste en het warmste meetstation in de tabel hieronder scheelt de gemiddelde jaartemperatuur 4,4 °C. In neerslag valt bij Bilbao bijna zes keer zoveel als bij Almería en bij A Coruña ruim vijf keer zoveel.
De ligging van die twee uitersten verschilt sterk. Bilbao en A Coruña liggen aan de open Atlantische Oceaan, met het Cantabrisch Gebergte vlak achter de kustlijn. Almería ligt aan de Middellandse Zee, in de luwte van de bergketens van het binnenland. De cijfers in de tabel komen van AEMET, de Spaanse weerdienst, en zijn gemiddelden over de jaren 1981 tot en met 2010, gemeten op zeven stations aan of vlak bij de kust. Het zijn dus gemiddelden en geen verwachting voor een losse reisweek, en een regendag is een dag waarop neerslag is gemeten, niet een dag die verregent.
Voor een reis telt dat verschil vooral in het landschap achter het strand en in de verdeling van de regen over het jaar. Aan de Galicische en Baskische kust is het land groen tot aan de kustlijn en valt de neerslag verspreid over meer dan 120 dagen. Bij Almería regent het op 25 dagen per jaar en blijft het landschap achter het strand ook in de winter droog. Málaga en Cádiz hebben vrijwel dezelfde gemiddelde jaartemperatuur, maar in Cádiz worden negen regendagen per jaar meer geteld.
| Meetstation | Kust | Gemiddelde jaartemperatuur | Neerslag per jaar | Regendagen per jaar |
|---|---|---|---|---|
| Barcelona, luchthaven | Catalaanse kust | 16,1 °C | 588 mm | 53 |
| Alicante | Costa Blanca | 18,3 °C | 311 mm | 38 |
| Almería, luchthaven | Costa de Almería | 19,1 °C | 200 mm | 25 |
| Málaga, luchthaven | Costa del Sol | 18,5 °C | 534 mm | 42 |
| Cádiz | Costa de la Luz | 18,6 °C | 523 mm | 51 |
| A Coruña | Galicische kust | 14,8 °C | 1.014 mm | 130 |
| Bilbao, luchthaven | Costa Vasca | 14,7 °C | 1.134 mm | 124 |
Bron: AEMET, gemiddelde temperatuur, neerslag en regendagen per meetstation over 1981-2010
Rías, calas, duinen en de delta van de Ebro
Het grote getijverschil en de zware golfslag aan de Atlantische kant bepalen ook de vorm van de kustlijn. Daar nemen getij en golven het sediment mee dat de rivieren aanvoeren en verspreiden het zeewaarts, terwijl dat materiaal in de Middellandse Zee grotendeels bij de riviermonding blijft liggen. Daardoor liggen de grote delta's van Spanje aan de Middellandse Zee en de diepe zeearmen aan de Atlantische kant.
De rías van Galicië en de kliffen van de Cantabrische kust
Een ría is een rivierdal dat onder water is komen te staan doordat de zeespiegel steeg. Daarin verschilt hij van een fjord, dat door een gletsjer is uitgesleten en daardoor dieper is en steilere wanden heeft. Galicië deelt zijn rías in naar hun ligging ten opzichte van Finisterre. Ten zuiden ervan liggen de Rías Baixas, de grootste en diepste: Corcubión, Muros e Noia, Arousa, Pontevedra, Aldán en Vigo. Ze zijn breed en diep genoeg voor schepen met veel diepgang, en elke ría heeft een eigen vissershaven. Ten noorden en noordoosten van Finisterre liggen de Rías Altas, met daarbinnen de Costa da Morte tussen Cabo Roncudo en Finisterre.
Ten oosten van Galicië verandert de kust van karakter. De Cantabrische kust loopt vrijwel recht van west naar oost, met kliffen als overheersende vorm en weinig lange stranden. De rías zijn er kort en vertakken zich niet, anders dan de brede zeearmen van Galicië.
De delta van de Ebro en de lagune van de Mar Menor
Het slib en het zand dat de Ebro meevoert, hebben aan de Costa Daurada een delta van 320 vierkante kilometer gevormd. Volgens de Generalitat de Catalunya is dat het grootste waterrijke gebied van Catalonië. Een decreet uit 1983 maakte een deel ervan natuurpark, in 1986 uitgebreid; het park beslaat 7.806 hectare land, waarvan 2.578 hectare natuurreservaat, en 470 hectare zee. Sinds maart 1993 staat het gebied op de lijst van het Verdrag van Ramsar voor wetlands van internationaal belang.
Aan de Costa Cálida ligt een heel ander water. De Mar Menor is met 135 vierkante kilometer de grootste kustlagune van de Spaanse Middellandse Zee. Een zandrug van 22 kilometer, La Manga, scheidt hem van de open zee; die rug is tussen 100 en 1.500 meter breed en wordt door vijf kanalen doorsneden.
De lagune verkeert in een gevorderd stadium van aantasting: volgens het Spaanse ministerie voor ecologische transitie heeft het ecosysteem zijn evenwicht verloren. Na de stortregens van september 2019 raakte het water zonder zuurstof en stierven er massaal vissen en andere zeedieren, en in augustus 2021 gebeurde dat opnieuw. De stikstof en fosfor die de algenbloei voeden komen volgens hetzelfde ministerie vooral uit de intensieve landbouw van het Campo de Cartagena en uit menselijke activiteit rond de lagune. In september 2022 gaf een wet die uit een volksinitiatief voortkwam de lagune en haar stroomgebied rechtspersoonlijkheid. Daarbij horen drie eigen organen: een comité met vertegenwoordigers van het rijk, de regio Murcia en de bewoners, een begeleidingscommissie met de aanliggende gemeenten en belangenorganisaties, en een wetenschappelijk comité van onafhankelijke onderzoekers.
Van het vulkanische gesteente bij Cabo de Gata naar de duinen van de Golf van Cádiz
Het zuidoostelijke uiteinde van het vasteland bestaat uit vulkanisch gesteente. De Junta de Andalucía bracht het gebied op 23 december 1987 onder bescherming als natuurpark Cabo de Gata-Níjar, het eerste beschermde gebied van Andalusië dat land en zee samen omvat. Het park heeft 50 kilometer kliffenkust, volgens de Junta de best bewaarde van de Europese Middellandse Zeekust, met kleine baaien en zeebodems vol posidonia, een zeegras dat voor het ecosysteem van de Middellandse Zee van groot belang is.
Voorbij de Straat van Gibraltar verandert het beeld. De Golf van Cádiz heeft lange zandstranden, duinen en moerassen in plaats van rotskust. Daar ligt Doñana, sinds oktober 1969 nationaal park, met 54.252 hectare in de provincies Huelva en Sevilla; sinds 1982 staat het ook op de Ramsarlijst. Aan de Galicische kant beschermt het nationaal park Islas Atlánticas sinds 2002 de eilandengroepen Cíes, Ons, Sálvora en Cortegada, met 1.195 hectare land en 7.285 hectare zee. Welke beschermde gebieden er verder langs de kust liggen, staat bij de nationale parken van Spanje.
De kustwet van 1988 en de bebouwing langs het water
In de ene badplaats staan de flats bijna op het zand, in de volgende ligt er honderd meter open ruimte tussen de bebouwing en de vloedlijn. Dat verschil gaat terug op één wet: de Ley de Costas, de Spaanse kustwet, die op 29 juli 1988 in werking trad.
De wet rekent de strook tussen de laagwaterlijn en het punt waar het water bij de zwaarste bekende stormen komt tot het openbaar domein, het dominio público marítimo-terrestre. Stranden, duinen, schorren en kustlagunes vallen daar volgens artikel 3 onder. Landinwaarts daarvan gelden twee zones: een strook van 6 meter waarover het publiek moet kunnen lopen, en een beschermingszone van 100 meter waarin bouwen aan strenge voorwaarden gebonden is.
Die 100 meter geldt niet overal. Een overgangsbepaling legde vast dat voor grond die in 1988 al als suelo urbano was ingetekend, als bestaand stedelijk gebied dus, een beschermingszone van 20 meter geldt. Bestaande bebouwing en al verleende vergunningen bleven daarbij in stand, en nieuwbouw mocht de rooilijn van de bestaande bebouwing volgen. Daardoor staat de gesloten gevelwand langs het strand in de oudere badplaatsen er nog steeds, terwijl projecten buiten die gebieden sinds 1988 veel verder van het water af moeten blijven.
De toelichting bij de wet laat zien waarom hij er kwam. Spanje had toen ongeveer 7.880 kilometer kust, waarvan 24 procent uit strand bestond. In de kuststrook van ongeveer 5 kilometer breed, 7 procent van het grondgebied, woonde rond 1988 ongeveer 35 procent van de Spanjaarden, tegen 12 procent aan het begin van de twintigste eeuw. Van de toeristen verbleef 82 procent aan de kust, en ongeveer 40 procent van de kustlijn was al bebouwd of als bouwgrond aangemerkt. Die cijfers staan sinds 1988 ongewijzigd in de wettekst en beschrijven dus de situatie van toen.
De kusten van de Balearen en de Canarische Eilanden
Van de kustlengte die het INE per provincie opgeeft, ligt ruim een derde op de eilanden. De Balearen hebben 910 kilometer en de Canarische provincies Las Palmas en Santa Cruz de Tenerife samen 1.126 kilometer, tegen 3.904 kilometer voor het vasteland. Hoe de twee archipels zich tot elkaar verhouden, staat bij de Spaanse eilanden.
De Balearen bestaan uit twee groepen: de Gimnesische eilanden met Mallorca, Menorca en Cabrera, en de Pitiusen met Ibiza en Formentera. Naast de lange stranden van Mallorca en Ibiza telt de archipel veel calas, kleine baaien tussen de rotsen die vaak alleen te voet of per boot bereikbaar zijn. Welk eiland welk karakter heeft, staat bij de Balearen.
De Canarische Eilanden zijn van vulkanische oorsprong en liggen in de Atlantische Oceaan ten noordwesten van Afrika. Zeven eilanden hebben een eigen bestuur, verdeeld over de provincies Las Palmas en Santa Cruz de Tenerife; La Graciosa is het achtste bewoonde eiland. Veel stranden hebben er donker zand, omdat het uit vulkanisch gesteente is ontstaan. Las Teresitas bij Santa Cruz de Tenerife is daarop een uitzondering: dat strand werd in de jaren zeventig opgehoogd met zand uit de Sahara en kreeg een golfbreker voor de kust. Welke eilanden welk landschap en welk klimaat hebben, staat bij de Canarische Eilanden.
Ook de autonome steden Ceuta en Melilla aan de Noord-Afrikaanse kant hebben Spaanse kustlijn, 20 en 9 kilometer, net als een aantal kleine Spaanse eilanden voor die kust.
Kiezen tussen de kusten
Een kust kiezen gaat het makkelijkst door eerst te bepalen waar je op let: op de kans op droog weer, op het soort strand, op het landschap achter de kust of op de nabijheid van een stad. Per criterium komt er een andere kust uit.
Wie op droog weer let, komt in het zuidoosten uit: bij Almería valt 200 mm regen per jaar, verdeeld over 25 dagen. Wie groen landschap en koelere zomers zoekt, kijkt naar het noorden, waar vijf tot zes keer zoveel neerslag valt. Op strandtype loopt het verschil van de lange zandstranden en duinen aan de Golf van Cádiz tot de calas van de Costa Brava en de Balearen en de rotskust van Cabo de Gata. Welke stranden daarbinnen opvallen en waarom, staat bij de mooiste stranden van Spanje.
Wie de kust met een stad wil combineren, heeft aan de Middellandse Zee de meeste keuze: Barcelona, Valencia, Alicante, Málaga en Cádiz liggen alle aan zee. Aan de noordkant geldt dat voor San Sebastián en A Coruña. De verschillen tussen die steden staan bij de steden van Spanje.
In 2026 kregen 677 Spaanse stranden, 111 jachthavens en zes toeristische vaartuigen een Blauwe Vlag, verdeeld over 258 gemeenten. De vlag wordt per seizoen toegekend, dus een strand dat vorig jaar een vlag voerde, hoeft hem dit jaar niet te hebben. Controleer het lopende jaar bij ADEAC, de organisatie die het keurmerk in Spanje uitreikt.