Naar de inhoud
Bestemming · Regio Madrid

Madrid, een hofstad op de Castiliaanse hoogvlakte

Madrid is de hoofdstad van Spanje en telt 3.506.730 inwoners. De stad ligt midden in het binnenland, op ruim 650 meter hoogte, en is sinds 1561 de residentie van het hof. Het historische centrum is compact: het koninklijk paleis, de Plaza Mayor, de Puerta del Sol en de museumboulevard Paseo del Prado liggen op loopafstand van elkaar. De zomers zijn heet en vrijwel regenloos, de winters koud voor Spaanse begrippen.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 13 minuten
Brede lanen met hoge stenen gebouwen met koepels, hoektorens en grijze leien daken.
Land en regio
Spanje, autonome gemeenschap Madrid
Inwoners stad
3.506.730 op 1 januari 2025 (INE)
Inwoners provincie Madrid
7.137.031 op 1 januari 2025 (INE)
Hoogte
667 m bij het AEMET-meetstation in het Retiropark
Status
Hoofdstad van Spanje en zetel van de autonome gemeenschap Madrid
Werelderfgoed
Paseo del Prado en Buen Retiro, op de lijst sinds 25 juli 2021
Luchthaven
Adolfo Suárez Madrid-Barajas, met metrolijn 8 naar Nuevos Ministerios
Grootste park
Casa de Campo, 1.535,52 hectare
Karakter
Hofstad in het binnenland, met een compact historisch centrum, drie grote musea aan één laan en hete, droge zomers
Op deze pagina

Hoofdstad sinds 1561, eigen bisdom pas sinds 1885

Madrid is sinds 1561 de residentie van het Spaanse hof, en artikel 5 van de grondwet van 1978 wijst de stad aan als hoofdstad van de staat. Wat er in het centrum staat, hangt met die rol samen: een koninklijk paleis op de plek van een middeleeuwse vesting, een brede laan die onder Carlos III werd ingericht voor kunst en wetenschap, en een kathedraal die pas in 1993 werd gewijd. De stad heeft geen kust en geen havengeschiedenis, en dat onderscheidt haar van veel andere steden in Spanje.

De naam Madrid dekt ook het gebied eromheen, en daardoor gaan cijfers over de stad niet altijd over hetzelfde. Het INE telt op 1 januari 2025 3.506.730 inwoners in de gemeente Madrid en 7.137.031 in de provincie Madrid. Volgens artikel 2 van het autonomiestatuut uit 1983 valt de autonome gemeenschap Madrid samen met die provincie, met de stad als zetel van haar instellingen. Een getal over Madrid kan dus over 3,5 miljoen of over 7,1 miljoen mensen gaan. De regio Madrid beslaat het hele provinciegebied, en bij de bestemmingen in Spanje zijn de stad en de regio apart beschreven.

Felipe II bracht het hof in 1561 naar Madrid en maakte het Alcázar vanaf dat jaar tot officiële residentie van de Spaanse koningen. Een eigen bisdom kreeg de stad veel later. In 1883 ging de eerste steen de grond in voor een kerk naast het paleis, bedoeld als grafmonument voor koningin María de las Mercedes. Toen een pauselijke bul in 1885 het bisdom Madrid-Alcalá oprichtte, werd dat ontwerp omgewerkt tot kathedraal. Het werk lag daarna lang stil, onder meer tijdens de Burgeroorlog, en de kathedraal van La Almudena kwam pas in 1993 klaar; Johannes Paulus II wijdde haar op 15 juni van dat jaar. Tot die tijd deed de Colegiata de San Isidro in de wijk La Latina dienst als kathedraal van de stad.

Van het Alcázar naar het paleis van Sacchetti

Het Alcázar brandde op kerstavond 1734 af. Felipe V haalde er Filippo Juvarra bij, volgens Patrimonio Nacional de beste Europese architect van die tijd; hij zag het werk niet voltooid en zijn leerling Giambattista Sacchetti paste het plan aan. De eerste steen ging in 1738 de grond in, in 1751 stond het gebouw er, en aan de beeldhouwwerken in de omgeving werd tot 1759 doorgewerkt. In de gewelven zit geen hout: na de brand wilde men een paleis dat een volgende brand zou doorstaan. Het kreeg veel verdiepingen, omdat de regeringskantoren en het personeel van het hof er allemaal in moesten.

Carlos III nam het gebouw in 1764 als eerste koning in gebruik. Hij en zijn zoon Carlos IV verbleven er maar acht weken per jaar, in december, rond Pasen en een deel van juli; de rest van het jaar waren El Escorial, Aranjuez en La Granja in gebruik. Patrimonio Nacional beheert de ruim 135.000 vierkante meter en noemt het paleis een van de weinige officiële residenties van een staatshoofd die voor publiek open zijn. Er komen ongeveer 1,5 miljoen bezoekers per jaar. De route door de zalen en de losse onderdelen van het complex staan op de pagina over het Koninklijk Paleis van Madrid.

Waarom het in Madrid heter en kouder is dan aan de kust

Madrid ligt ver van de zee, die aan de kust de temperatuur dempt, en het centrum ligt hoog: het meetstation van AEMET in het Retiropark staat op 667 meter. Dat is in de normaalwaarden terug te zien. In de tabel hieronder staan de cijfers van dat station naast die van Barcelona Aeropuerto, dat op vier meter hoogte aan de Middellandse Zee ligt; over dezelfde dertig jaar is de zomer in Madrid warmer, de winter kouder en het jaar droger.

De nachten koelen in het binnenland sterk af: op het station in het Retiro is de gemiddelde minimumtemperatuur in januari 2,7 °C. De zomer is er bijna regenloos, met gemiddeld 12 mm neerslag in juli en 10 mm in augustus, en juli komt op 1,7 dagen met neerslag. De kans op regen is in die maanden dus klein en de hitte in de middag groot. Meer maandcijfers, met regendagen, vorstdagen en zonuren, staan bij het weer en klimaat in Madrid.

Hoe je deze cijfers leest

Dit zijn maandgemiddelden over dertig jaar van telkens één meetstation, geen verwachting voor een losse reisdag. Tijdens je bezoek kunnen de dagen warmer en de nachten kouder zijn dan deze gemiddelden.

Madrid en Barcelona in de AEMET-normaalwaarden over 1981 tot 2010
Meetstation Hoogte Gemiddelde maximumtemperatuur in januari Gemiddelde maximumtemperatuur in juli Neerslag per jaar
Madrid, Retiro 667 m 9,8 °C 32,1 °C 421 mm
Barcelona Aeropuerto 4 m 13,6 °C 28,0 °C 588 mm

Bron: AEMET, klimatologische normaalwaarden per meetstation

Het Paseo del Prado en het Retiro als werelderfgoed

Op 25 juli 2021 kwam het Paseo del Prado met het Buen Retiro op de werelderfgoedlijst, onder de naam Paseo del Prado y el Buen Retiro, paisaje de las Artes y las Ciencias. Het gemeentebestuur gebruikt daarvoor de kortere naam Paisaje de la Luz en beschrijft het gebied als een stadslandschap waarin cultuur en natuur sinds het midden van de zestiende eeuw samen zijn opgetrokken. De laan loopt van noord naar zuid door de stad en gaat verder als Paseo de Recoletos en Paseo de la Castellana. Oorspronkelijk was het weidegrond bij een klooster; onder Carlos III kwamen er monumenten en gebouwen voor wetenschap en kennis te staan, en die opzet bepaalt nog steeds wat er aan de laan te vinden is.

Het Retiro grenst er direct aan en beslaat ruim 125 hectare met meer dan 15.000 bomen. Op de vijver kun je roeiboten huren. Het Palacio de Cristal uit 1887 is een paviljoen van glas en gietijzer, oorspronkelijk gebouwd om tropische planten te laten zien op een tentoonstelling over de Filipijnen; het Palacio de Velázquez ernaast is een expositieruimte die het Reina Sofía programmeert. Bij de rozentuin staat El Ángel Caído, een beeld van de gevallen engel. Over de indeling van het park, de ingangen en de losse gebouwen gaat de pagina over het Retiro.

Roeibootjes op de vijver van het Retiro
Roeibootjes op de vijver van het Retiro.

Drie musea binnen twee kilometer

Aan dezelfde laan staan drie musea die de stad samen het Paseo del Arte noemt, binnen twee kilometer van elkaar. Het Prado opende op 10 november 1819 in een gebouw van Juan de Villanueva dat voor de natuurwetenschappen was ontworpen; Fernando VII besloot er op aandringen van zijn vrouw een kunstmuseum in te richten. De collectie bestaat uit ongeveer 8.600 schilderijen en ruim 700 sculpturen, met Las Meninas van Velázquez, de zwarte schilderijen van Goya en De tuin der lusten van Jheronimus Bosch als bekendste werken. Welke zalen welke periode behandelen, is te vinden bij het Prado.

Het Thyssen-Bornemisza zit in het achttiende-eeuwse Palacio de Villahermosa, verbouwd door Rafael Moneo. De ruim duizend werken lopen van de middeleeuwen tot het eind van de twintigste eeuw, waarmee de collectie de hele periode van de twee andere musea overspant; de Spaanse staat kocht haar in 1993. Het Reina Sofía, aan de zuidkant van de laan, begint in de late negentiende eeuw en loopt door tot het heden. Het bekendste werk daar is Guernica, dat Picasso tussen 1 mei en 4 juni 1937 in Parijs schilderde voor het Spaanse paviljoen op de wereldtentoonstelling. Het doek meet 349,3 bij 776,6 centimeter, kwam in 1981 naar Spanje en verhuisde in 1992 naar dit museum.

Het Habsburgse Madrid rond de Plaza Mayor

Het oudste deel van het centrum heet Madrid de los Austrias, naar het huis Habsburg dat Spanje van de vijftiende tot de zeventiende eeuw regeerde. Drie pleinen vormen het geraamte: de Plaza Mayor, de Plaza de la Villa met het oude stadhuis, de Torre de los Lujanes en de Casa de Cisneros, en de Plaza de Oriente voor het paleis. Daartussen liggen de kloosters van La Encarnación en de Descalzas Reales, de Colegiata de San Isidro, de basiliek van San Miguel en de parochiekerken San Pedro el Viejo en San Andrés. Het paleis dat de Bourbons in de achttiende eeuw lieten bouwen, staat midden in dat Habsburgse deel van de stad.

De Plaza Mayor liet Felipe III aanleggen op de oude Plaza del Arrabal, naar een ontwerp van Juan Gómez de Mora. De Casa de la Panadería aan de noordkant stond er al rond 1590 en regelde als stadsbakkerij de broodprijs; de mythologische fresco's op de gevel zijn veel jonger en in 1992 gemaakt door Carlos Franco. Na de brand van 1790 bouwde Juan de Villanueva, de architect van het Prado, het plein opnieuw op met bouwblokken van twee verdiepingen en negen poorten als toegang. De bekendste daarvan is de Arco de Cuchilleros, met een steile trap naar de straat van de messenmakers. Het ruiterbeeld van Felipe III in het midden werd begonnen door Giambologna, in 1616 afgemaakt door Pietro Tacca en stond eerst in de Casa de Campo; Isabel II liet het in 1848 naar het plein brengen. Wat er nu op het plein gebeurt, van kerstmarkt tot terrassen, beschrijft de pagina over de Plaza Mayor.

Iets verder naar het oosten ligt de Puerta del Sol. In het trottoir voor de Real Casa de Correos, nu de zetel van de regionale regering, zit een steen die het Kilómetro Cero aangeeft: het nulpunt van de grote radiale wegen van Spanje. De klok op datzelfde gebouw slaat op oudejaarsavond de twaalf slagen waarbij in heel Spanje twaalf druiven worden gegeten, een gebruik van ruim honderd jaar oud. Aan het begin van de Calle de Alcalá staat het beeld van de beer bij de aardbeiboom, het wapen van de stad en een vaste ontmoetingsplek.

De arcaden en gevels van Plaza Mayor
De arcaden en gevels van Plaza Mayor. Bewerking van een foto van Diego Delso, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.

De Gran Vía en het negentiende-eeuwse Barrio de Salamanca

Tussen 1910 en 1931 sneed de stad de Gran Vía in drie etappes door het oude centrum, waarbij 22 straatjes verdwenen. Elk deel is opgetrokken in de stijl van de jaren waarin het werd afgemaakt, met duidelijke Amerikaanse invloeden, en hier verrezen de eerste wolkenkrabbers van het land. De bioscopen bij Callao zijn er een restant van. De straat is nog altijd een van de belangrijkste verkeersaders van de stad.

Noordoostelijk van het centrum ligt het Barrio de Salamanca, een uitbreiding uit de tweede helft van de negentiende eeuw die onder Isabel II werd gepland. José de Salamanca y Mayol, de markies van Salamanca, ontwierp de wijk als woongebied voor de aristocratie en de rijkere burgerij: rechte straten die elkaar haaks kruisen, met verzorgde gevels. Die opzet is nog goed te zien, en ook wie niets koopt, merkt het verschil met de bochtige straten van het oude centrum. De modehuizen zitten aan de Calle Ortega y Gasset, de gouden mijl, en aan de Calle Serrano; galeries en veilinghuizen staan aan de Calle Villanueva.

Een brede straat met balkons in Madrid
Een brede straat met balkons in Madrid.

La Latina, Malasaña en de oudere wijken van het centrum

La Latina heeft nog het middeleeuwse stratenpatroon, smal en bochtig. De naam komt van Beatriz Galindo, een humanist uit de vijftiende eeuw die Isabella de Katholieke onderwees en zo goed Latijn kende dat ze La Latina werd genoemd. Op zondag en op feestdagen is hier de rommelmarkt El Rastro, en op die dagen zitten de taveernes vol. Aan de Cava Baja zaten vroeger herbergen; nu staan er zaken met kroketten, gefrituurde calamares en huevos rotos, gebakken eieren met aardappel en chorizo.

Malasaña, ten noorden van de Gran Vía, is genoemd naar Manuela Malasaña, een van de slachtoffers van de opstand van 2 mei 1808 tegen de Franse bezetting. Die opstand begon bij de artilleriekazerne Monteleón in deze wijk, onder leiding van de officieren Luis Daoíz en Pedro Velarde. Op de Plaza del Dos de Mayo staan een monument voor hen en een boog van het oude kazerneterrein. In de jaren tachtig was de wijk het middelpunt van de movida madrileña, en de vintagewinkels en het nachtleven van nu komen daar nog uit voort.

De vijf delen van het centrum in de tabel hieronder verschillen vooral in de eeuw waarin ze zijn aangelegd, en dat bepaalt meer dan de sfeer: ook de breedte van de straten, de hoogte van de gevels en het soort zaken dat er zit.

Vijf delen van het centrum van Madrid naast elkaar
Deel van de stad Waar het vandaan komt Wat je er vindt
Madrid de los Austrias De stad van de Habsburgers, vijftiende tot zeventiende eeuw Plaza Mayor, Plaza de la Villa, Plaza de Oriente, het paleis en de kathedraal
Paseo del Arte Een laan die onder Carlos III werd ingericht voor kunst en wetenschap Prado, Thyssen-Bornemisza en Reina Sofía, met het Retiro ernaast
La Latina Middeleeuws stratenpatroon, genoemd naar Beatriz Galindo El Rastro op zondag, taveernes aan de Cava Baja, San Andrés en San Pedro el Viejo
Malasaña Genoemd naar Manuela Malasaña, slachtoffer van 2 mei 1808 Plaza del Dos de Mayo, vintagewinkels en het nachtleven na de movida
Barrio de Salamanca Geplande uitbreiding uit de tweede helft van de negentiende eeuw Rechte straten, modewinkels aan Serrano en Ortega y Gasset, galeries aan Villanueva

Bron: Ayuntamiento de Madrid, wijkbeschrijvingen op esmadrid.com

Een terras in La Latina
Een terras in La Latina.

Ruim 1.500 hectare park binnen de stadsgrens

De Casa de Campo, aan de westkant van de rivier, meet 1.535,52 hectare en is het grootste openbare park van de stad; daarmee is het ruim twaalf keer zo groot als het Retiro. Felipe II legde het midden in de zestiende eeuw aan als koninklijk landgoed, en eeuwenlang bleef het aan de koning voorbehouden. Op 1 mei 1931 droeg de regering van de Tweede Republiek het eigendom over aan de gemeente. Er liggen nu een vijver met horeca, de dierentuin met aquarium, een attractiepark, een openluchtzwembad en de evenementenhal Madrid Arena, en een kabelbaan verbindt het park met het Parque del Oeste.

Tussen het paleis en de rivier liggen de tuinen van het Campo del Moro, meer dan twintig hectare en ook een aanleg van Felipe II. Patrimonio Nacional houdt ze alle dagen open en de toegang is gratis. Langs de Manzanares zelf loopt Madrid Río, met zeventien speelplekken, een waterspeelplek met fonteinen, een bezoekerscentrum over de rivier en de oude slachthuishallen van Matadero Madrid, nu een cultuurcomplex. De Puente Monumental de Arganzuela en de Puente de Perrault steken er over, en naar het zuiden gaat het park over in het Parque Lineal del Manzanares, met een openluchttheater en twee uitkijkpunten.

Aankomst op Barajas en het vervoer in de stad

De luchthaven Adolfo Suárez Madrid-Barajas ligt aan de noordoostkant van de stad. Metrolijn 8 rijdt van de terminals naar Nuevos Ministerios, waar je op de rest van het metronet en op de treinen van Cercanías overstapt; daarnaast verbinden twee Cercanías-lijnen terminal 4 met het centrum. Er stoppen ook stads-, streek- en langeafstandsbussen, en bij de terminals staan taxi's en VTC-diensten. Aena plaatst Barajas in de categorie luchthavens met meer dan veertig miljoen reizigers per jaar, en meldt dat de luchthavenkoepel ACI haar in die categorie tot beste van Europa heeft uitgeroepen.

In het historische centrum liggen de bekendste plekken dicht bij elkaar: het paleis, de Plaza Mayor, de Puerta del Sol en het begin van het Paseo del Prado zijn te belopen, en de drie grote musea staan binnen twee kilometer. Voor de wijken buiten die kern, en voor de luchthaven, is de metro de gemakkelijkste keuze. Dat Madrid ongeveer in het midden van Spanje ligt, blijkt uit het wegennet: de grote radiale autowegen beginnen allemaal bij het nulpunt op de Puerta del Sol. Hoe de stad ten opzichte van de kusten en de eilanden ligt, is te zien op de kaart van Spanje.

Plaatsen en bezienswaardigheden

  • Prado · Nationaal kunstmuseum aan het Paseo del Prado, een laan met fonteinen, een botanische tuin en werelderfgoedstatus.
  • Retiro · Een park van ruim 125 hectare in het centrum van Madrid, met een meer, twee tentoonstellingspaleizen en sinds 2021 werelderfgoedstatus.
  • Koninklijk Paleis van Madrid · Het paleis dat na de brand van 1734 het Alcázar verving en nog altijd dient voor staatsceremonies, recepties en militaire plechtigheden.
  • Plaza Mayor · Het gesloten hoofdplein van het oude Madrid, gebouwd rond 1619 en na meerdere branden herbouwd, met de Casa de la Panadería en een ruiterstandbeeld.
Weer en klimaat

Benieuwd naar de temperaturen per maand? Bekijk weer en klimaat in madrid met de volledige klimaattabel.

Veelgestelde vragen

Waarom staat er een Egyptische tempel in Madrid?

De tempel van Debod stond oorspronkelijk in Egypte en is gebouwd in de tweede eeuw voor Christus, in opdracht van koning Adijalamani van Meroë. Door de bouw van de Aswandam dreigde hij onder water te verdwijnen, waarna Egypte in de jaren zestig om internationale hulp vroeg. Als dank voor de Spaanse steun schonk de Egyptische regering de tempel aan de stad Madrid. Hij staat nu in het park van het voormalige Cuartel de la Montaña, naast de Plaza de España, en is sinds 1972 te bezoeken. Bij de heropbouw is de oorspronkelijke oriëntatie van oost naar west aangehouden.

Wat was de movida madrileña?

Een culturele beweging in Madrid in de jaren tachtig, na het einde van de dictatuur, die uit de underground kwam en de Spaanse kunst en samenleving veranderde: muziek, film, mode, strips en nachtleven. Malasaña geldt als de wijk waar de beweging begon, en het gemeentebestuur beschrijft de sfeer daar nog als een voortzetting ervan. Dat is vooral te merken aan de vintagewinkels, de uitgaansgelegenheden en de artistieke plekken rond de Plaza del Dos de Mayo.

Wanneer en waar is de rommelmarkt El Rastro?

Op zondag en op feestdagen, in La Latina, in de driehoek tussen de Calle de Toledo, de Calle de Embajadores en de Ronda de Toledo. Er staan kramen met tweedehands kleding, sieraden, antiek en vintagespullen. De naam gaat terug op het spoor dat dierenhuiden achterlieten wanneer ze van het nabije slachthuis werden gesleept; de markt bestaat al sinds de middeleeuwen. De taveernes in de omgeving zitten op die dagen vol, dus wie rustiger wil rondkijken, komt vroeg.

Ligt er een strand in de buurt van Madrid?

Nee, Madrid ligt in het binnenland en de autonome gemeenschap heeft geen kust. Voor zee en strand neem je de trein of het vliegtuig naar een van de Spaanse kusten. In de stad zelf is er wel water om in af te koelen: in Madrid Río ligt een waterspeelplek met fonteinen en in de Casa de Campo een openluchtzwembad. Ook het Retiro en het Campo del Moro geven in de zomer schaduw.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Praktisch · Weer en klimaat

Weer en klimaat in Madrid

Maandcijfers voor temperatuur, regen en vorst in Madrid, en het verschil tussen het Retiropark, de luchthaven en het gebergte.

Bestemmingen · Overzicht

De Spaanse eilanden

De Balearen en de Canarische Eilanden tellen samen twaalf bewoonde eilanden, in twee heel verschillende zeeën.

Bestemmingen · Overzicht

De Spaanse kusten

Overzicht van alle Spaanse kusten: welke costa waar ligt, hoe de namen ontstonden en waarin de kusten verschillen.

Bestemmingen · Steden

Steden in Spanje

Welke Spaanse steden er zijn, hoe groot ze werkelijk zijn en welke historische laag je waar terugziet.