Naar de inhoud
Cultuur · Kunst

Don Quichot

Don Quichot (Spaans: Don Quijote) is een roman van Miguel de Cervantes in twee delen, uit 1605 en 1615. Een bescheiden landedelman van bijna vijftig leest zoveel ridderromans dat hij zelf als ridder op pad gaat, met Sancho Panza als schildknaap. Cervantes noemt het dorp van zijn held niet. In het tweede deel reageert hij op een vervalst vervolg dat in 1614 onder een andere naam verscheen.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 5 minuten
Don Quichot en de windmolens. Gravure van Gustave Doré uit 1863.
Foto: Gustave Doré, Publiek domein, via Wikimedia Commons.
Op deze pagina
Schrijver
Miguel de Cervantes Saavedra
Eerste deel
1605, Madrid, 52 hoofdstukken
Tweede deel
1615, Madrid, 74 hoofdstukken
Oorspronkelijke taal
Spaans
Schrijver gedoopt
9 oktober 1547, Alcalá de Henares
Schrijver overleden
22 april 1616, Madrid

Een landedelman van bijna vijftig die ridder wil zijn

Don Quichot is een van de bekendste werken uit de Spaanse kunst en cultuur, een roman van Miguel de Cervantes. De Spaanse titel is El ingenioso hidalgo don Quijote de la Mancha: de vindingrijke hidalgo uit La Mancha, waarbij een hidalgo een landedelman van lage rang is. Het verhaal begint in een dorp 'waarvan ik de naam liever niet noem', zoals de verteller in de eerste zin zegt.

De hoofdpersoon loopt tegen de vijftig en leest in zijn vrije tijd ridderromans. Hij verkoopt akkerland om er meer te kunnen kopen en raakt ervan overtuigd dat die verhalen echt zijn gebeurd. Dan besluit hij zelf ridder te worden. Zijn paard noemt hij Rocinante, zichzelf don Quichot en een boerin uit de buurt, die zijn belangstelling nooit heeft opgemerkt, Dulcinea del Toboso. Haar eigen naam is Aldonza Lorenzo. Zijn achternaam laat de verteller open: Quijada, Quesada of Quijana, wat weinig uitmaakt. Als schildknaap gaat Sancho Panza mee, die erop rekent ooit gouverneur van een eiland te worden.

Windmolens in een veld zonder naam

De scène waarmee het boek bekend is geworden staat in hoofdstuk 8 van het eerste deel. Quichot en Sancho zien dertig of veertig windmolens staan. De ridder ziet 'dertig of iets meer' reuzen, die hij wil doden om met hun buit rijk te worden. Sancho zegt dat het windmolens zijn en dat wat op armen lijkt de wieken zijn. Quichot valt de eerste molen toch aan: de wind draait de wiek, de lans breekt en ridder en paard rollen over het veld. Volgens hem heeft de tovenaar Frestón de reuzen in molens veranderd om hem de eer van de overwinning te ontnemen.

Cervantes zegt niet waar dit gebeurt, alleen dat het in 'dat veld' is. In hoofdstuk 2 rijdt de ridder voor het eerst door het Campo de Montiel, een streek in La Mancha, en na de molens trekken ze verder naar Puerto Lápice, een doorgangsplaats op de weg naar Andalusië. Het dorp van de held blijft naamloos, en in het laatste hoofdstuk staat waarom: de Arabische geschiedschrijver Cide Hamete Benengeli, die de verteller in hoofdstuk 9 als bron van het verhaal opvoert, liet de plaats weg zodat alle dorpen en steden van La Mancha erom zouden twisten hem de hunne te noemen, zoals zeven Griekse steden dat deden om Homerus.

Onderzoekers zijn toch gaan zoeken. Een groep van de Universiteit Complutense van Madrid meldde in januari 2016 na meer dan tien jaar werk uit te komen op Villanueva de los Infantes. Ze vergeleken 26 dorpen in het Campo de Montiel met de afstanden en reistijden die in de tekst voorkomen. Dat is een voorstel van die groep, geen uitspraak van Cervantes.

Twee delen met tien jaar ertussen

Het eerste deel verscheen in 1605 in Madrid bij drukker Juan de la Cuesta en telt 52 hoofdstukken. Het tweede deel, met 74 hoofdstukken, volgde in 1615.

Daartussen verscheen in 1614 een tweede deel dat Cervantes niet had geschreven. Op de titelpagina staan Tarragona als plaats, Felipe Roberto als drukker en het jaar 1614. De schrijver hield zijn naam verborgen; het boek wordt aan een zekere Alonso Fernández de Avellaneda toegeschreven.

Cervantes antwoordt in het voorwoord van zijn eigen tweede deel. Hij spreekt over een boek dat 'in Tordesillas is verwekt en in Tarragona geboren', zegt zich niet te willen wreken en verweert zich tegen het verwijt dat hij oud en manco is, verminkt aan een hand. Die verwonding liep hij op in de zeeslag bij Lepanto in 1571. In hoofdstuk 72 komt zijn ridder in een herberg don Álvaro Tarfe tegen, een personage uit het valse boek. Quichot zegt nooit in Zaragoza te zijn geweest, waar de valse Quichot aan steekspelen meedeed, en juist daarom naar Barcelona te zijn gegaan. Tarfe verklaart voor de alcalde van het dorp, een bestuurder met rechterlijke taken, dat hij deze Quichot niet kent uit het boek van Avellaneda.

Sancho als gouverneur en het einde van de ridder

In het tweede deel krijgt Sancho zijn eiland, anders dan hij verwachtte. In hoofdstuk 45 komt hij als gouverneur aan in een dorp van ongeveer duizend inwoners dat de hertog toebehoort, en men laat hem geloven dat het 'het eiland Barataria' heet. In hoofdstuk 53 geeft hij het gouverneurschap op: hij is zonder een cent gekomen en gaat zonder een cent weg, zegt hij: hij verliest niets en wint niets.

In Barcelona daagt de Ridder van de Witte Maan hem uit. Wint de ander, dan moet Quichot een jaar zijn wapens neerleggen en in zijn dorp blijven. Quichot verliest. In hoofdstuk 74 krijgt hij koorts en zegt dat hij geen don Quichot meer is maar Alonso Quijano, bijgenaamd de Goede, en dat hij de ridderromans verfoeit. Hij maakt zijn testament, ook ten gunste van Sancho, en sterft. De pastoor laat een notaris vastleggen dat hij een natuurlijke dood is gestorven, zodat geen andere schrijver dan Cide Hamete hem valselijk kan laten herrijzen. Dat leest als een antwoord aan navolgers als Avellaneda, al noemt de tekst hem daar niet.

Een museum in Alcalá en de beeldende kunst

Cervantes werd op 9 oktober 1547 gedoopt in de parochiekerk Santa María la Mayor in Alcalá de Henares; zijn geboortedag is niet vastgelegd. Het Museo Casa Natal de Cervantes in die stad, aan de Calle Mayor 48, bewaart edities van het boek uit de zeventiende tot en met de eenentwintigste eeuw en is volgens de eigen site gratis toegankelijk.

Ook buiten de literatuur keert de ridder terug in de Spaanse cultuur. Salvador Dalí illustreerde in de jaren veertig een Amerikaanse uitgave en maakte in 1957 een reeks gekleurde litho's voor de Franse bundel Pages choisies de Don Quichotte de la Manche. Wie de tijd van Cervantes liever in schilderijen ziet dan in proza, kan bij El Greco terecht, die tot 1614 in Toledo werkte, en bij Diego Velázquez, later hofschilder van Filips IV.

Veelgestelde vragen

Is het Don Quichot of Don Quijote?

Het is dezelfde naam in twee spellingen. In het Spaans schrijf je Quijote, en in het Nederlands is Quichot gebruikelijk. De titelpagina van 1605 heeft nog een derde vorm, Quixote, met een x, zoals de spelling toen was. Staat er een Spaanse titel of een citaat in een Nederlandse tekst, dan volg je de Spaanse spelling.

Waar kun je de originele tekst gratis lezen, met uitleg?

Het Centro Virtual Cervantes van het Instituto Cervantes heeft beide delen online in een uitgave onder leiding van Francisco Rico. De noten bij elk hoofdstuk leggen woorden en toespelingen uit de zeventiende eeuw uit, en een inleiding bevat een tijdlijn van Cervantes' leven. De tekst is in het Spaans.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Cultuur · Kunst

Antoni Gaudí

De Catalaanse architect achter de Sagrada Família: zijn bouwmethode, zijn zeven werelderfgoedwerken en wat er nog niet af is.

Cultuur · Kunst

Pablo Picasso

De Spaanse jaren van Picasso, de ontwikkeling van zijn werk en waar het in Spanje te zien is.

Cultuur · Kunst

Salvador Dalí

De surrealist uit Figueres: zijn werkwijze, de kust in zijn schilderijen en waar zijn werk nu te zien is.

Cultuur · Kunst

Kunst en cultuur in Spanje

Een koninklijk besluit uit 1995 verdeelde de Spaanse staatscollectie op het geboortejaar van Picasso.