Naar de inhoud
Cultuur · Kunst

Antoni Gaudí

Antoni Gaudí (1852 tot 1926) was een Catalaanse architect die vrijwel zijn hele leven in en om Barcelona werkte. Zeven van zijn gebouwen staan op de werelderfgoedlijst van UNESCO, met de Sagrada Família als bekendste. Zijn golvende vormen komen voort uit bouwkundige proeven met hangende maquettes en meetkundige vlakken, niet uit versiering alleen. Hij stierf op 10 juni 1926, drie dagen na een aanrijding met een tram.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 12 minuten
Antoni Gaudí in 1878. Historisch portret door Pau Audouard.
Foto: Pau Audouard Deglaire, Publiek domein, via Wikimedia Commons.
Op deze pagina
Geboren
25 juni 1852, Reus of Riudoms
Overleden
10 juni 1926, Barcelona
Stroming
Catalaans modernisme
Opleiding
Architectuurschool van Barcelona, diploma 1878
Vaste opdrachtgever
Eusebi Güell
Werelderfgoed
Zeven werken, erkend in 1984 en 2005

Een koperslagerszoon die bouwmeester van Barcelona werd

Antoni Gaudí i Cornet werd op 25 juni 1852 geboren en stierf op 10 juni 1926 in Barcelona. Vrijwel zijn hele werk staat in Barcelona en omgeving, in de jaren waarin de stad buiten haar middeleeuwse muren uitgroeide. Binnen de Spaanse kunst neemt hij een aparte plaats in: de Spaanse namen met internationale bekendheid zijn vooral schilders, van Diego Velázquez tot de generatie van rond 1900. Gaudí werkte in steen, baksteen, smeedijzer en keramiek, en zijn gebouwen worden nog altijd bewoond en bezocht; aan één ervan wordt nog gebouwd.

Over zijn geboorteplaats bestaat geen zekerheid. De stad Reus en het nabijgelegen dorp Riudoms claimen hem allebei, en een document dat de kwestie beslist is nooit gevonden. Zijn vader was koperslager en Gaudí bracht een deel van zijn jeugd door in de werkplaats, waar plaatmetaal tot ketels en vaten werd gevormd. Hij was een ziekelijk kind en kon lang niet altijd naar school; op de school in Reus viel hij vooral op met meetkunde en rekenen. Vanaf 1873 studeerde hij bouwkunde in Barcelona, waar hij in 1878 zijn diploma haalde.

In datzelfde jaar zag de industrieel Eusebi Güell op de wereldtentoonstelling in Parijs een vitrine die Gaudí voor een handschoenenfabrikant had ontworpen. Daaruit groeide een opdrachtgeverschap dat decennia duurde: een stadspaleis, een villapark en een fabriekskerk dragen allemaal de naam Güell, en samen zijn het drie van de zeven werken die later op de werelderfgoedlijst kwamen.

De laatste jaren en het ongeluk met de tram

Vanaf 1914 werkte Gaudí alleen nog aan de Sagrada Família. Hij at karig, droeg versleten kleren en woonde de laatste jaren naast de bouwplaats. Op 7 juni 1926 werd hij op de Gran Via de les Corts Catalanes aangereden door een tram, op weg naar de kerk waar hij dagelijks kwam. Hij had geen papieren bij zich en werd voor een zwerver aangezien, zodat hij pas laat in het ziekenhuis terechtkwam. Drie dagen later, op 10 juni 1926, stierf hij op 73-jarige leeftijd. Hij ligt begraven in de crypte van de Sagrada Família, in de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van de Karmel.

Niet elk modernistisch gebouw in Barcelona is van Gaudí

Gaudí hoorde bij het modernisme, de Catalaanse tak van de art nouveau die ruwweg liep van de wereldtentoonstelling van 1888 tot omstreeks 1911. Hij was de bekendste vertegenwoordiger, maar niet de enige. Lluís Domènech i Montaner en Josep Puig i Cadafalch bouwden in dezelfde stad en in dezelfde jaren, met vergelijkbaar kleurgebruik, smeedwerk en keramiek, en hun werk wordt geregeld aan Gaudí toegeschreven.

Twee veelbezochte gebouwen in de stad laten zien hoe gemakkelijk dat gebeurt. Het concertgebouw Palau de la Música Catalana en het ziekenhuiscomplex Sant Pau zijn van Domènech i Montaner en staan sinds 1997 als eigen inschrijving op de werelderfgoedlijst, los van de zeven werken van Gaudí. Aan de stijl alleen is het verschil niet altijd te zien; wie het zeker wil weten, kijkt op de werelderfgoedlijst of op het informatiebord bij de ingang.

In dezelfde jaren was Barcelona ook een trefpunt voor schilders: Pablo Picasso bracht er zijn vormende jaren door voordat hij naar Parijs vertrok. Één stad en één periode maken die namen nog geen school: Gaudí werkte in een ander vak en met andere opdrachtgevers.

Hoe Gaudí zijn vormen berekende

Zijn gebouwen wekken de indruk dat de vorm eerst werd bedacht en daarna met moeite overeind gezet. Het ging andersom. Gaudí tekende weinig plattegronden, richtte zijn werkplaats op de bouwplaats in en probeerde vormen uit met maquettes, die hij opmat, bijstelde en verwierp tot er een werkte. De kromming van een gevel of een gewelf is bij hem daarom een constructieve uitkomst en geen versiering die er achteraf bij is bedacht.

In zijn latere werk gebruikte hij vooral regelvlakken, gebogen vlakken die uit rechte lijnen zijn opgebouwd. De hyperboloïde, de hyperbolische paraboloïde en de helicoïde komen in bijna al zijn late werk terug. Dat is geen wiskundige liefhebberij. Een gebogen vlak dat uit rechte lijnen bestaat, laat zich uitzetten met recht hout, rechte snedes in steen en eenvoudige mallen, en het laat zich sinds de jaren tachtig ook in een computermodel vastleggen, wat de bouw van de Sagrada Família na zijn dood mogelijk bleef maken. De zuilen in die kerk vertakken zich als bomen en dragen het gewicht schuin naar boven, zodat het gebouw geen luchtbogen nodig heeft, de schoren die gotische kerken van buiten tegen de muren hebben staan.

Voor de afwerking van gebogen vlakken gebruikte hij trencadís, mozaïek van gebroken keramiek en glas. Rechte tegels passen nu eenmaal niet op een bol of een golf, scherven wel. Het materiaal kwam uit afgekeurde fabriekspartijen, serviesresten en glasafval, onder meer voor de lange zitbank in Park Güell en voor de schoorstenen op de daken van Palau Güell en Casa Milà.

De hangende maquette van Colònia Güell

De bekendste proef staat in Santa Coloma de Cervelló. Voor de kerk van de fabrieksnederzetting Colònia Güell, die hij in 1898 kreeg opgedragen, hing Gaudí in zijn werkplaats een maquette op schaal 1:10 aan het plafond: een net van koorden met zakjes loodkorrels eraan, waarbij elk zakje het gewicht van een bouwdeel voorstelde. Een koord dat alleen aan zijn uiteinden hangt, neemt vanzelf de kettinglijn aan, de kromme waarin uitsluitend trek optreedt. Keer die vorm om en je houdt een boog over waarin uitsluitend druk optreedt, zodat steun van buitenaf overbodig wordt.

Gaudí fotografeerde het model en bekeek de foto ondersteboven; wat hij dan zag was de bouwvorm, inclusief de scheve zuilen en de gewelven. Veranderde hij één koordlengte of één gewicht, dan stelde het hele net zich opnieuw in evenwicht. Architecten herkennen daarin een vroege vorm van parametrisch ontwerpen, een eeuw voordat computers die rol overnamen. Het ontwerp kostte hem ongeveer tien jaar. De bouw begon in 1908 en stopte in 1914, toen de familie Güell het geld introk; alleen de crypte is afgebouwd en in 1915 in gebruik genomen.

Gevels die zichzelf dragen

Dezelfde zoektocht naar een vrije plattegrond is in zijn woonhuizen te zien. Bij Casa Milà rust de kalkstenen gevel op ijzeren liggers en draagt hij zichzelf, waardoor er binnen geen dragende muren nodig zijn en de indeling per verdieping kan verschillen. Dat principe had hij al eerder beproefd: in Casa Botines in León paste hij in 1891 gietijzeren kolommen toe op de begane grond, zodat de handelsvloer vrij bleef van muren. Die ingrepen zijn van buiten niet te zien, maar ze bepalen hoeveel vrijheid de bewoners binnen hebben.

De zeven werken op de werelderfgoedlijst

UNESCO plaatste in 1984 drie gebouwen van Gaudí op de werelderfgoedlijst: Park Güell, Palau Güell en Casa Milà. In 2005 werd die inschrijving uitgebreid met Casa Vicens, Casa Batlló, de crypte van Colònia Güell en een deel van de Sagrada Família. Samen heten ze Werken van Antoni Gaudí. De toelichting bij de inschrijving noemt zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de bouwkunst en de bouwtechniek aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw.

Twee inschrijvingen gelden maar voor een deel van het gebouw. Van de Sagrada Família staan alleen de geboortegevel en de crypte op de lijst, de onderdelen die onder Gaudí's eigen leiding tot stand kwamen. Van de kerk bij Colònia Güell staat alleen de crypte erop, want verder is het gebouw nooit gekomen. Zes van de zeven werken staan in Barcelona zelf; de crypte van Colònia Güell staat in Santa Coloma de Cervelló, net buiten de stad.

Alle zeven zijn te bezichtigen, en vier ervan waren oorspronkelijk woonhuizen. Casa Vicens uit 1883 tot 1885, het zomerhuis van een effectenhandelaar in de wijk Gràcia, was Gaudí's eerste grote opdracht en ging pas in 2017 als huismuseum open.

Park Güell was bedoeld als woonwijk

Eusebi Güell liet het terrein vanaf 1900 inrichten als villapark naar Engels voorbeeld, met zestig driehoekige kavels. Het lag te ver van de stad en er werden maar twee huizen gebouwd. Een onverkocht modelhuis werd in 1906 het woonhuis van Gaudí zelf en is nu het Gaudí-huismuseum. In 1926 ging het terrein als stadspark open voor publiek.

De zeven werken van Gaudí op de werelderfgoedlijst
Werk Plaats Gebouwd Op de lijst sinds
Park Güell Barcelona 1900 tot 1914 1984
Palau Güell Barcelona 1886 tot 1890 1984
Casa Milà, ook La Pedrera genoemd Barcelona 1906 tot 1912 1984
Casa Vicens Barcelona 1883 tot 1885 2005
Casa Batlló Barcelona 1904 tot 1906 2005
Sagrada Família, alleen de geboortegevel en de crypte Barcelona vanaf 1883 2005
Crypte van Colònia Güell Santa Coloma de Cervelló 1908 tot 1914 2005

Bron: Werken van Antoni Gaudí op de werelderfgoedlijst van UNESCO

Wat in de Sagrada Família van Gaudí zelf is

De eerste steen van de Sagrada Família ging in 1882 de grond in, naar een neogotisch ontwerp van Francisco de Paula del Villar. Toen die het jaar daarop vertrok, nam Gaudí op 19 maart 1883 de leiding over en verving hij het ontwerp door het zijne. In 1885 werd de kapel in de crypte in gebruik genomen, vanaf 1891 werd aan de geboortegevel gewerkt en in 1925 kwam de klokkentoren van Sint-Barnabas gereed, de enige toren die hij af zag komen.

In juli 1936, bij het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog, brandde de werkplaats bij de kerk uit. Tekeningen en foto's gingen verloren en de gipsmodellen werden stukgeslagen. Wat daarna is gebouwd, berust op geredde brokstukken, op eerder gepubliceerde afbeeldingen en op reconstructies van de architecten die hem opvolgden. Daardoor is niet van elk onderdeel te zeggen of het van Gaudí komt of van zijn opvolgers. De crypte en de geboortegevel komen van hem; hoe verder de bouw vorderde, hoe meer er door anderen is uitgelegd en aangevuld.

De kerk was van het begin af bedoeld als temple expiatori, een boetekerk die uit giften wordt betaald. Dat is nog steeds zo: de bouw ligt bij een particuliere stichting, de Junta Constructora, die het werk uit giften en bijdragen financiert. In 2010 wijdde paus Benedictus XVI het gebouw tot basiliek terwijl de bouw gewoon doorging. Pas negen jaar later kwam er een bouwvergunning: na 136 jaar bouwen zonder gemeentelijke vergunning kwam de stichting in 2018 met de stad Barcelona overeen 36 miljoen euro te betalen, en op 7 juni 2019 gaf de gemeente de vergunning af.

Gecontroleerd op 5 oktober 2026

Aan de Sagrada Família wordt doorgebouwd, dus de hierboven beschreven stand van zaken verandert. De bouwstichting houdt de voortgang bij op haar eigen site, waar de redactie deze gegevens op 5 oktober 2026 heeft nagelezen.

De stand van de bouw in 2026

Op 20 februari 2026 werd de bovenste arm van het kruis op de toren van Jezus Christus geplaatst. Daarmee kwam het hoogste punt van de basiliek op 172,5 meter en is de Sagrada Família de hoogste kerk ter wereld. Het kruis is 17 meter hoog en 13,5 meter breed, werd in 2025 in Duitsland gebouwd en is bekleed met keramiek en glas uit Catalaanse werkplaatsen. Op 10 juni 2026, honderd jaar na Gaudí's dood, zegende paus Leo XIV de toren tijdens een plechtige mis, waarna die voor het eerst werd verlicht.

Af is het gebouw daarmee niet. De hoofdgevel aan de zuidkant, de gevel van de Glorie, mist nog vier aposteltorens, het binnenwerk van de middentoren staat voor 2027 en 2028 op het programma en de monumentale trap die het ontwerp vraagt zou over de Carrer de Mallorca komen te liggen. Daarvoor zouden woonblokken moeten wijken, en over die kwestie is al jaren geen besluit genomen. Een vaste einddatum voor het hele gebouw is er niet.

Gaudí buiten Catalonië

Drie gebouwen van Gaudí staan buiten Catalonië, en ze zijn geen van drieën onder zijn dagelijkse toezicht tot stand gekomen. Het oudste is El Capricho in Comillas aan de Cantabrische kust, een zomerhuis uit 1883 tot 1885 voor Máximo Díaz de Quijano, een advocaat die in Cuba fortuin had gemaakt. Gaudí heeft het nooit met eigen ogen gezien: de uitvoering lag bij zijn studiegenoot Cristóbal Cascante, die werkte naar een maquette die Gaudí in Barcelona had gemaakt.

De andere twee staan in de provincie León. Het bisschoppelijk paleis van Astorga ontwierp hij vanaf 1889, nadat het oude paleis was afgebrand; de eerste steen ging in 1890 de grond in. Na de dood van bisschop Grau in 1893 kreeg Gaudí ruzie met het kerkbestuur en legde hij het werk neer. Ricardo García Guereta maakte het paleis tussen 1907 en 1915 af, en sindsdien is er het Museo de los Caminos gevestigd, over de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. In de stad León zelf bouwde hij in 1891 en 1892 Casa Botines, een woon- en handelspand voor twee textielhandelaren, met torentjes op de hoeken die naar de gotiek van de stad verwijzen.

Waarom de waardering pas later kwam

Gaudí stichtte geen school, gaf geen les en liet nauwelijks geschreven werk na. Na zijn dood in 1926 gold zijn werk daarom lange tijd als het sluitstuk van een afgesloten stijl, terwijl de Catalaanse kunst die in die jaren internationaal doorbrak van een heel andere soort was: het surrealisme van Salvador Dalí en het vormenspel van Joan Miró. Buiten Spanje was hij niet onbekend: een tentoonstelling van zijn werk in het Grand Palais in Parijs kreeg in 1910 goede kritieken in de Franse pers, en architecten als Le Corbusier noemden zich later bewonderaar. Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw nam de belangstelling weer toe.

Bij zijn latere leven hoort ook zijn geloof. In zijn jonge jaren kleedde hij zich als dandy en ging hij naar het theater; de oudere Gaudí leefde sober en werd soms voor een bedelaar aangezien. Hij haalde in persoon geld op voor de bouw van de kerk en kreeg de bijnaam architect van God. De katholieke kerk heeft hem inmiddels eerbiedwaardig verklaard, een vroege stap op weg naar een mogelijke heiligverklaring.

Zijn Catalaanse overtuiging uitte hij in zijn werk en niet in de politiek: voorstellen om zich kandidaat te stellen sloeg hij af, maar koning Alfons XIII sprak hij bij diens bezoek aan de bouwplaats alleen in het Catalaans toe. Draken, wapenschilden en heiligenfiguren uit de Catalaanse overlevering komen in bijna al zijn gebouwen terug. Die verwijzingen horen bij een regionale traditie, een van de vele binnen de Spaanse cultuur.

Veelgestelde vragen

Is de Sagrada Família de kathedraal van Barcelona?

Nee. De kathedraal van Barcelona is de Catedral de la Santa Creu i Santa Eulàlia in de gotische wijk, gebouwd tussen de dertiende en de vijftiende eeuw, en daar zetelt de aartsbisschop. De Sagrada Família is een boetekerk die paus Benedictus XVI in 2010 tot basiliek verhief. Basiliek is een ererang die de paus toekent; een bisschopszetel hoort er niet bij.

Waarom wordt Casa Milà ook La Pedrera genoemd?

Pedrera betekent steengroeve, en de bijnaam was spottend bedoeld. Toen het gebouw tussen 1906 en 1912 verrees, vonden veel inwoners van Barcelona dat de golvende kalkstenen gevel op een afgegraven rotswand leek, en spotprenten in de pers maakten de grap breder bekend. De naam is blijven hangen en wordt nu zonder spot gebruikt, ook door de stichting die het gebouw beheert.

Welke gebouwen van Gaudí kun je vanbinnen bekijken?

Casa Batlló, Casa Milà, Casa Vicens, Palau Güell, de crypte van Colònia Güell en de Sagrada Família zijn als museum of monument te bezoeken, in de meeste gevallen met een kaartje dat je vooraf koopt. Park Güell is voor een groot deel vrij toegankelijk, maar voor de monumentale zone met het terras en de trap heb je een toegangsbewijs nodig. Ook El Capricho in Comillas, het paleis in Astorga en Casa Botines in León zijn als museum ingericht.

Wat betekent het dat Gaudí eerbiedwaardig is verklaard?

Eerbiedwaardig is de stap waarin de kerk vaststelt dat iemand de christelijke deugden in heroïsche mate heeft beoefend. Paus Franciscus tekende dat besluit over Gaudí op 14 april 2025, ruim twintig jaar nadat het proces in 2003 was geopend. Voor een zaligverklaring moet daarna een wonder worden erkend dat aan zijn voorspraak wordt toegeschreven, en voor een heiligverklaring een tweede. Een termijn waarbinnen dat gebeurt, bestaat niet.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Cultuur · Kunst

Pablo Picasso

De Spaanse jaren van Picasso, de ontwikkeling van zijn werk en waar het in Spanje te zien is.

Cultuur · Kunst

Salvador Dalí

De surrealist uit Figueres: zijn werkwijze, de kust in zijn schilderijen en waar zijn werk nu te zien is.

Cultuur · Kunst

Diego Velázquez

De hofschilder van Filips IV: zijn loopbaan van Sevilla tot Madrid, Las Meninas, de overgave van Breda en waar zijn werk hangt.

Cultuur · Kunst

Kunst en cultuur in Spanje

Een koninklijk besluit uit 1995 verdeelde de Spaanse staatscollectie op het geboortejaar van Picasso.