Naar de inhoud
Bestemming · Andalusië

Málaga, een Fenicische haven die museumstad werd

Málaga is de hoofdstad van de Andalusische provincie met dezelfde naam en heeft 597.173 inwoners. De stad ligt aan de Middellandse Zee, met de Alcazaba en het kasteel van Gibralfaro op de heuvel boven het historische centrum. De luchthaven Málaga-Costa del Sol verwerkte in 2025 bijna 27 miljoen passagiers en bedient de hele kuststrook. In de stad zelf staan het geboortehuis van Picasso, drie grote kunstmusea en een kathedraal waarvan één toren nooit is afgebouwd.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 16 minuten
Een haven met palmen en witte boten, met daarachter een beboste heuvel met lange okerkleurige vestingmuren.
Land en regio
Spanje, autonome gemeenschap Andalusië
Provincie
Málaga, met de stad Málaga als hoofdstad
Inwoners
597.173 in 2025 (IECA)
Oppervlakte
394,98 km², verdeeld over elf stadsdistricten en veertien kernen
Hoogte
6 m boven zeeniveau
Gemiddelde leeftijd
43,6 jaar (IECA, 2025)
Luchthaven
Málaga-Costa del Sol, met een eigen station op voorstadslijn C1
Stranden
Vijftien stranden binnen de gemeentegrens
Nationaal park in de provincie
Sierra de las Nieves, met de Torrecilla op 1.919 m
Karakter
Havenstad met een vestingheuvel, een onvoltooide kathedraal, musea in oude paleizen en strand binnen de stadsgrens
Op deze pagina

De stad, de provincie en de kust met dezelfde naam

De naam Málaga staat voor drie dingen die gemakkelijk door elkaar lopen. De gemeente Málaga heeft 597.173 inwoners en beslaat 394,98 km², verdeeld over elf stadsdistricten en veertien kernen. De provincie Málaga is het gebied eromheen, met de stad als hoofdstad. En Málaga-Costa del Sol is de naam van de luchthaven, die net zo goed de badplaatsen aan weerszijden van de stad bedient als de stad zelf. In het overzicht van Spaanse bestemmingen staat Málaga daarom als eigen bestemming naast de kuststreken van Spanje, waar de Costa del Sol onder valt.

Het centrum ligt op zes meter boven zeeniveau, in de baai onder de heuvel waarop de Alcazaba en het kasteel van Gibralfaro staan. Die ligging houdt de oude stad klein: de vesting, het Romeinse theater, de kathedraal, de overdekte markt en de drie grote kunstmusea staan allemaal binnen de historische kern, op loopafstand van elkaar. Hoe de stad ten opzichte van de rest van het land ligt, is te zien op de kaart van Spanje.

Anders dan de badplaatsen eromheen is Málaga niet voor het toerisme aangelegd. De stad gaat terug op een Fenicische nederzetting, was onder de Romeinen een exporthaven, onder islamitisch bestuur een vestingstad en in de negentiende eeuw een fabrieksstad. Elk van die perioden heeft in het centrum iets achtergelaten dat je nog kunt aanwijzen.

Malaka: Feniciërs, Romeinen en een haven vol garum

Málaga is gesticht door de Feniciërs, die hun nederzetting aanlegden bij de heuvel waar nu de Alcazaba staat. De gemeentelijke monumentendienst dateert hun aanwezigheid op die heuveltop rond 600 v.Chr. Hoe dicht dat verleden onder de stad zit, blijkt in de ondergrond van het Museo Picasso Málaga: bij de verbouwing van het paleis waarin het museum zit, zijn Fenicische woningen en muurwerk uit de zevende en zesde eeuw v.Chr. blootgelegd, en daarnaast een Romeinse fabriek voor gezouten vis uit de derde tot vijfde eeuw n.Chr.

Onder Romeins bestuur voerde de haven wijn, olijfolie en garum uit, een saus van gezouten en gefermenteerde vis. Dat de plaats de status van stadsgemeente kreeg, is vastgelegd in de Lex Flavia Malacitana, de gemeentewet die voor Malaca werd uitgevaardigd. Op de westflank van de Gibralfaro bouwden de Romeinen in de eerste eeuw een theater. Dat ligt er nog, aan de voet van de vestingmuur, en is van de straat af te overzien.

Die opeenvolging verklaart waarom het centrum op zo'n klein oppervlak zoveel perioden laat zien. De Feniciërs kozen de heuvel om de baai te kunnen overzien, de Romeinen bouwden op de flanken, de islamitische heersers versterkten dezelfde top, en de kerken en paleizen van na 1487 kwamen in de straten eronder. Wie van het Romeinse theater naar de kathedraal loopt, passeert in een paar honderd meter resten uit vier perioden.

Wandelen langs de haven van Málaga
Wandelen langs de haven van Málaga.

De Alcazaba en het kasteel dat erboven moest komen

Alcazaba komt van het Arabische al-qasba, stadsvesting. De eerste vermelding van de Alcazaba van Málaga stamt uit 755, toen de bronnen over een fort spreken. Daarna is het complex in stappen uitgebreid. Vanaf 1014, toen de Hammudiden zich als zelfstandige taifa in Málaga vestigden, veranderde het van fort in paleisvesting: zij begonnen aan de paleiszone en aan de ringmuur. Badis, koning van de Ziridische taifa van Granada, nam de stad in 1056 in en liet een dubbele muur aanleggen met geknikte poorten, waarvan de Puerta de la Bóveda en de Puerta del Cristo de bekendste zijn. Het terrein beslaat 14.200 m², waarvan 7.000 m² bebouwd is, ongeveer de helft burgerlijk en de helft militair. In de veertiende eeuw, toen Málaga bij het Nasridische koninkrijk Granada hoorde, was de Alcazaba de zetel van het stadsbestuur.

Het kasteel van Gibralfaro erboven is er gekomen omdat de vesting zelf niet langer te verdedigen was. Rond 1340 raakte artillerie wijdverbreid, en vanaf de heuveltop lag het binnenterrein van de Alcazaba open. Yusuf I liet het kasteel daarom tussen 1344 en 1354 bouwen; bij zijn dood was het niet klaar en zijn zoon Muhammad V maakte het af. De naam komt van yabal, heuvel, en faruh, een woord dat teruggaat op het Griekse faros, vuurtoren. Het kasteel ligt op 132 meter hoogte en beslaat met de barbacane en de coracha 21.310 m², met 1.310 meter muur eromheen.

Die coracha maakt van de twee bouwwerken één systeem: een ommuurde gang over de helling, die tegelijk de enige toegang tot het kasteel was. Binnen de muren liggen nog de Airón-put van veertig meter diep, uitgehakt in de rots tot een waterader, en een stelsel van gootjes dat regenwater naar overdekte cisternen leidde. Tot 1925 diende het kasteel als kazerne en gevangenis; in dat jaar kwam het in handen van de gemeente en ging het open voor publiek.

Uitzicht over Málaga richting zee
Uitzicht over Málaga richting zee.

La Manquita, de kathedraal met één afgebouwde toren

De kathedraal van Málaga staat op de heuvelrug waar de stad is begonnen, en na ruim drie eeuwen bouwen is ze nog niet af. Na de inname van de stad door de Katholieke Koningen in 1487 werd de vrijdagmoskee, met vijf beuken en 113 zuilen, als kerk in gebruik genomen; in 1488 werd de kathedraal bij bul van paus Innocentius VIII canoniek opgericht. Het moskeegebouw bleek te laag en te krap, en rond 1518 vroeg het kapittel de kroon om een nieuw gebouw. De bouw begon omstreeks 1527 naar een ontwerp van Diego de Siloé, en op 31 augustus 1588 werd het voltooide koorgedeelte gewijd.

Daarna volgden twee eeuwen met lange stiltes. Het koorgestoelte werd in 1633 begonnen en vanaf 1658 door Pedro de Mena afgemaakt, die er tweeënveertig beelden voor sneed. In de achttiende eeuw werd de bouw hervat, en in 1768 ging de kathedraal open met het aanzien dat ze nu heeft. Rond 1782 hield het werk op. De kas was leeg, de koninklijke heffing op olie, wijn en rozijnen die de bouw financierde was vervallen en de gemeente trok haar steun terug. De bekroning van de voorgevel, de balustrade, de grote sacristie en vooral een van de twee torens bleven onvoltooid. Die halve toren gaf het gebouw de naam waaronder het in de stad bekendstaat, La Manquita.

Binnen staan twee barokke orgels van orgelbouwer Julián de la Orden, tussen 1778 en 1782 in gebruik genomen, met elk meer dan vierduizend pijpen. In 1855 verleende paus Pius IX de kathedraal de titel basilica minor. Sinds 2024 wordt er opnieuw gebouwd, aan het dak en aan onderdelen van de hoofdgevel, volgens de oorspronkelijke ontwerpen.

Picasso's geboortestad werd een stad van musea

Pablo Ruiz Picasso werd in 1881 in Málaga geboren en stierf in 1973 in Mougins. Zijn geboortehuis aan de Plaza de la Merced 15 is nu het Museo Casa Natal Picasso, beheerd door de gemeentelijke Fundación Picasso. Het museum dat zijn naam draagt, kwam veel later. In 2003 opende het Museo Picasso Málaga in het Palacio de Buenavista met 155 werken uit de eerste schenking van Christine en Bernard Ruiz-Picasso. Begin 2010 kwamen daar zes geschonken werken en 72 aankopen bij, waarmee de vaste collectie op 233 werken staat, met werk uit elk decennium tussen 1890 en 1970.

Het gebouw vertelt de geschiedenis van de stad mee. Het Palacio de Buenavista is in de zestiende eeuw opgetrokken door Diego de Cazalla, op de resten van een Nasridisch paleis, en mengt renaissancevormen met mudéjarwerk. Het was achtereenvolgens woonhuis, school, fabriek en ziekenhuis, werd in 1939 nationaal monument en huisvestte van 1961 tot 1997 het provinciale museum voor schone kunsten. Bij de verbouwing tot Picassomuseum, onder leiding van Richard Gluckman met Isabel Cámara en Rafael Martín Delgado, kwamen de Fenicische en Romeinse resten in de ondergrond tevoorschijn.

De twee andere grote musea zitten eveneens in bestaande gebouwen. Het Museo Carmen Thyssen Málaga heeft het Palacio de Villalón, een adellijk woonhuis uit het begin van de zestiende eeuw dat de familie Villalón in de achttiende eeuw verbouwde en uitbreidde; de gemeente knapte het op om de collectie te kunnen plaatsen. Het Centre Pompidou Málaga zit niet in een paleis maar in El Cubo, een kubus tussen de kaden 1 en 2 van de haven, aan de promenade Muelle Uno. In 2025 bestond die vestiging tien jaar.

Vier musea in Málaga en de gebouwen waarin ze zitten
Museum Gebouw Waar het om gaat
Museo Casa Natal Picasso Het geboortehuis aan de Plaza de la Merced 15 Picasso's eerste jaren, beheerd door de gemeentelijke Fundación Picasso
Museo Picasso Málaga Palacio de Buenavista, zestiende eeuw, met Fenicische en Romeinse resten in de ondergrond 233 werken van Picasso, met werk uit elk decennium tussen 1890 en 1970
Museo Carmen Thyssen Málaga Palacio de Villalón, begin zestiende eeuw, met cassetteplafonds, een patio met arcaden en een torentje De collectie van Carmen Thyssen, in een door de gemeente gerestaureerd woonhuis
Centre Pompidou Málaga El Cubo, tussen de kaden 1 en 2 van de haven Vestiging van het Centre Pompidou, sinds 2015 aan de promenade Muelle Uno

Van Nasridische scheepswerf tot markthal met 260 kramen

De overdekte markt van Málaga heet Mercado de Atarazanas, en atarazanas betekent scheepswerven. Op deze plek lagen in de veertiende eeuw de Nasridische werven. Daarvan is de monumentale marmeren poort bewaard, die architect Joaquín de Rucoba bij de verbouwing tussen 1876 en 1879 naar het midden van de hoofdgevel verplaatste; daar vormt hij nu de ingang.

Het oude gebouw bepaalde het ontwerp van de nieuwe hal, die neo-Arabische vormen kreeg met Nasridische en oudere islamitische motieven. Het geraamte is van ijzer, grotendeels afkomstig uit de ijzerindustrie van Málaga zelf, en is dichtgezet met steen en metselwerk. De hal is in 1979 als monument beschermd, tussen 2008 en 2010 teruggebracht naar het oorspronkelijke ontwerp en telt 260 kramen. De ingang is dus veertiende-eeuws en de hal eromheen negentiende-eeuws.

De tuin van de markiezen van Casa Loring

Die ijzerindustrie is het tweede verhaal van het negentiende-eeuwse Málaga. Rond het midden van die eeuw kende de stad een economische opleving met ijzer- en textielfabrieken, gedragen door ondernemersfamilies als Larios, Heredia en Loring. Een plek waar dat kapitaal zichtbaar werd, is de hacienda La Concepción aan de Guadalmedina, ten noorden van de stad. Jorge Loring Oyarzábal en Amalia Heredia Livermore, beiden kind van ondernemers die naar Málaga waren gekomen, legden daar vanaf 1855 een subtropische landschapstuin aan op een samenvoeging van landbouwpercelen met graan, olijven, amandelen, wijnstokken en vooral citrus. Die tuin bestaat nog als de gemeentelijke Jardín Botánico-Histórico La Concepción, met meer dan vijftigduizend planten.

Aan het eind van de negentiende eeuw sloeg het om. De druifluis phylloxera trof de wijnbouw, de industrie stortte in en Málaga raakte in een langdurige sociale en economische crisis. De gemeente beschrijft de twintigste eeuw daarna als een omschakeling naar toerisme: eerst de ontwikkeling van de Costa del Sol, later de inzet op cultuurtoerisme als museumstad.

Zoete wijn uit vijf gebieden en rozijnen uit de Axarquía

De koninklijke heffing die de bouw van de kathedraal betaalde, lag op olie, wijn en rozijnen. Twee van die drie producten hebben in de provincie nu een beschermde oorsprongsbenaming. De benaming Málaga omvat 67 gemeenten in vijf productiegebieden: de Axarquía, de Montes de Málaga, het noorden, Manilva en de Serranía de Ronda. De wijnen worden vooral gemaakt van de witte druiven Pedro Ximénez en Moscatel, als stille wijn of als likeurwijn waarbij de gisting met wijnalcohol wordt stilgezet.

Dat die wijnen meestal donker zijn, heeft twee oorzaken die niets met de kleur van de druif te maken hebben. De eerste is oxidatieve rijping: hoe langer de wijn rijpt, hoe donkerder hij wordt. De tweede is arrope, ingekookte most die aan de wijn wordt toegevoegd. Het aandeel arrope bepaalt de kleuraanduiding op het etiket: dorado zonder toevoeging, rojo dorado met maximaal vijf procent, oscuro met vijf tot tien procent, color met tien tot vijftien procent en negro met meer dan vijftien procent.

De rozijnen hebben hun eigen benaming, Pasas de Málaga. Het gaat om druiven van de Moscatel de Alejandría, geoogst en gedroogd in de Axarquía of in de subzone Manilva, en uitsluitend in de zon. Dat gebeurt op paseros: naar het zuiden gerichte droogvlakken met minstens acht procent helling en een zeil tegen regen en dauw, waarop de druiven ongeveer tien dagen liggen. Het reglement staat bij losse rozijnen hoogstens tachtig stuks per honderd gram toe, waardoor ze duidelijk te onderscheiden zijn van sultana's en korenten.

Aan de oostkant van de stad draait het eten om vis. De promenade van Pedregalejo, de oudste van de stad, staat vol restaurants die zich op vis en zeevruchten hebben toegelegd, en in El Palo liggen nog steeds vissersboten op het strand waarmee in het gebied wordt gevist. Sardines die daar naast een houtvuur aan een stok worden geroosterd, heten espetos.

Rozijnen uit de Axarquía
Rozijnen uit de Axarquía.

Vijftien stranden binnen de gemeentegrens

De gemeente Málaga noemt vijftien stranden op haar eigen grondgebied, van Sacaba en Guadalmar aan de westkant tot La Araña in het oosten. Het meest centrale is La Malagueta, pal naast het historische centrum: 1.200 meter lang, gemiddeld 45 meter breed, met middelgrof zand, rustig water en een blauwe vlag. Omdat het aan de bebouwing grenst, is een middag aan het water geen uitstapje buiten de stad.

Oostwaarts liggen Pedregalejo en El Palo, de oude vissersbuurten. Pedregalejo was vroeger een kiezelstrand en is met strekdammen hersteld; het heeft de oudste boulevard van de stad. De stranden van El Palo lopen van de Arroyo Gálica tot Pedregalejo, over 1.200 meter en met een breedte van ongeveer 25 meter. Hoe deze stadsstranden zich verhouden tot de stranden elders in het land, staat in het overzicht van de mooiste stranden van Spanje.

Het stadsstrand van Málaga
Het stadsstrand van Málaga.

Bijna 27 miljoen passagiers en de trein naar de Alameda

De luchthaven Málaga-Costa del Sol verwerkte in 2025 26.760.549 passagiers en 186.990 vluchten, in beide gevallen meer dan in enig eerder jaar. Daarvan reisden 4.465.870 mensen van of naar een andere Spaanse stad en 22.248.605 van of naar het buitenland. De grootste buitenlandse markten waren het Verenigd Koninkrijk met 6.149.697 passagiers, Duitsland met 2.012.019 en Nederland met 1.631.525.

Praktisch belangrijker is dat de luchthaven een eigen station heeft op voorstadslijn C1, die van Málaga Centro Alameda naar Fuengirola rijdt. Aena geeft vanaf de luchthaven acht minuten naar het station Málaga María Zambrano, waar de hogesnelheidstreinen aankomen, en twaalf minuten naar het centrum; naar Benalmádena is het achttien minuten en naar Fuengirola vierendertig. Er rijdt ook een expresbus van het stadsvervoerbedrijf, en voor Marbella bestaat een aparte buslijn, omdat de trein niet verder komt dan Fuengirola. Op María Zambrano beginnen de hogesnelheidsverbindingen naar andere steden in Spanje.

Cruiseschepen aan Muelle Uno

De haven grenst aan het centrum en is voor een deel als stadspromenade ingericht; Muelle Uno, met het Centre Pompidou erop, hoort daarbij. De havenautoriteit verwachtte voor het najaarsseizoen 113 cruise-aanlopen, en houdt op haar eigen site een lijst bij van de schepen die worden verwacht. Cruisepassagiers komen daardoor op loopafstand van de historische kern aan wal.

Droge zomers, natte herfst- en wintermaanden

Het meetstation van AEMET op de luchthaven van Málaga geeft over de periode 1981 tot 2010 een gemiddelde jaartemperatuur van 18,5 °C. De gemiddelde maximumtemperatuur loopt van 16,8 °C in januari naar 30,5 °C in juli en 30,8 °C in augustus. De neerslag is sterk seizoensgebonden: in juli valt gemiddeld vrijwel niets, terwijl in november en in december elk ongeveer 100 millimeter valt. Over een heel jaar gaat het om 534 millimeter, verdeeld over gemiddeld 42 dagen waarop neerslag is gemeten.

Dat zijn gemiddelden over dertig jaar en geen verwachting voor een losse reisdag: tijdens je vakantie kunnen de dagen warmer en de nachten kouder zijn dan deze cijfers. Een dag met neerslag is ook niet hetzelfde als een dag die verregent. De maandcijfers per onderdeel staan bij weer en klimaat in Málaga.

Feria in augustus en de processies van de Goede Week

De Feria de Málaga is de grote zomerfeestweek van de stad. In 2026 loopt ze van 15 tot 22 augustus, met op 14 augustus een historische optocht als opening. De gemeente geeft elk jaar het programma uit en publiceert een plattegrond van het feestterrein buiten het centrum.

In de Goede Week trekken de broederschappen door het centrum. De Agrupación de Cofradías de Semana Santa de Málaga, de federatie waarin ze zijn verenigd, publiceert de routes en de tijden en verhuurt stoelen en tribunes langs het parcours. Wie in die week komt, kan daar vooraf nakijken welke straten wanneer worden gebruikt.

Caminito del Rey en de pinsapos van de Sierra de las Nieves

De provincie heeft twee bestemmingen die om een eigen dag vragen. De Caminito del Rey is een looppad door de kloof Desfiladero de los Gaitanes, ongeveer 58 kilometer van de stad. Het is geen vrij toegankelijke wandeling: een gewoon kaartje kost 10 euro, een bezoek met officiële gids 18 euro, en kinderen onder de acht jaar mogen het pad niet op. Wie geen auto heeft, kan de trein nemen: Renfe noemt op zijn pagina voor de Málaga-voorstadstreinen een dienst tussen Málaga, El Chorro en de Caminito del Rey.

De tweede is de Sierra de las Nieves, een nationaal park in de Serranía de Ronda, binnen de provincie Málaga. De hoogste top is de Torrecilla met 1.919 meter. Het park is bekend om zijn bossen van de Spaanse zilverspar, de pinsapo, en om zijn kalksteenlandschap met karstvormen. Het ministerie noemt het gebied ook een belangrijk toevluchtsoord voor dieren uit de bergen. Het hoort bij het netwerk van nationale parken in Spanje.

Tarieven en toegang wisselen

De bedragen en de leeftijdsgrens voor de Caminito del Rey komen van de officiële reserveringssite en zijn op 5 oktober 2026 nagekeken. Tarieven, openingstijden en sluitingen bij slecht weer veranderen per seizoen, dus controleer ze daar voordat je boekt.

Universiteit, technologiepark en de inwoners van vandaag

Málaga is ook een werkstad. De inwoners van de gemeente zijn gemiddeld 43,6 jaar oud, en in haar eigen geschiedschrijving noemt de gemeente de universiteit, het technologiepark en de hogesnelheidslijn als de voorzieningen die de stad in de laatste decennia hebben veranderd.

Dat technologiepark, het Parque Tecnológico de Andalucía, presenteert zich als Málaga TechPark en zegt meer dan 715 bedrijven te huisvesten, waaronder meer dan zeventig internationale. Het eerste chipontwerpcentrum van imec in Spanje staat er, met tweehonderd directe arbeidsplaatsen. Het park schat zijn eigen aandeel in het bruto binnenlands product en de werkgelegenheid van de provincie Málaga op ongeveer tien procent; dat aandeel is een opgave van het park zelf.

Een rustige straat in het centrum van Málaga
Een rustige straat in het centrum van Málaga.
Weer en klimaat

Benieuwd naar de temperaturen per maand? Bekijk weer en klimaat in málaga met de volledige klimaattabel.

Veelgestelde vragen

Hoeveel dagen heb je nodig voor Málaga?

Twee volle dagen volstaan voor het historische centrum. De Alcazaba, het Romeinse theater, de kathedraal, de markthal van Atarazanas en de drie grote kunstmusea liggen dicht bij elkaar, en La Malagueta sluit er direct op aan. Reken een derde dag als je ook het kasteel van Gibralfaro boven de stad wilt zien, of als je naar de Caminito del Rey gaat: dat pad ligt zo'n 58 kilometer verderop en vraagt een kaartje vooraf.

Wat betekenen pálido, noble, añejo en trasañejo op een fles Málagawijn?

Het zijn de rijpingsaanduidingen van de oorsprongsbenaming. Pálido staat voor een rijping tot zes maanden, noble voor twee tot drie jaar, añejo voor drie tot vijf jaar en trasañejo voor meer dan vijf jaar. Daarnaast bestaan er namen voor de bereiding: een lágrima komt van most die zonder mechanische persing is verkregen, en Lacrimae Christi is een lágrima met minstens twee jaar rijping. Een Pajarete is een likeurwijn met 45 tot 140 gram zoet per liter en ten minste twee jaar rijping, zonder toegevoegde arrope.

Kun je zonder auto vanuit Málaga de kust verkennen?

Westwaarts gaat dat goed. Voorstadslijn C1 rijdt van Málaga Centro Alameda via de luchthaven naar Fuengirola en stopt onderweg onder meer in Benalmádena, achttien minuten vanaf de luchthaven. Verder dan Fuengirola komt de trein niet: voor Marbella is er een aparte buslijn, die ook de luchthaven aandoet. Naar de kust oostelijk van de stad, de Axarquía, noemen de vervoerders geen voorstadstrein; daar zijn de bus en de auto het alternatief. Het andere voorstadstraject gaat juist het binnenland in, naar El Chorro bij de Caminito del Rey.

Mag je zelf op het strand van Málaga koken?

Alleen met toestemming van de gemeente. Voor een moraga, het koken of grillen op het strand, bestaat een aanvraagprocedure bij de gemeente Málaga. Bij droogte en brandgevaar kan die worden stilgelegd: in het najaar van 2026 waren de aanvragen tot 16 oktober geschorst wegens brandgevaar. Kijk dus op de gemeentelijke strandpagina of er op het moment van je bezoek moragas worden toegestaan.

Is de Sierra de las Nieves hetzelfde als de Sierra Nevada?

Nee, het zijn twee verschillende nationale parken, die beide in het netwerk van het Spaanse ministerie staan. De Sierra de las Nieves ligt in de Serranía de Ronda, in de provincie Málaga, en heeft de Torrecilla van 1.919 meter als hoogste top; het park is bekend om zijn zilversparbossen. De Sierra Nevada is een apart park verder oostwaarts in Andalusië. Van de twee ligt alleen de Sierra de las Nieves binnen de provincie Málaga.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Praktisch · Weer en klimaat

Weer en klimaat in Málaga

Maandcijfers voor temperatuur, regen en zon in Málaga, vergeleken met Mallorca en Tenerife, en de terral, een warme wind.

Bestemmingen · Overzicht

De Spaanse eilanden

De Balearen en de Canarische Eilanden tellen samen twaalf bewoonde eilanden, in twee heel verschillende zeeën.

Bestemmingen · Overzicht

De Spaanse kusten

Overzicht van alle Spaanse kusten: welke costa waar ligt, hoe de namen ontstonden en waarin de kusten verschillen.

Bestemmingen · Steden

Steden in Spanje

Welke Spaanse steden er zijn, hoe groot ze werkelijk zijn en welke historische laag je waar terugziet.