Op deze pagina
- Naam
- Doménikos Theotokópoulos
- Geboren
- 1541, Kreta (toen Venetiaans)
- Overleden
- 1614, Toledo
- Stijl
- Maniërisme
- Werkzaam in Toledo
- uiterlijk vanaf 1577
- Bekendste werk
- De begrafenis van de graaf van Orgaz, Iglesia de Santo Tomé
- Vakgebied
- Kunst en cultuur in Spanje
Van Kreta via Venetië en Rome naar Toledo
El Greco betekent "de Griek" en is de bijnaam van de schilder Doménikos Theotokópoulos. Hij werd in 1541 geboren op Kreta, dat toen bij Venetië hoorde, en stierf in 1614 in Toledo. Hij is een van de grote namen uit de Spaanse kunst en cultuur, hoewel hij pas als volwassene naar Spanje kwam en zijn vak elders had geleerd.
Op Kreta werd hij icoonschilder, en volgens de parochie van Santo Tomé in Toledo keren sporen van die opleiding terug in zijn latere werk. Een schilderij uit die tijd, De ontslapenis van Maria uit 1565 en 1566, hangt in de kathedraal van Ermoupoli in Griekenland. In Venetië werkte hij volgens de National Gallery in Londen onder Titiaan en liet hij zich beïnvloeden door Tintoretto en de schilders Bassano. In 1570 was hij in Rome, waar hij het werk van Michelangelo en Rafaël bestudeerde. Zo ontstond zijn maniëristische stijl, de stijl van de late zestiende eeuw met theatrale gebaren en felle kleuren.
Uiterlijk in 1577 had hij zich in Toledo gevestigd en daar bleef hij tot zijn dood.
Kerkelijke opdrachtgevers en conflicten over betaling
De meeste schilderijen maakte El Greco voor Toledo en omgeving, en de Toledaanse kerk was volgens het Museo del Greco zijn belangrijkste opdrachtgever. Een opdracht van Filips II voor het Escorial, Het martelaarschap van Sint-Mauritius, werd volgens de National Gallery niet goed ontvangen. In 1587 schilderde hij voor het domkapittel El Expolio, de ontkleding van Christus, bestemd voor de sacristie van de kathedraal.
Het Museo del Greco schrijft dat hij zijn werk zag als een intellectuele bezigheid die beter betaald moest worden dan met het bedrag dat na een taxatie werd vastgesteld, zoals toen gebruikelijk was, en dat hij daarover meermaals met opdrachtgevers voor de rechter kwam. Het bekendste geschil ging over De begrafenis van de graaf van Orgaz. Taxateurs waardeerden dat doek op 1.200 dukaten. De pastoor van Santo Tomé vond dat te veel naast de 318 dukaten voor El Expolio en de 800 voor het schilderij voor het Escorial, maar de aartsbisschoppelijke raad besliste dat de 1.200 dukaten betaald moesten worden.
De begrafenis van de graaf van Orgaz
Het schilderij verbeeldt een wonder dat volgens de overlevering in 1327 plaatsvond. Gonzalo Ruiz de Toledo, heer van Orgaz, was in 1323 overleden en werd vier jaar later overgebracht naar zijn kapel in de Toledaanse kerk Santo Tomé. Tijdens de uitvaartdienst zouden de heiligen Augustinus en Stefanus uit de hemel zijn gekomen om hem zelf in zijn graf te leggen. Het wonder werd in 1583 officieel erkend, waarna de pastoor van Santo Tomé het schilderij liet maken. Op 15 maart 1586 werd een overeenkomst getekend die de voorstelling in de onderste helft nauwkeurig vastlegde. Het werk moest met Kerstmis van dat jaar klaar zijn en werd in het voorjaar van 1588 geleverd.
Het doek bestaat uit twee zones. Onder staat de begrafenis, bijna alleen in zwart en grijs en verlicht door zes toortsen. Volgens de parochie koos El Greco daar de nuchtere, realistische manier van de Vlaamse school, en zijn de omstanders edellieden uit zijn eigen tijd. Boven zit Christus in een driehoek van licht, met Maria en Johannes de Doper aan weerszijden, in veel kleuren en met een licht dat de parochie aan de Venetiaanse school toeschrijft.
Van dichtbij valt het beeld uiteen in verfstreken. De parochie noemt als voorbeeld de weerspiegeling van het gezicht van Stefanus in het harnas van de graaf, en schrijft dat Francisco Goya en later Pablo Picasso in El Greco de eerste impressionist zagen.
Vista y plano de Toledo: een stadsgezicht met plattegrond
In het Museo del Greco hangt een schilderij uit 1610 tot 1614 waarin de stad op twee manieren is weergegeven: als gezicht in perspectief en als gedetailleerde plattegrond, die een jongen aan de kijker voorhoudt. Het museum noemt het een zeldzaam werk, omdat er op het Iberisch schiereiland geen stadsgezichten van dit soort bestonden.
Het is geen getrouwe weergave. El Greco schrijft in een tekst op het doek dat hij het Hospital Tavera als model naar voren moest zetten, omdat het gebouw anders de Puerta de Bisagra zou bedekken en zijn koepel boven de stad zou uitsteken. Het ziekenhuis staat op een wolk, een verwijzing naar de beheerder van het gebouw, Pedro Salazar de Mendoza, een vriend van de schilder en waarschijnlijk de opdrachtgever.
Vergeten in de achttiende eeuw, herontdekt rond 1900
In de zeventiende eeuw nam zijn faam af, al bleef hij een gerespecteerd schilder die de Toledaanse schilders van die tijd beïnvloedde. In de achttiende eeuw verdween die faam volgens het Museo del Greco helemaal: zijn werk gold als extravagant en zelfs als belachelijk. Het herstel begon met de romantiek. Een tweede impuls kwam na 1898, toen Spanje zijn laatste koloniën verloor en in een economische en maatschappelijke crisis raakte. De generatie van '98 dacht na over de toestand van Spanje en over de Spaanse cultuur, en daarin werden Toledo en El Greco een vast referentiepunt.
Uit die tijd komt het beeld van El Greco als vertolker van de Castiliaanse geest en het Spaanse mysticisme, hoewel zijn Kretenzer afkomst nooit werd verborgen. In 1902 hield het Prado de eerste tentoonstelling die aan hem was gewijd, terwijl Manuel Bartolomé Cossío werkte aan de eerste wetenschappelijke catalogus van zijn werk. Volgens het museum is zijn invloed terug te vinden van zijn tijdgenoten tot de Amerikaanse abstract-expressionisten van de twintigste eeuw.
Zijn werk in Toledo: parochiekerk, kathedraal en museum
Wie in Toledo werk van El Greco wil zien, komt langs drie beheerders: de parochie van Santo Tomé, het kathedraalkapittel en het Museo del Greco, dat bij het Spaanse ministerie van Cultuur hoort. Het werk hangt dus niet in één gebouw. Openingstijden en tarieven verschillen per beheerder en kunnen wisselen, dus bekijk ze vooraf op de websites die onder de bronnen staan.
In de sacristie hangt El Expolio sinds 1798 in een altaarstuk van marmer en brons, dat het retabel verving dat El Greco zelf had gemaakt. Van dat origineel bleef alleen een beeldengroep bewaard. Het Museo del Greco hangt zijn apostelen bewust naast drie Andalusische barokschilderijen, om het verschil te laten zien tussen zijn maniërisme en de barok, de stijl van onder anderen Diego Velázquez.
Schilderijen uit eerdere perioden hangen in Madrid. Het Museo del Greco noemt De annunciatie uit 1576 in het Museo Thyssen-Bornemisza en De Drie-eenheid uit 1577 tot 1580 in het Prado als voorbeelden.
| Plek | Werk van El Greco | Beheerder |
|---|---|---|
| Iglesia de Santo Tomé, Plaza del Conde 4 | De begrafenis van de graaf van Orgaz, 1586 tot 1588 | Parochie van Santo Tomé |
| Sacristie van de Catedral Primada | El Expolio, 1587, geschilderd voor deze ruimte | Cabildo van de kathedraal |
| Museo del Greco | De Apostolado (dertien schilderijen), De tranen van Sint-Petrus, Vista y plano de Toledo, portretten van Antonio en Diego de Covarrubias | Ministerio de Cultura |
Veelgestelde vragen
Woonde El Greco echt in het Museo del Greco?
Nee, volgens het museum zelf niet. De markies van Vega-Inclán kocht in 1905 vervallen huizen bij de Sinagoga del Tránsito, de huizen van de hertogin van Arjona, vlak bij het oude terrein van de markies van Villena waar El Greco echt had gewoond. Hij liet ze restaureren en bouwde er een reconstructie van het huis van de schilder van, met een nieuw museumdeel ernaast. Het museum opende op 12 juni 1910; de twijfel of El Greco hier woonde woog voor de markies weinig.
Waarom heet hij El Greco?
Zijn naam was Doménikos Theotokópoulos, en El Greco betekent "de Griek". Volgens de parochie van Santo Tomé was dat de bijnaam waaronder zijn stadsgenoten in Toledo hem kenden. Spaanse bronnen spellen zijn volledige naam verschillend, bijvoorbeeld als Doménico Theotocópuli bij het Museo del Greco, dus zoek op El Greco.
Bronnen
- El Greco, Museo del Greco (Ministerio de Cultura) · levensfasen van Kreta tot Toledo, opdrachtgevers en rechtszaken, het verval van zijn faam en de herontdekking rond 1900 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Historia del museo, Museo del Greco (Ministerio de Cultura) · de aankoop van de huizen in 1905, de twijfel over El Greco's woonhuis en de opening op 12 juni 1910 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Salas del Greco, Museo del Greco (Ministerio de Cultura) · de Apostolado, de portretten van Covarrubias en de opstelling naast Andalusische barokschilderijen · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Vista y plano de Toledo, Museo del Greco (Ministerio de Cultura) · datering 1610 tot 1614, het Hospital Tavera als model, de inventaris van 1614 en de tekst op het doek · geraadpleegd 5 oktober 2026
- El Greco en El Entierro del Señor de Orgaz, Iglesia de Santo Tomé · het contract van 1586, de oplevering in 1588, de taxatie van 1.200 dukaten en de beschrijving van de twee zones van het doek · geraadpleegd 5 oktober 2026
- La Iglesia, Iglesia de Santo Tomé · de graaf van Orgaz, zijn overlijden in 1323 en de overbrenging in 1327 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- La Sacristía y Pinacoteca, Catedral de Toledo · El Expolio uit 1587, het altaarstuk van 1798 en de andere schilders in de sacristie · geraadpleegd 5 oktober 2026
- El Greco (1541 tot 1614), The National Gallery, Londen · geboorte op Kreta, opleiding in Venetië en Rome, vestiging in Toledo uiterlijk 1577 en de opdracht voor het Escorial · geraadpleegd 5 oktober 2026