Op deze pagina
Spaans gebied op honderd kilometer van de Afrikaanse kust
De Canarische Eilanden liggen in de Atlantische Oceaan ten westen van Marokko, niet in de Middellandse Zee. De archipel ligt ongeveer honderd kilometer van de noordwestkust van Afrika en dus veel dichter bij dat continent dan bij Europa. Naast Ceuta en Melilla, twee Spaanse steden aan de Afrikaanse kust, is dit de enige bestemming in ons overzicht van Spaanse bestemmingen die buiten Europa ligt, en die ligging werkt door in het klimaat, de landbouw, de belastingen en de tijd op de klok.
Bestuurlijk vormen de eilanden één autonome regio met twee provincies. De provincie Las Palmas bestaat uit Gran Canaria, Lanzarote en Fuerteventura, de provincie Santa Cruz de Tenerife uit Tenerife, La Palma, La Gomera en El Hierro. De regio heeft ook twee hoofdsteden: Las Palmas de Gran Canaria en Santa Cruz de Tenerife delen die functie, en de bestuursdiensten zijn over beide grote Spaanse steden verdeeld. Naast de provincie en de regio kent elk eiland een eigen bestuurslaag, de cabildo insular. Die eilandbesturen hebben echte bevoegdheden: het dagelijks beheer van Nationaal Park Teide is sinds 2016 aan de cabildo van Tenerife gedelegeerd, en in 2025 is die bevoegdheid formeel aan de cabildo overgedragen.
Op 1 januari 2025 stonden er volgens het Canarische statistiekbureau ISTAC 2.258.866 mensen ingeschreven. Tenerife en Gran Canaria nemen daarvan samen ruim vier vijfde voor hun rekening; de zes andere eilanden zijn veel dunner bevolkt. De archipel telt acht bewoonde eilanden. Oudere bronnen noemen er zeven, omdat La Graciosa pas in 2018 als zelfstandig eiland werd erkend.
De archipel heeft een eigen tijd en een eigen belasting. De klok loopt een uur achter op die van het Spaanse vasteland, met UTC+0 in de winter en UTC+1 in de zomer. In plaats van btw geldt het Impuesto General Indirecto Canario, kortweg IGIC, met een algemeen tarief van 7 procent en een verlaagd tarief van 3 procent; dat ligt onder de btw-tarieven op het vasteland en op de Balearen. Voor de Europese Unie vallen de eilanden buiten het btw-gebied: wie vanuit de rest van de EU online bij een verkoper op de eilanden koopt, betaalt btw volgens de regels voor aankopen buiten de EU, maar geen douanerechten.
Vulkanische eilanden die naar het westen toe jonger worden
Alle Canarische eilanden zijn vulkanisch. Ze zijn ontstaan door vulkanisme midden op de Afrikaanse plaat, ver van de randen waar platen elkaar raken. Het vulkanisme in dit gebied begon al meer dan zeventig miljoen jaar geleden, maar de oudste eilanden kwamen pas veel later boven water. Over het mechanisme erachter zijn geologen het nog niet eens. De bekendste verklaring is een hotspot of mantelpluim: een vaste plek waar heet gesteente uit de aardmantel omhoogkomt en waar de plaat langzaam overheen schuift. Tegenover die thermische verklaring staan tektonische verklaringen, waarin breuken of opgeheven blokken in de oceaankorst de hoofdrol spelen. Er bestaan ook modellen die beide gedachten combineren.
Wat wel vaststaat, is de ouderdomsreeks van oost naar west. Fuerteventura, in het oosten, is met ruim twintig miljoen jaar het oudste eiland, en Lanzarote kwam ongeveer vijftien miljoen jaar geleden boven water. El Hierro, het meest westelijke eiland, kwam pas 1,2 miljoen jaar geleden boven water en is daarmee het jongste van de archipel. Dat verschil is aan de vorm van de eilanden te zien. Lanzarote en Fuerteventura zijn in die miljoenen jaren door wind, water en zee afgesleten tot lage, brede eilanden; hun hoogste punten liggen op 672 en 812 meter. De jongere eilanden in het westen zijn nog steil en hoog, met ravijnen die zich diep in het gesteente hebben ingesneden. De Teide op Tenerife is met 3.715 meter de hoogste berg van Spanje.
Het vulkanisme is niet voorbij. De bekendste uitbarstingen zijn die van 1730 op Lanzarote en die van 2021 op La Palma.
De uitbarstingen van 1730 en van 2021
Op 1 september 1730 opende de grond zich tussen negen en tien uur 's avonds bij Timanfaya, een eind buiten het dorp Yaiza op Lanzarote. De pastoor van Yaiza, Andrés Lorenzo Curbelo, schreef op wat hij zag; zijn verslag is de bekendste bron over het verloop. De uitbarstingen hielden met tussenpozen aan tot 1736 en troffen ongeveer een kwart van het eiland, zo'n 174 vierkante kilometer. Volgens de geologische gids van het IGME verdwenen daarbij vierentwintig dorpen en gehuchten. Het gebied dat toen ontstond, is sinds 1974 Nationaal Park Timanfaya.
In de bodem zit nog steeds warmte. Op het Islote de Hilario, een gebied van ongeveer 3.000 vierkante meter, is het aan het oppervlak 100 °C en op tien centimeter diepte 277 °C; de hoogste meting in het park is 610 °C op dertien meter diepte. De cabildo van Lanzarote laat die hitte ter plekke zien. Water dat in een buis wordt gegoten komt eruit als stoom, en droge takken vatten vlam zodra ze in een spleet van drie meter diep worden gelegd, waar het 435 °C is. Rond het restaurant El Diablo staan de bezoekersvoorzieningen, en de route van twaalf kilometer door de Montañas del Fuego is ontworpen door de Lanzarotijnse kunstenaar César Manrique met zijn medewerker Jesús Soto.
De meest recente uitbarsting vond plaats op La Palma, op de bergrug Cumbre Vieja. Ze begon op 19 september 2021 en werd op 13 december van dat jaar beëindigd verklaard, na 85 dagen en acht uur. De lava bedekte 1.219 hectare. Volgens satellietgegevens van Copernicus werden 2.988 gebouwen verwoest, terwijl het kadaster 1.676 getroffen gebouwen registreerde; ongeveer zevenduizend mensen moesten hun huis verlaten. Waar de lava de zee in liep, groeide het eiland aan: er ontstonden twee lavadelta's van samen 48 hectare nieuw land.
Waarom de noordkant van een eiland groen is en de zuidkant kaal
Boven de archipel waait vrijwel het hele jaar de passaatwind, in het Spaans de alisio. Hij komt uit het noordoosten en hangt samen met het hogedrukgebied boven de Azoren: daar daalt lucht, die bij het dalen opwarmt en droger wordt. Onder die warme, droge laag ligt een koelere en vochtige laag vlak boven het zeewater. Op de grens daartussen wordt het naar boven toe juist warmer in plaats van kouder. Die omkering, een temperatuurinversie, werkt als een deksel: de vochtige lucht kan er niet door, en de wolken die eronder ontstaan kunnen niet verder de hoogte in groeien.
Wat een eiland daarvan merkt, hangt af van zijn hoogte. Tenerife, La Palma, Gran Canaria en La Gomera reiken tot in die wolkenlaag en vangen de wolken op hun noord- en noordoosthelling op. Van boven gezien ligt daar een aaneengesloten wolkendek; de Spaanse naam mar de nubes betekent letterlijk zee van wolken. Op die hellingen valt het meeste water en staat het dichtste groen, terwijl de wolken aan de zuidkant van dezelfde eilanden oplossen.
Lanzarote en Fuerteventura zijn lager: hun hoogste toppen liggen op 672 en 812 meter. De passaatwolken vinden daar nauwelijks een helling om tegenaan te stijgen. Beide eilanden zijn grotendeels droog en open, en de groene noordhelling van de hogere eilanden ontbreekt.
De verschillen in neerslag zijn groot. Op de zuidelijke en zuidwestelijke hellingen van Tenerife en Gran Canaria, en op het grootste deel van Fuerteventura en Lanzarote, valt minder dan 100 millimeter regen per jaar; in het noordoosten van La Palma loopt het jaartotaal op tot ongeveer 1.350 millimeter. Dat zijn gemiddelden over tientallen jaren, geen cijfers voor één jaar. Wat het per maand betekent voor de temperatuur, de regen en het zeewater, staat in het overzicht van het weer en klimaat op de Canarische Eilanden.
Op de hogere eilanden zegt de verwachting voor de hoofdstad weinig over de andere kant van de berg. Het kan in het noorden van Tenerife de hele dag bewolkt zijn terwijl het in het zuiden onbewolkt is, en andersom. Kijk daarom naar de verwachting voor de plaats waar je verblijft, niet naar die voor het eiland als geheel.
Boven de wolkenlaag staan de telescopen
Dezelfde laag die de wolken tegenhoudt, houdt de lucht erboven helder en rustig. Het Instituto de Astrofísica de Canarias heeft daarom twee sterrenwachten op grote hoogte: het Observatorio del Teide op Tenerife, op 2.390 meter, en het Observatorio del Roque de los Muchachos op La Palma, op 2.400 meter aan de rand van Nationaal Park Caldera de Taburiente. Samen herbergen ze instrumenten van ongeveer zestig instituten uit meer dan twintig landen, waaronder de Gran Telescopio Canarias. Sinds een internationaal verdrag over samenwerking in de astrofysica uit 1979 staan de sterrenwachten open voor onderzoekers uit het buitenland.
Vier nationale parken en een laurierbos uit het Tertiair
Spanje heeft zestien nationale parken en vier daarvan liggen op de Canarische Eilanden. Dat is veel voor een gebied van nog geen 7.500 vierkante kilometer, en elk van de vier beschermt een ander landschap van de vulkanische eilanden. Hoe ze zich verhouden tot de parken elders in het land, laat ons overzicht van de nationale parken in Spanje zien.
Het grootste en het bekendste is Nationaal Park Teide op Tenerife, sinds 1954 beschermd en 18.990 hectare groot. Het beslaat de Teide zelf en de caldera eromheen. Het is ook het drukstbezochte nationale park van Spanje: het Spaanse parkenbureau OAPN schatte het aantal bezoeken in 2024 op 5.242.653, op een totaal van 16.006.242 voor het hele netwerk. UNESCO zette het park in 2007 op de werelderfgoedlijst.
Nationaal Park Garajonay op La Gomera bestaat sinds 1981 en is met 3.984 hectare het kleinste van de vier. Daar groeit laurisilva, een altijdgroen laurierbos. Volgens het Spaanse ministerie dat de nationale parken beheert (MITECO) is het een restant van een ecosysteem uit het Tertiair, dat van het continent verdween door de klimaatveranderingen van het Kwartair. Dat het op de Canarische Eilanden is blijven bestaan, komt door de wolken: de nevel die vanaf de oceaan tegen de bergtoppen aan trekt, houdt het bos vochtig en fris. UNESCO schreef Garajonay in 1986 in op de werelderfgoedlijst.
De twee overige parken tonen elk een andere kant van het vulkanisme. Caldera de Taburiente op La Palma, ook uit 1954, ligt in een kilometersbrede inzinking met steile wanden en Canarisch dennenbos; het park ligt tussen 430 meter en ruim 2.400 meter hoogte. Timanfaya op Lanzarote is juist grotendeels kaal: het is het lavaveld van 1730, waar de begroeiing na bijna drie eeuwen nog schaars is.
| Park | Eiland | Nationaal park sinds | Oppervlakte | Wat het beschermt |
|---|---|---|---|---|
| Teide | Tenerife | 1954 | 18.990 ha | De hoogste berg van Spanje en de caldera eromheen; werelderfgoed sinds 2007 |
| Caldera de Taburiente | La Palma | 1954 | 4.690 ha | Een kilometersbrede vulkanische inzinking met steile wanden en dennenbos |
| Timanfaya | Lanzarote | 1974 | 5.108 ha | Het lavaveld van de uitbarsting van 1730, met nog weinig begroeiing |
| Garajonay | La Gomera | 1981 | 3.984 ha | Laurisilva, een laurierbos uit het Tertiair; werelderfgoed sinds 1986 |
Bron: Fiches van de nationale parken, Red de Parques Nacionales (MITECO)
Hoe de acht eilanden van elkaar verschillen
Op de kaart vormen de acht eilanden één groep, maar in landschap en drukte verschillen ze sterk van elkaar. Die verschillen volgen grotendeels uit twee dingen: hoe oud een eiland is en hoe hoog.
Tenerife en Gran Canaria zijn de twee grote. Ze hebben allebei een bewolkte, groene noordkant met oude stadjes en een droge, zonnige zuidkant met de grote badplaatsen, en allebei een hoofdstad met een grote haven en een eigen carnaval. Tenerife heeft daarbij de Teide en veel grotere hoogteverschillen; Gran Canaria is compacter, met bergen in het midden en duinen bij Maspalomas aan de zuidpunt.
Lanzarote en Fuerteventura horen in vorm en klimaat bij elkaar: beide zijn laag, droog en open. Lanzarote is het eiland van het zwarte lavalandschap uit 1730 en van de lage witte bebouwing; UNESCO wees het op 7 oktober 1993 in zijn geheel aan als biosfeerreservaat, met alle dorpen en steden erbij. Fuerteventura is vlakker en kaler en heeft lange zandstranden, waaronder die van het schiereiland Jandía in het zuiden. Hoe die zich verhouden tot het zand langs de Middellandse Zee, lees je in ons overzicht van de mooiste stranden van Spanje.
La Palma, La Gomera en El Hierro zijn de drie kleine eilanden in het westen. Ze krijgen veel minder bezoekers dan de andere vier: hun luchthavens verwerkten in 2023 samen nog geen 1,8 miljoen passagiers, tegenover bijna 14 miljoen op Gran Canaria alleen. La Palma is het steilst, met de caldera van Taburiente en de sterrenwacht op de kam erboven; La Gomera heeft het laurierbos van Garajonay; El Hierro is het kleinste van de zeven.
La Graciosa staat in dit rijtje apart. Het is het enige bewoonde eiland van het Chinijo-archipel, dat door de ondiepe zeestraat El Río van Lanzarote wordt gescheiden, en het valt bestuurlijk onder de gemeente Teguise. Hoe de Canarische eilanden zich verhouden tot de Baleaarse eilandengroep in de Middellandse Zee en tot de kleinere eilandjes voor de Spaanse kust, staat in het overzicht van alle Spaanse eilanden.
| Eiland | Oppervlakte | Hoogste punt | Waarin het zich onderscheidt |
|---|---|---|---|
| Tenerife | 2.034 km² | 3.715 m (Teide) | Grootste eiland; groene noordkant, droge zuidkant, hoogste berg van Spanje |
| Fuerteventura | 1.661 km² | 812 m (Pico de la Zarza) | Vlak en droog over het hele eiland, met lange zandstranden |
| Gran Canaria | 1.562 km² | 1.949 m | Compact, met bergen in het midden en duinen bij Maspalomas |
| Lanzarote | 847 km² | 672 m (Peñas del Chache) | Lavavelden van 1730, lage witte bebouwing, biosfeerreservaat sinds 1993 |
| La Palma | 707 km² | 2.428 m (Roque de los Muchachos) | Steil en groen; sterrenwacht op de kam, uitbarsting in 2021 |
| La Gomera | 368 km² | 1.487 m (Alto de Garajonay) | Laurierbos van Garajonay en de fluittaal silbo gomero |
| El Hierro | 268 km² | 1.502 m (Pico de Malpaso) | Jongste eiland van de archipel en het kleinste van de zeven |
Berbers, Castilianen en een fluittaal die nog wordt onderwezen
De eilanden waren al bewoond voordat Europeanen er voet aan wal zetten. Koolstofdateringen plaatsen de eerste bewoning tussen de tweede en de vijfde eeuw. Een genoomonderzoek uit 2023, op de overblijfselen van veertig mensen van alle zeven eilanden, wijst op een Noord-Afrikaanse herkomst: het erfelijk materiaal bevat componenten die ook in neolithische bevolkingsgroepen in Marokko voorkomen, naast sporen van bronstijdmigraties uit Eurazië en van verkeer door de Sahara. Op alle eilanden zijn inscripties in het Libisch-Berberse schrift gevonden. Op Lanzarote en Fuerteventura zijn ook inscripties in een Latijns-Canarisch alfabet gevonden, dat elders in de archipel niet voorkomt.
Voor de bewoners van de afzonderlijke eilanden gebruikt men verschillende namen: guanches op Tenerife, canarios op Gran Canaria, benahoaritas op La Palma, gomeros op La Gomera, majos op Lanzarote en Fuerteventura, bimbaches op El Hierro. In het Nederlands wordt guanches vaak voor alle groepen gebruikt, terwijl het woord eigenlijk alleen op de bewoners van Tenerife slaat. Dat de eilanden ook onderling verschilden, blijkt uit hetzelfde genoomonderzoek: de bewoners van de oostelijke eilanden Gran Canaria, Fuerteventura en Lanzarote lijken genetisch meer op oude en moderne Europeanen, die van Tenerife, La Gomera, La Palma en El Hierro meer op oude Noord-Afrikaanse bevolkingsgroepen, en tussen de eilanden was nauwelijks genenuitwisseling.
De Castiliaanse verovering begon in 1402. Aan het begin ervan woonden op Tenerife, La Palma en Gran Canaria naar schatting 30.000 tot 60.000 mensen, op de overige eilanden slechts 1.000 tot 3.000. De oorspronkelijke bevolking verdween niet volledig: volgens een model van de onderzoekers komt de huidige Canarische bevolking voor ongeveer 80 procent uit Spanje, voor 18 procent van de voorkoloniale bewoners en voor 2,6 procent uit Afrika ten zuiden van de Sahara. Dat laatste deel is volgens de auteurs een spoor van de trans-Atlantische slavenhandel.
Op La Gomera wordt nog gefloten: het silbo gomero, een gefloten vorm van het Spaans, is volgens UNESCO de enige gefloten taal ter wereld die volledig is ontwikkeld en door een grote gemeenschap wordt gebruikt. Twee gefloten klanken staan voor de vijf Spaanse klinkers en vier voor de medeklinkers; ze zijn te onderscheiden aan de toonhoogte en aan het verschil tussen een doorlopende en een onderbroken toon, en daarmee is elk bericht over te brengen. Sinds 1999 wordt silbo gomero op school onderwezen, en in 2009 nam UNESCO het op in de lijst van immaterieel erfgoed van de mensheid.
Papas arrugadas, mojo en wijn uit vulkanisch gruis
De Canarische keuken staat los van de Andalusische of de Baskische, en dat is grotendeels een kwestie van wat er op vulkanische grond en met weinig water groeit. Een bekend gerecht is papas arrugadas: kleine aardappelen die met schil en al in sterk gezouten water worden gekookt, zodat het vel rimpelt en er een laagje zout op achterblijft. De oude aardappelrassen van de eilanden, de papas antiguas de Canarias, hebben een beschermde benaming. Bij de aardappelen hoort mojo, een koude saus in twee hoofdvormen: de rode mojo rojo of mojo picón is de pittige van de twee, de groene mojo verde de mildere.
Ouder nog is gofio, meel van geroosterd graan. Oorspronkelijk werd het van gerst gemaakt, na de verovering vooral van tarwe en later van maïs; het schoonmaken en malen gaat nu machinaal, terwijl het roosteren nog op de oude manier van de molenaar gebeurt. Gofio Canario draagt een beschermde geografische aanduiding. Het wordt gekneed tot een vaste rol, pella, of met bouillon aangemaakt tot escaldón.
Ook andere producten van de eilanden hebben een beschermde oorsprongsbenaming. Drie kazen hebben er een: queso majorero van Fuerteventura, queso palmero van La Palma en Flor de Guía uit het noordoosten van Gran Canaria. De archipel telt verder elf wijnbenamingen: vijf op Tenerife (Tacoronte-Acentejo, Valle de la Orotava, Ycoden-Daute-Isora, Valle de Güímar en Abona), één op elk van de eilanden La Palma, La Gomera, El Hierro, Gran Canaria en Lanzarote, en één die voor de hele archipel geldt. De bekendste druif is de malvasía.
De wijnbouw op Lanzarote laat zien hoe de vulkaan en de landbouw samenhangen. La Geria werd in 1987 bij wet beschermd en in 1994 opnieuw ingedeeld als beschermd landschap (paisaje protegido). De wijnstokken staan er niet in rijen maar elk in een kuil in het picón, het laagje vulkanisch gruis dat in de achttiende eeuw als een regen van as en steentjes over het gebied kwam te liggen. Rond de kuilen staan gebogen muurtjes van droge lavastenen als bescherming tegen de wind. Het gebied beslaat ruim 5.200 hectare in vijf gemeenten, en het Gobierno de Canarias noemt die manier van werken de meest gewaardeerde waarde van het landschap.
Acht luchthavens op zeven eilanden
De archipel heeft acht luchthavens; alleen Tenerife heeft er twee. De grootste zijn Gran Canaria, dat in 2023 bijna 14 miljoen passagiers verwerkte, en Tenerife Sur-Reina Sofía met ruim 12 miljoen. Daarna volgen Lanzarote met 8,2 miljoen, Tenerife Norte met 6,1 miljoen en Fuerteventura met 6,0 miljoen passagiers.
Aan de andere kant van die lijst staan La Palma met 1,4 miljoen passagiers, El Hierro met 301.000 en La Gomera met 113.000. Samen blijven die drie ruim onder het aantal van Fuerteventura alleen. La Graciosa heeft geen luchthaven. Waar de archipel ligt ten opzichte van de rest van het land, is te zien op de kaart van Spanje.
Derde bestemming van Spanje, in december de eerste
In 2025 kwamen er 15,69 miljoen buitenlandse toeristen naar de Canarische Eilanden, 3,0 procent meer dan in 2024. Daarmee stond de archipel op de derde plaats van de zeventien Spaanse regio's, na Catalonië en de Balearen; het verschil met de Balearen is klein, 15,69 tegenover 15,71 miljoen. Afgezet tegen de ruim 2,2 miljoen inwoners die ISTAC telt, komt dat neer op bijna zeven buitenlandse toeristen per inwoner per jaar.
In december 2025 ging 27,4 procent van alle buitenlandse toeristen die Spanje binnenkwamen naar de Canarische Eilanden, meer dan naar welke andere regio ook. Catalonië volgde met 18,7 procent en de Comunitat Valenciana met 13,3 procent; over heel 2025 was het aandeel van de Canarische Eilanden ongeveer 16 procent. De kusten van Catalonië en de Comunitat Valenciana staan in ons overzicht van de Spaanse kusten aan de Middellandse Zee.