Op deze pagina
De klimaattabel voor Gran Canaria, luchthaven bij Gando
Langjarige gemiddelden over de periode 1981 tot 2010. Dit zijn gemiddelden, geen verwachting voor een losse reisdag.
| Maand | Overdag | 's Nachts | Zeewater | Zonuren per dag | Regendagen |
|---|---|---|---|---|---|
| Januari | 20,8 °C | 15,0 °C | 19,9 °C | 5,9 | 3,1 |
| Februari | 21,2 °C | 15,0 °C | 19,3 °C | 6,8 | 3,0 |
| Maart | 22,3 °C | 15,7 °C | 19,3 °C | 7,4 | 2,3 |
| April | 22,6 °C | 16,2 °C | 19,6 °C | 7,6 | 1,3 |
| Mei | 23,6 °C | 17,3 °C | 20,5 °C | 8,8 | 0,3 |
| Juni | 25,3 °C | 19,2 °C | 21,6 °C | 9,5 | 0,1 |
| Juli | 26,9 °C | 20,8 °C | 22,3 °C | 9,9 | 0,0 |
| Augustus | 27,5 °C | 21,6 °C | 23,0 °C | 9,7 | 0,1 |
| September | 27,2 °C | 21,4 °C | 23,7 °C | 8,1 | 1,1 |
| Oktober | 26,2 °C | 20,1 °C | 23,6 °C | 7,1 | 2,3 |
| November | 24,2 °C | 18,1 °C | 22,5 °C | 6,2 | 3,9 |
| December | 22,2 °C | 16,2 °C | 21,2 °C | 5,8 | 4,5 |
Bron: AEMET, klimatologische normaalwaarden voor het station Gran Canaria Aeropuerto · 1981 tot 2010
De kolommen voor temperatuur, zon en regendagen komen van het AEMET-station bij de luchthaven. De zeewatertemperatuur is de mediaan voor het roosterpunt op 27° N en 17° W, op open zee ten zuidwesten van het eiland, uit de zeeklimaatatlas van AEMET, over dezelfde periode. Een regendag is een dag waarop 1 millimeter of meer is gemeten, niet een dag die verregent. De zonuren per dag zijn het maandtotaal gedeeld door het aantal dagen in de maand.
Overdag het hele jaar tussen 21 en 28 °C
Het verschil tussen de seizoenen is op Gran Canaria klein. Het meetstation van weerdienst AEMET bij de luchthaven, aan de oostkust op 24 meter hoogte, komt over 1981 tot 2010 in januari op een gemiddelde maximumtemperatuur van 20,8 °C en in augustus op 27,5 °C. Het verschil tussen de gemiddelde temperatuur van de koudste en de warmste maand is hier 6,7 graden, en AEMET noemt voor de meetstations op zeeniveau in de hele archipel een verschil van ongeveer zes tot zeven graden. Hoe anders de seizoenen op het vasteland verlopen, staat in het overzicht van weer en klimaat in Spanje.
's Nachts koelt het weinig af. De gemiddelde minimumtemperatuur komt in januari en februari op 15,0 °C uit en in augustus op 21,6 °C. Volgens de klimaatatlas van AEMET over 1971 tot 2000 blijft op de warmste kuststroken van de archipel de laagste temperatuur van de dag op meer dan 120 dagen per jaar op 20 °C of hoger, en op delen van de kust van Gran Canaria komt de hoogste temperatuur van de dag op meer dan 150 dagen per jaar op 25 °C of hoger uit. Welke plaatsen aan welke kust liggen, lees je in de beschrijving van het eiland Gran Canaria.
Op Mallorca ziet dat er anders uit. Op het station bij de luchthaven van Palma ligt de gemiddelde maximumtemperatuur in januari op 15,2 °C, ruim vijf graden lager dan bij de luchthaven van Gran Canaria, terwijl Palma in juli met 31,2 °C juist ruim vier graden hoger uitkomt. Van oktober tot en met april is het overdag op Gran Canaria warmer, van juni tot en met september op Mallorca, en in mei schelen de twee stations nauwelijks iets; de hele reeks staat bij de maandcijfers van Mallorca. Omdat de temperatuur op Gran Canaria het hele jaar in een smalle band blijft, zit het verschil tussen de maanden vooral in regen, wind en zeewater.
Bijna alle regen valt tussen oktober en maart
Van de 151 millimeter neerslag die het station bij de luchthaven gemiddeld per jaar meet, valt 130 millimeter tussen oktober en maart. December is met 31 millimeter de natste maand, januari komt op 25 en februari op 24 millimeter. In juni, juli en augustus komt de maandsom op 0 millimeter uit en wordt op minder dan één dag per maand 1 millimeter of meer gemeten.
AEMET telt een regendag als een dag waarop minstens 1 millimeter is gevallen. Over het jaar zijn dat er gemiddeld 22, waarvan iets meer dan de helft in november, december en januari. Onweer hoort niet bij dat winterbeeld: het station noteert gemiddeld 2,7 onweersdagen per jaar, vrijwel allemaal tussen september en maart.
Wat de winter wel kan brengen, is wind. Op 13 december 2025 mat AEMET op de luchthaven van Gran Canaria een windstoot van 113 kilometer per uur, tijdens een reeks fronten die in die maand over de archipel trok.
Vijf keer zoveel regen op de noordhellingen als in Las Palmas
De maandcijfers van één station zeggen weinig over de rest van het eiland. In zijn klimaatatlas van de Canarische archipel noemt AEMET twee factoren die de verdeling van de neerslag bepalen: de hoogte en de ligging ten opzichte van de passaat, de overheersende noordoostenwind. De maxima liggen daardoor niet op de toppen maar op middelhoogte, op hellingen die naar het noorden en noordwesten gericht zijn. Boven de vochtige zeelucht ligt een vrijwel permanente temperatuurinversie, een laag waarin de temperatuur met de hoogte toeneemt in plaats van afneemt; het Izaña-observatorium van AEMET herkent die laag aan het dek van stratocumulus dat boven de noordkusten van de eilanden te zien is.
Over 1971 tot 2000 kwam de regenmeter bij Moya uit op gemiddeld 593 millimeter per jaar en die bij San Mateo op 574 millimeter, allebei in het noordelijke en centrale deel van het eiland. Het station aan het stadsstrand Las Canteras in Las Palmas de Gran Canaria bleef in dezelfde periode op 115,5 millimeter staan en hoorde daarmee bij de droogste van de hele archipel. Een plaats in het noorden is dus niet vanzelf een natte plaats; het gaat om de hoogte en om de kant waarop de helling ligt.
Aan de zuidkust is het nog droger. Daar valt op minder dan tien dagen per jaar 1 millimeter of meer, tegenover meer dan vijftig dagen in het hooggelegen midden van het eiland. Een dag met 10 millimeter of meer komt in dat bergland meer dan twintig keer per jaar voor en aan de zuidkust gemiddeld geen drie keer. De twee oostelijke buureilanden blijven over dezelfde periode nog lager: de luchthaven van Fuerteventura op 104,9 millimeter per jaar en die van Lanzarote op 109,5 millimeter, met de maandcijfers van Fuerteventura en die van Lanzarote op hun eigen pagina.
Ruim negen uur zon per dag in de zomer, en dan ook de meeste wind
Het station bij de luchthaven telt in juli 308 zonuren en in december 179. Per dag is dat bijna tien uur in juli en augustus en krap zes uur in december en januari; opgeteld komen de maandwaarden uit op ruim 2.800 zonuren per jaar. Volledig onbewolkte dagen zijn er gemiddeld 71 per jaar, met juli en augustus als maximum: 11,6 per maand.
Die zonuren gelden voor het station aan de oostkust. Voor de noordhellingen, waar het wolkendek van de passaatinversie vaak blijft liggen, publiceert AEMET geen vergelijkbare reeks, dus hoeveel zon daar precies minder valt is uit deze gegevens niet af te leiden.
De wind hoort bij hetzelfde systeem. Op het roosterpunt op 27° N en 17° W, op open zee ten zuidwesten van Gran Canaria, ligt de mediaan van de windsnelheid volgens de zeeklimaatatlas van AEMET in juli op 8,1 meter per seconde, ongeveer 29 kilometer per uur, en in oktober op 5,5 meter per seconde, ongeveer 20 kilometer per uur. De passaat is in de zomer dus het stevigst, in dezelfde maanden waarin de zon het langst schijnt. Die waarden gelden voor open zee; aan land hangt de wind sterk af van de richting waarin de kust ligt.
Het zeewater ligt tussen 19 en 24 °C
Het zeewater rond de Canarische Eilanden blijft het hele jaar mild. In de zeeklimaatatlas van AEMET ligt de mediane oppervlaktetemperatuur op het roosterpunt op 27° N en 17° W, op open zee ten zuidwesten van Gran Canaria, in februari en maart op 19,3 °C en in september op 23,7 °C, met oktober daar vlak achter op 23,6 °C. Het verschil tussen de koudste en de warmste maand is daarmee ongeveer vier en een halve graad. De waarden gelden voor open zee en niet voor een afzonderlijk strand; de watertemperatuur van dat moment staat in de strandverwachting van AEMET.
Het water loopt achter op de lucht. Aan land is augustus de warmste maand, in zee september, en in oktober is het water nog bijna even warm terwijl de luchttemperatuur al daalt. In het voorjaar werkt diezelfde vertraging de andere kant op: in mei komt de gemiddelde maximumtemperatuur aan land op 23,6 °C uit, terwijl het water dan op 20,5 °C staat.
Het bergland is bijna negen graden koeler dan de kust
Gran Canaria loopt van alle kanten op naar een massief waarvan het hoogste punt, de Pico de las Nieves, op 1.956 meter ligt, en de cijfers van de kust gelden daar niet. In dezelfde klimaatatlas geeft AEMET voor de hoogste delen van het binnenland van Gran Canaria een jaargemiddelde rond 12 °C; voor het station bij de luchthaven kwam die atlas over 1971 tot 2000 op 20,7 °C uit.
Vorst komt op de Canarische Eilanden alleen boven de duizend meter voor. Bij de luchthaven noteerde AEMET over 1981 tot 2010 geen enkele vorstdag, terwijl een nacht waarin de temperatuur op 20 °C of hoger blijft in de hoogste delen van Gran Canaria op minder dan één dag per jaar voorkomt, tegenover meer dan 120 dagen op de warmste kuststroken.
Wie naar Roque Nublo of Cruz de Tejeda rijdt, krijgt daardoor lagere temperaturen en vaker bewolking dan aan de kust. Op Tenerife loopt dat hoogteverschil verder op: op de top van de Teide ligt het jaargemiddelde volgens dezelfde atlas onder 4 °C. De maandcijfers voor dat eiland staan bij het weer en klimaat op Tenerife.
Neem warme kleding mee en bekijk de verwachting voor de gemeente waar je naartoe gaat, niet die voor de kustplaats waar je slaapt. AEMET publiceert per gemeente een aparte verwachting.
Calima: stof uit de Sahara boven de eilanden
De Canarische Eilanden liggen dicht bij de Afrikaanse kust, en als een weersysteem lucht van daar aanvoert, komt er fijn woestijnstof over; AEMET koppelt zulke stofinvallen aan een hogedrukgebied boven Noord-Afrika. In het Spaans heet zo'n situatie calima. Het Izaña-observatorium van AEMET, op ruim 2.300 meter op Tenerife, noteert deze stofinvallen op een aanzienlijk aantal dagen per jaar, vooral in de zomer, met een duidelijke afname van het horizontale zicht.
Op Gran Canaria zelf, aan de grond, ligt het seizoen anders. Op de luchthaven was het zicht tussen 1998 en 2011 het vaakst tot 5 kilometer of minder beperkt door calima, stof, zand, rook of as in februari (2,8 procent van de waarnemingen) en maart (2,2 procent), en in mei en juni geen enkele keer. De zwaarste stofepisoden komen op de Canarische Eilanden volgens AEMET één tot drie keer per jaar voor. Een lichte calima kan er ook zijn zonder dat het zicht merkbaar minder wordt.
AEMET maakt er dagelijks kaarten voor met de kans op hoge concentraties stof aan de grond, met een apart kaartbeeld voor de Canarische Eilanden. Die voorspellingen komen van het Barcelona Dust Regional Center, dat AEMET samen met het Barcelona Supercomputing Center beheert.
Een calima staat niet in een klimaattabel, want het is een weersituatie en geen gemiddelde. Wie er rekening mee wil houden, kijkt kort voor vertrek naar die dagkaart.
Recentere jaren vielen warmer uit dan de normaalwaarden
De klimaattabel op deze pagina gaat over 1981 tot 2010, want dat zijn de normaalwaarden die AEMET per meetstation publiceert. In zijn jaarverslagen vergelijkt dezelfde dienst inmiddels met 1991 tot 2020. Voor de Canarische Eilanden als geheel kwam 2025 uit op een gemiddelde temperatuur van 18,8 °C, 0,4 °C boven die nieuwere normaalperiode, waarmee AEMET het jaar als zeer warm bestempelde. Dat cijfer geldt voor de archipel als geheel en is niet te vergelijken met de 21,1 °C van het station aan de kust.
In september 2025 trok een hittegolf over beide Canarische provincies. Het station bij de luchthaven van Gran Canaria kwam tijdens die episode 0,9 °C boven zijn eigen record voor de hoogste dagtemperatuur uit.
Voor hetzelfde station kom je ook andere jaargemiddelden tegen: 20,7 °C over 1971 tot 2000 in de klimaatatlas van de archipel en 21,1 °C over 1981 tot 2010 in de normaalwaarden. Die twee perioden overlappen twintig jaar, dus het verschil ertussen is geen maat voor de opwarming. Hoe die opwarming landelijk uitpakt, staat in het klimaatoverzicht van Spanje.
Veelgestelde vragen
Vriest het weleens op Gran Canaria?
Bij het meetstation aan de luchthaven is over 1981 tot 2010 geen enkele vorstdag genoteerd. Op de Canarische Eilanden komt vorst volgens AEMET alleen boven de duizend meter voor, en dat deel van Gran Canaria is klein. In het bergland gebeurt het wel: bij Cruz de Tejeda werd op 21 januari 1997 een minimumtemperatuur van 4,0 °C onder nul gemeten, de laagste waarde die de klimaatatlas voor Gran Canaria over 1971 tot 2000 noemt.
Hoe hoog is de luchtvochtigheid op Gran Canaria?
De gemiddelde relatieve luchtvochtigheid bij het station aan de luchthaven blijft het hele jaar tussen 64 en 69 procent, met de hoogste waarde in oktober. Tussen de droogste en de vochtigste maand zit dus vijf procentpunt. Ook in juni, juli en augustus, wanneer de maandsom van de neerslag op 0 millimeter uitkomt, blijft de luchtvochtigheid rond 65 procent liggen.
Hoeveel dagen met regen moet je in een vakantieweek verwachten?
In december, de natste maand, meet het station gemiddeld 4,5 dagen met 1 millimeter of meer, verdeeld over 31 dagen; omgerekend is dat ongeveer één dag per week. In juli en augustus komt dat aantal op 0,0 en 0,1 dag per maand uit. Een maandgemiddelde zegt niets over de verdeling binnen een losse week, en het gaat hier bovendien om het station aan de oostkust.
Bronnen
- AEMET, klimatologische normaalwaarden Gran Canaria Aeropuerto · maandcijfers voor temperatuur, neerslag, regendagen, onweersdagen, onbewolkte dagen, luchtvochtigheid en zonuren over 1981 tot 2010 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- AEMET en Instituto de Meteorologia, Atlas climático de los archipiélagos de Canarias, Madeira y Azores (2012) · kaarten en normaalwaarden van temperatuur en neerslag over 1971 tot 2000, met de hoogste en laagste jaarwaarden per meetstation · geraadpleegd 5 oktober 2026
- AEMET, Atlas de clima marítimo (2015) · maandelijkse percentielen van zeewatertemperatuur, windsnelheid en golfhoogte per roostervak over 1981 tot 2010 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- AEMET, Informe climático del año 2025 · jaarcijfers per landsdeel, hittegolven en windstoten over 2025 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- AEMET, Intrusiones de polvo mineral sahariano · uitleg en dagelijkse kansenkaarten voor woestijnstof, met een apart kaartbeeld voor de Canarische Eilanden · geraadpleegd 5 oktober 2026
- AEMET, Catálogo-guía de fenómenos meteorológicos adversos que afectan a la isla de Gran Canaria (Nota técnica 25, 2018) · hoogste punt van het eiland, overheersende noordoostenwind en de frequentie van zichtbeperking door calima op de luchthaven over 1998 tot 2011 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- AEMET, Centro de Investigación Atmosférica de Izaña, Climatology · beschrijving van de passaatinversie, het stratocumulusdek boven de noordkusten en de frequentie van stofinvallen · geraadpleegd 5 oktober 2026
- AEMET, klimatologische normaalwaarden Palma de Mallorca, Aeropuerto · maandcijfers van het vergelijkingsstation op Mallorca over dezelfde periode · geraadpleegd 5 oktober 2026