Naar de inhoud
Cultuur · Geschiedenis

De grondwet van 1978

De Spaanse grondwet van 1978 maakte van Spanje een parlementaire monarchie met een gekozen parlement, vastgelegde grondrechten en autonome regio's. De Cortes namen de tekst op 31 oktober 1978 aan, de kiezers keurden hem op 6 december goed en op 29 december trad hij in werking. Sindsdien is hij vier keer gewijzigd.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 5 minuten
De eerste pagina van de Spaanse grondwet van 1978. Reproductie van het document.
Foto: Cortes Constituyentes, Publiek domein, via Wikimedia Commons.
Op deze pagina
Aangenomen door de Cortes
31 oktober 1978
Referendum
6 december 1978
In werking
29 december 1978
Omvang
169 artikelen in elf titels
Herzieningen
Vier, in 1992, 2011, 2024 en 2026

Zeven opstellers en ruim drieduizend amendementen

Na de dood van Franco in 1975 koos Spanje niet voor een breuk maar voor een overgang in stappen. Bij de verkiezingen van 15 juni 1977 kozen de Spanjaarden een parlement dat zichzelf de taak gaf een grondwet te schrijven. De periode die daaraan voorafging komt aan bod in het overzicht van de Spaanse geschiedenis en in het artikel over Francisco Franco.

De grondwetscommissie van het Congres wees een werkgroep van zeven afgevaardigden aan, bekend als de padres de la Constitución, de vaders van de grondwet. Zij kwamen uit vrijwel het hele politieke spectrum: Gabriel Cisneros, José Pedro Pérez-Llorca en Miguel Herrero de Miñón namens regeringspartij UCD, Gregorio Peces-Barba namens de socialisten, Manuel Fraga namens rechts, Jordi Solé Tura namens de communisten en Miquel Roca namens de Catalaanse minderheid. Tussen augustus en december 1977 vergaderden zij 29 keer, en op hun voorontwerp kwamen meer dan drieduizend amendementen binnen, verdeeld over 779 ingediende stukken.

Op 31 oktober 1978 stemden beide kamers over de definitieve versie: 325 voor in het Congres en 226 in de Senaat, met zes respectievelijk vijf tegenstemmen. Die brede steun was het doel van wat in Spanje el consenso heet, het consensusmodel waarin de partijen bewust een tekst zochten die niemand volledig naar zijn hand zette. De herinnering aan de Spaanse Burgeroorlog en de dictatuur die erop volgde woog daarin mee.

Op 6 december 1978 legden de Cortes de tekst aan de kiezers voor. 87,78 procent van de uitgebrachte stemmen was voor, wat neerkwam op bijna 59 procent van alle kiesgerechtigden. Koning Juan Carlos I bekrachtigde de grondwet op 27 december, en met de publicatie in het staatsblad op 29 december 1978 trad hij diezelfde dag in werking.

Wat de grondwet vastlegt over staat, rechten en taal

De tekst telt 169 artikelen, verdeeld over een inleidende titel en tien genummerde titels, gevolgd door aanvullende bepalingen, overgangsbepalingen, een intrekkingsbepaling en een slotbepaling. Artikel 1 noemt Spanje een sociale en democratische rechtsstaat, legt de soevereiniteit bij het Spaanse volk en beschrijft de staatsvorm als een parlementaire monarchie. De koning is staatshoofd zonder regeringsmacht; de regering legt verantwoording af aan de Cortes Generales, het parlement van Congres en Senaat.

Titel I bevat de grondrechten. Daar staan onder meer de afschaffing van de doodstraf, met als enige uitzondering de militaire strafwet in oorlogstijd, en de bepaling dat geen enkel geloof staatsgodsdienst is. Artikel 3 maakt het Castiliaans de officiële taal van de hele staat en geeft de andere Spaanse talen een officiële status in de autonome gemeenschappen die dat in hun statuut regelen. Het Catalaans, het Baskisch en het Galicisch kregen daarmee weer een wettelijke basis, nadat die onder Franco was verdwenen. Over de talen en tradities die daarbij horen gaat een groot deel van de rubriek cultuur.

Het compromis over de regio's, en wat het openliet

Het gevoeligste onderwerp was de inrichting van het land. Artikel 2 spreekt van de ondeelbare eenheid van de Spaanse natie en erkent in diezelfde zin het recht op autonomie van de nationaliteiten en regio's waaruit zij bestaat. Dat beide uitspraken naast elkaar staan, was de prijs van het akkoord.

Titel VIII werkt die autonomie uit, maar tekent geen kaart. De grondwet bepaalt niet welke autonome gemeenschappen er zouden komen, hoeveel het er zouden worden of welke bevoegdheden elk van hen kreeg. Zij geeft een procedure waarmee gebieden zelf een statuut konden aanvragen en bevoegdheden overnemen. Zo ontstond in de jaren erna wat in Spanje el Estado de las autonomías heet, de autonomiestaat. De eerste aanvullende bepaling beschermt daarnaast de historische rechten van de territorios forales, de gebieden met eigen oude rechtstradities, waaronder Navarra en de Baskische provincies. Die rechten gaan terug op middeleeuwse koninkrijken en heerlijkheden; hoe die ontstonden, beschrijft het artikel over de Reconquista.

Die open formulering maakte het akkoord in 1978 mogelijk. Tegelijk verplaatste zij de discussie over bevoegdheden naar de statuten, de wetgeving en de rechtspraak die erop volgden, in plaats van haar in de grondwet zelf te beslechten.

Vier herzieningen in bijna vijftig jaar

Spanje kent twee manieren om de grondwet te wijzigen. De gewone procedure van artikel 167 vraagt een meerderheid van drie vijfde in beide kamers; een referendum volgt alleen wanneer een tiende van de leden van een van de kamers daarom vraagt. Alle vier de wijzigingen sinds 1978 zijn langs die weg gegaan, en bij geen van die vier is een referendum gehouden.

Voor ingrepen in de inleidende titel, in de belangrijkste grondrechten of in de titel over de Kroon geldt artikel 168, de verzwaarde procedure. Die vraagt twee derde van beide kamers, daarna ontbinding van het parlement, instemming van de nieuw gekozen kamers met opnieuw twee derde, en ten slotte een verplicht referendum. Dezelfde route geldt voor een volledige herziening. Sinds 1978 is die route nooit gebruikt.

De vier herzieningen van de grondwet van 1978
Jaar Gewijzigd artikel Wat er veranderde
1992 Artikel 13, lid 2 Burgers van andere EU-landen kregen bij gemeenteraadsverkiezingen ook het recht zich verkiesbaar te stellen, nodig voor het Verdrag van Maastricht
2011 Artikel 135 Begrotingsstabiliteit als bindend beginsel voor alle overheden, met grenzen aan het structurele tekort en de staatsschuld
2024 Artikel 49 Nieuwe formulering over de rechten van mensen met een handicap, ter vervanging van het verouderde woord disminuidos
2026 Artikel 69, lid 3 Aanpassing van de senaatszetels voor de eilanden, waardoor Formentera een eigen senator kiest

Bron: Geïntegreerde tekst van de grondwet met alle doorgevoerde wijzigingen, Boletín Oficial del Estado

Veelgestelde vragen

Moet er een referendum komen als de grondwet wordt gewijzigd?

Dat hangt af van wat er verandert. Bij een gewone herziening via artikel 167 is een referendum niet verplicht: het komt er alleen wanneer een tiende van de leden van het Congres of van de Senaat er binnen vijftien dagen na goedkeuring om vraagt. Bij de vier herzieningen tot nu toe is dat niet gebeurd. Raakt een voorstel de inleidende titel, de belangrijkste grondrechten of de Kroon, dan geldt artikel 168 en is een referendum wel verplicht, boven op twee stemmingen met een tweederdemeerderheid en tussentijdse verkiezingen.

Wat is het verschil tussen de grondwet en een autonomiestatuut?

Een autonomiestatuut is de basiswet van één autonome gemeenschap: het regelt haar instellingen, haar bevoegdheden en vaak haar taalbeleid. Zo'n statuut wordt door de Cortes Generales als organieke wet aangenomen en staat onder de grondwet, die voor heel Spanje geldt. Botst een bepaling uit een statuut met de grondwet, dan kan het Constitutioneel Hof, geregeld in titel IX, haar ongeldig verklaren. De grondwet bepaalt dus het kader; het statuut vult binnen dat kader in hoever de autonomie van een regio reikt.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Cultuur · Geschiedenis

Al-Andalus

Het deel van Spanje dat tussen 711 en 1492 onder moslimbestuur stond, en wat ervan is overgebleven.

Cultuur · Geschiedenis

De Moren in Spanje

De verzamelnaam voor de moslims van middeleeuws Spanje: wie zij waren, wat er met hen gebeurde en wat bleef.

Cultuur · Geschiedenis

De Reconquista

De christelijke verovering van Al-Andalus tussen 722 en 1492, en de herkomst van het woord Reconquista.

Cultuur · Geschiedenis

Spaanse geschiedenis

Van de eerste bewoners van Atapuerca tot de grondwet van 1978: de hoofdlijn van de Spaanse geschiedenis in negen perioden.