Op deze pagina
- Kerngebied
- De centrale Meseta, in de bronnen Keltiberië
- Belangrijkste vindplaats
- Numancia, provincie Soria
- Keltiberische oorlogen
- 153 tot 151 en 143 tot 133 v.Chr.
- Val van Numancia
- 133 v.Chr.
- Onderdeel van
- Spaanse geschiedenis
Wie de Keltiberiërs waren
Keltiberiërs is een naam uit Griekse en Romeinse teksten voor een reeks volken in het midden en noordoosten van het Iberisch schiereiland. Tot die groep hoorden de Arevaken, die Numancia bewoonden, een stad op de hoogvlakte bij het huidige Soria. Binnen de Spaanse geschiedenis kennen we hen uit twee soorten materiaal: teksten van hun tegenstanders in het Latijn en het Grieks, en opgravingen die huizen en straten laten zien maar geen namen. Numancia werd in de derde eeuw v.Chr. gesticht en besloeg ongeveer 22 hectare, waarvan archeologen er zo'n elf hebben onderzocht.
Numancia en de oorlogen tegen Rome
Rome vocht met onderbrekingen twintig jaar in Keltiberië: van 153 tot 151 en opnieuw van 143 tot 133 v.Chr. In die tweede fase werd Numancia het belangrijkste doelwit. Scipio sloot de stad af met zeven legerkampen en een muur van negen kilometer omtrek en wachtte vijftien maanden tot de bewoners door uitputting opgaven. De Junta de Castilla y León houdt het op ongeveer vierduizend inwoners tegenover een troepenmacht van rond de zestigduizend man.
Na de val in 133 v.Chr. werd op dezelfde heuvel verder gebouwd. De romanisering liep er door tot in de derde eeuw n.Chr., in de zesde eeuw volgde een Visigotische bewoning en in de twaalfde eeuw kwam er een romaanse kapel bij. Van de Keltiberiërs zelf is geen geschiedschrijving bewaard, anders dan bij latere periodes als Al-Andalus en de Reconquista.
Het Keltische Galicië komt uit de negentiende eeuw
Galicië en Asturië presenteren zich als Keltische streken, met doedelzakmuziek, festivals en banden met Ierland en Bretagne. Die voorstelling is jonger dan ze lijkt. Milagros Cavada Nieto en Óscar Núñez García van de Universidade de Vigo laten zien dat de Keltische these pas in 1784 in Spanje werd geïntroduceerd, met de Historia crítica de España van Juan Francisco Masdeu, en dat Masdeu die Kelten nog niet aan Galicië alleen verbond: hij liet ze zich in Andalusië, Portugal én Galicië vestigen.
De koppeling aan Galicië in het bijzonder komt van José Verea y Aguiar, die in 1838 in Ferrol het eerste deel van zijn Historia de Galicia publiceerde en het Keltische thema uitwerkte door plaats- en riviernamen te vergelijken met Portugese, Asturische, Cantabrische en Bretonse namen. Manuel Murguía maakte er in de tweede helft van de negentiende eeuw een fundament van de Galicische identiteit van, en de schrijvers rond het tijdschrift Nós zetten die lijn in de twintigste eeuw voort.
Bij Vicente Risco kreeg het idee een openlijk raciale lading. In 1923 schreef hij in Nós dat het celtisme stond voor de superioriteit van het Galicische ras boven de andere volken van Iberië, en in 1937 beschreef hij het fascisme, met Francisco Franco en Hitler, als de redding van het Westen.
Dat het Keltische label uit de negentiende eeuw stamt, maakt de ijzertijd van het noordwesten niet minder echt: de versterkte dorpen die er liggen, de castros, worden nog steeds opgegraven. De vraag is of de bewoners ervan Kelten mogen heten en op grond van welk bewijs. Het Keltische Galicië hoort eerder bij de levende Spaanse cultuur van vandaag dan bij de periode waarnaar het verwijst.
De opgraving van Numancia en het museum in Soria
Op de vindplaats is een deel van de verdedigingsmuur herbouwd, met een poort en twee houten torens; het stenen deel komt tot 3,5 meter, met daarboven anderhalve meter leem. Verder zijn er twintig huizen opgegraven, inheemse en Romeinse, en negentien straten in een rasterpatroon. Bij het terrein hoort een bezoekerscentrum, de Aula Arqueológica del Cerco; de vondsten zelf staan in het Museo Numantino in Soria.
Veelgestelde vragen
Wordt er in Spanje nog een Keltische taal gesproken?
Nee. Het Galicisch en het Asturisch komen, net als het Spaans en het Portugees, voort uit het Latijn, en het Baskisch is geen Indo-Europese taal en daarmee ook geen Keltische. Geen van de talen die vóór de Romeinse verovering op het schiereiland werden gesproken, is als levende taal overgeleverd.
Waar komt de naam Keltiberiërs vandaan?
Uit de antieke literatuur. Griekse en Romeinse auteurs gebruikten de term voor de volken van de centrale Meseta; wat de samenstelling betekende, vulden latere historici zelf in. Juan Francisco Masdeu las de naam in 1784 als het gevolg van een vermenging: Kelten die over de Pyreneën kwamen en zich met de al aanwezige Iberiërs mengden, in zijn woorden een raciale vermenging. Die uitleg past bij het denken over volken en rassen in zijn eigen tijd, maar ze heeft het beeld van het vroege Spanje lang bepaald.
Bronnen
- Junta de Castilla y León, Guía de lugares arqueológicos: Numancia (Soria) · beschrijving van de vindplaats: bewoners, chronologie, het beleg van Scipio, oppervlakte en de zichtbare resten · geraadpleegd 5 oktober 2026
- M. Cavada Nieto en Ó. Núñez García, El celtismo galaico en la historiografía gallega de los ss. XIX y XX, Minius XVI (2008), pp. 21-61, Universidade de Vigo · studie naar het ontstaan en de politieke lading van het Galicische celtisme, van Masdeu en Verea y Aguiar tot Murguía en Risco · geraadpleegd 5 oktober 2026