Naar de inhoud
Cultuur · Geschiedenis

De Spaanse transitie

De Spaanse transitie is de overgang van de dictatuur van Franco naar een parlementaire democratie. Ze begon na zijn dood in 1975. De Cortes van het regime stemden in 1976 zelf in met de Ley para la Reforma Política, in juni 1977 volgden de eerste algemene verkiezingen en op 6 december 1978 keurden de kiezers de grondwet goed. Over de amnestiewet van 1977 en over het einde van de transitie bestaat nog discussie.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 5 minuten
Adolfo Suárez deelt handtekeningen uit tijdens de Spaanse verkiezingscampagne, 13 juni 1977. Foto uit het Nationaal Archief.
Foto: Anefo, CC0, via Wikimedia Commons.
Op deze pagina
Periode
Van de dood van Franco in 1975 tot de grondwet van 1978
Regeringsleider
Adolfo Suárez, vanaf 1976 tot zijn aftreden op 29 januari 1981
Eerste verkiezingen
15 juni 1977, opkomst 79 procent
Grondwet
Referendum op 6 december 1978, in werking sinds 29 december 1978

Van een wet van de Cortes van Franco naar verkiezingen

De Spaanse transitie is de overgang van de dictatuur van Francisco Franco naar een parlementaire democratie. Ze begon in de Spaanse geschiedenis na Franco's dood in 1975 en kreeg met de grondwet van 1978 haar vorm. Opmerkelijk is dat de Cortes van het regime zelf de wet aannamen die de weg naar de eerste verkiezingen opende.

Na het aftreden van premier Carlos Arias Navarro benoemde koning Juan Carlos I in 1976 Adolfo Suárez tot regeringsleider. Torcuato Fernández Miranda had zijn naam op de terna gezet, de lijst van drie kandidaten die aan de koning werd voorgelegd. De belangrijkste wet van Suárez was de Ley para la Reforma Política, die de Cortes op 18 november 1976 aannamen. De biografie op de website van de regering omschrijft haar als de zelfontbinding van het Movimiento, de eenheidsbeweging van het regime.

Op 15 december 1976 volgde een referendum over de wet. Meer dan 94 procent van de stemmers keurde haar goed, bij een opkomst van meer dan 77 procent. Op 8 februari 1977 regelde het Real Decreto-ley 12/1977 het recht om politieke verenigingen op te richten, waardoor veel partijen zich konden laten legaliseren. In april 1977 werd ook de Communistische Partij gelegaliseerd, een besluit dat volgens de biografie van Suárez de meest behoudende kringen van het regime in beroering bracht.

Suárez richtte zelf de Unión de Centro Democrático (UCD) op, en die won de eerste algemene verkiezingen van de democratie op 15 juni 1977. De opkomst was 79 procent. Gekozen werd een Congres van 350 afgevaardigden en een Senaat met 207 gekozen leden.

Een grondwet geschreven door zeven afgevaardigden

De Cortes die in 1977 werden gekozen, namen op 13 juli voor het eerst hun zetels in en kregen de taak een grondwet te schrijven. De constitutiecommissie van het Congres werd op 26 juli 1977 ingesteld. Het eerste ontwerp kwam van een ponencia, een werkgroep van zeven afgevaardigden: Gabriel Cisneros, Miguel Herrero de Miñón en José Pedro Pérez-Llorca namens de UCD, Gregorio Peces-Barba voor de socialisten, Manuel Fraga voor Alianza Popular, Jordi Solé Tura voor de communisten en Miquel Roca voor de Catalaanse minderheid. Zij kwamen vanaf 1 augustus 1977 bijeen en hielden tot december negenentwintig zittingen.

Het ontwerp kreeg ruim drieduizend amendementen. Daarna ging de tekst door het Congres en de Senaat, en een gemengde commissie loste in besloten zittingen de verschillen tussen beide kamers op. Het Congres noemt het resultaat de grondwet van de consensus, omdat alle grote politieke krachten eraan meewerkten.

Van commissie tot publicatie: de grondwet van 1978
Datum Stap Uitslag of gevolg
26 juli 1977 De constitutiecommissie van het Congres wordt ingesteld De ponencia van zeven afgevaardigden begint op 1 augustus 1977 aan het eerste ontwerp
21 juli 1978 Plenaire stemming in het Congres over het ontwerp 258 voor, 2 tegen, 14 onthoudingen
28 oktober 1978 De gemengde commissie van Congres en Senaat publiceert haar verslag De verschillen tussen beide kamers zijn opgelost
31 oktober 1978 Slotstemmingen in beide kamers Congres: 325 voor, 6 tegen, 14 onthoudingen. Senaat: 226 voor, 5 tegen, 8 onthoudingen
6 december 1978 Referendum over de grondwet 87,78 procent van de stemmen was voor, goed voor 58,97 procent van alle kiesgerechtigden
27 december 1978 Koning Juan Carlos I bekrachtigt de grondwet Publicatie in het Boletín Oficial del Estado op 29 december 1978; de grondwet gaat die dag in

Bron: Congreso de los Diputados, Elaboración y aprobación de la Constitución

Staatsvorm, autonomie en talen

Artikel 1 omschrijft Spanje als een sociale en democratische rechtsstaat waarin de nationale soevereiniteit bij het Spaanse volk ligt, en noemt de politieke vorm van de staat een parlementaire monarchie. De koning is volgens artikel 56 staatshoofd en symbool van de eenheid en duurzaamheid van de staat. Het koningschap is veel ouder dan de grondwet: het gaat terug op de christelijke koninkrijken uit de tijd van de Reconquista.

Artikel 2 gaat uit van de onverbrekelijke eenheid van de Spaanse natie en erkent tegelijk het recht op autonomie van de nacionalidades y regiones, de nationaliteiten en regio's waaruit Spanje bestaat. Artikel 3 maakt het Castiliaans de officiële taal van de staat en bepaalt dat de andere Spaanse talen ook officieel zijn in hun eigen autonome gemeenschappen. Meer over talen en tradities per streek vind je in de rubriek Cultuur.

De amnestiewet van 1977

De Ley de Amnistía (Ley 46/1977) werd op 15 oktober 1977 aangenomen en verscheen twee dagen later in het BOE. Ze verleende amnestie voor handelingen met een politiek motief. Hoe later de datum, hoe strenger de voorwaarden: handelingen tot 15 december 1976 vielen eronder, tot 15 juni 1977 als het motief het herstel van de vrijheden of regionale autonomie was, en tot 6 oktober 1977 zolang er geen ernstig geweld was gebruikt. Artikel 2 noemt onder meer opstand en oproer, gewetensbezwaren tegen militaire dienst en meningsuitingen in de media, maar ook misdrijven van autoriteiten en politieambtenaren tegen de rechten van personen.

Over de vraag hoe die amnestie moet worden beoordeeld, bestaat in Spanje geen eensgezindheid. De preambule van de Ley de Memoria Democrática uit 2022 noemt de amnestiewet een historische eis van de antifranquistische oppositie. Dezelfde preambule wijst erop dat misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden, genocide en marteling volgens het internationaal recht niet verjaren en niet onder een amnestie kunnen vallen, en dat slachtoffers recht hebben op waarheid en gerechtigheid. Die wet is bedoeld voor de slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog en de dictatuur. Tegelijk noemt ze de consensus de geest van de transitie.

Wanneer eindigt de transitie?

Over het einde van de transitie bestaat geen vaste afspraak. De grondwet van 1978 legde de nieuwe staatsvorm vast, maar de regeringen daarna moesten die nog in de praktijk brengen. In oktober 1977 sloot de regering-Suárez de Pacten van Moncloa, akkoorden met oppositiepartijen die volgens zijn biografie voortkwamen uit een politiek van consensus. Op 29 januari 1981 trad Suárez af als regeringsleider en als voorzitter van de UCD.

Tijdens de investituur van zijn opvolger Leopoldo Calvo-Sotelo drong op 23 februari 1981 een groep guardia civil-agenten onder leiding van Antonio Tejero het parlement binnen, een poging tot staatsgreep. Calvo-Sotelo bleef regeringsleider tot oktober 1982. Wie het einde bij 1978 legt, kiest voor de grondwet; wie het bij 1981 legt, kiest voor het moment waarop de nieuwe instellingen door een poging tot staatsgreep op de proef werden gesteld.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen de Ley para la Reforma Política en de grondwet van 1978?

De Ley para la Reforma Política van 18 november 1976 was een wet van de Cortes van het regime zelf. Ze werd in een referendum bevestigd en opende de weg naar de verkiezingen van 15 juni 1977, waaruit nieuwe Cortes voortkwamen. Die Cortes schreven de grondwet, die pas op 6 december 1978 in een tweede referendum werd goedgekeurd. De eerste wet startte het proces, de tweede legde de uitkomst vast.

Welke rol speelde koning Juan Carlos I in de transitie?

Hij benoemde Adolfo Suárez tot regeringsleider uit de lijst van drie kandidaten die hem werd voorgelegd. Op 22 juli 1977 kwamen de nieuwe Cortes in gezamenlijke zitting bijeen ten overstaan van de koning en de koningin, en op 27 december 1978 bekrachtigde hij de grondwet. Volgens artikel 56 van die grondwet is de koning staatshoofd en symbool van de eenheid en duurzaamheid van de staat.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Cultuur · Geschiedenis

Al-Andalus

Het deel van Spanje dat tussen 711 en 1492 onder moslimbestuur stond, en wat ervan is overgebleven.

Cultuur · Geschiedenis

De Moren in Spanje

De verzamelnaam voor de moslims van middeleeuws Spanje: wie zij waren, wat er met hen gebeurde en wat bleef.

Cultuur · Geschiedenis

De Reconquista

De christelijke verovering van Al-Andalus tussen 722 en 1492, en de herkomst van het woord Reconquista.

Cultuur · Geschiedenis

Spaanse geschiedenis

Van de eerste bewoners van Atapuerca tot de grondwet van 1978: de hoofdlijn van de Spaanse geschiedenis in negen perioden.