Op deze pagina
- Periode
- 14 april 1931 tot 1939
- Onderdeel van
- Spaanse geschiedenis
- Grondwet
- 9 december 1931, 125 artikelen
- Eerste president
- Niceto Alcalá-Zamora, vanaf 15 december 1931
- Parlement
- Cortes met één kamer
Van gemeenteraadsverkiezingen naar een republiek, in twee dagen
De Tweede Republiek is in de Spaanse geschiedenis de periode tussen 14 april 1931 en 1939, waarin Spanje geen koning had maar een gekozen staatshoofd. Het begin lag bij een stemming die daar formeel niet over ging: de gemeenteraadsverkiezingen van 12 april 1931. Monarchistische kandidaten haalden in het land als geheel de meeste raadszetels, maar in de provinciehoofdsteden wonnen de republikeinen, met Madrid, Barcelona en Valencia voorop. Die uitslag werd gelezen als een oordeel over de monarchie.
Twee dagen later werd de Republiek uitgeroepen en verliet koning Alfonso XIII het land. Niceto Alcalá-Zamora vormde een voorlopige regering, die tot december 1931 aanbleef. Voor de verkiezing van grondwetgevende Cortes werd in mei 1931 de kieswet aangepast; de stemgerechtigde leeftijd ging daarbij van 25 naar 23 jaar. De republikeins-socialistische lijsten wonnen ruim. Onder de gekozen afgevaardigden zaten Miguel de Unamuno, Gregorio Marañón en José Ortega y Gasset, bekende namen uit het Spaanse culturele leven. Op 14 juli 1931 kwamen de Cortes voor het eerst bijeen, met Julián Besteiro als voorzitter.
Wat de grondwet van 1931 veranderde
Besteiro kondigde de grondwet op 9 december 1931 af; ze telde 125 artikelen. Artikel 1 omschreef Spanje als una República democrática de trabajadores de toda clase, een democratische republiek van werkenden van allerlei slag, en als een Estado integral: één staat, maar verenigbaar met zelfbestuur van gemeenten en regio's. Het parlement kreeg één kamer, en de president ruime bevoegdheden: hij benoemde de regering, kon het parlement ontbinden en had een opschortend veto op wetten. Alcalá-Zamora werd op 15 december 1931 tot president gekozen.
Nieuw was ook het Tribunal de Garantías Constitucionales, een hof dat moest toezien op de grondrechten; de wet die het instelde kwam er op 14 juni 1933. Het scherpste conflict ging over de kerk. Artikel 3 bepaalde dat de staat geen officiële godsdienst heeft, en artikel 26 maakte een einde aan de financiële steun van de staat aan de katholieke kerk en aan de kloosterorden. Over die kwestie trad Alcalá-Zamora af als regeringsleider, waarna Manuel Azaña hem opvolgde. De verwevenheid van kerk en staat die hier werd losgemaakt, gaat in Spanje terug op de christelijke koninkrijken van de Reconquista.
Artikel 36 en het vrouwenkiesrecht
Of vrouwen mochten stemmen, werd apart beslist. Clara Campoamor en Victoria Kent, allebei afgevaardigde in deze Cortes, bepleitten het tegenovergestelde: Campoamor wilde het stemrecht meteen, Kent wilde het uitstellen. Op 1 oktober 1931 nam het parlement artikel 36 aan, dat burgers van beide geslachten vanaf 23 jaar dezelfde kiesrechten gaf. Bij algemene verkiezingen brachten vrouwen voor het eerst een stem uit op 19 november 1933.
Drie perioden met telkens een andere meerderheid
De Republiek duurde acht jaar en hield in die tijd drie parlementsverkiezingen, met drie verschillende uitkomsten. De eerste jaren gingen op aan hervormingswetten, van de agrarische hervorming tot wereldlijke begraafplaatsen en het burgerlijk huwelijk met echtscheiding. De verkiezingen van 19 november 1933 brachten rechts aan de macht, met de CEDA als grootste partij.
Bij de verkiezingen van 16 februari 1936 won het Frente Popular, een verbond van linkse partijen, met 257 afgevaardigden, en Azaña werd opnieuw regeringsleider. Vijf maanden later kwam een deel van het leger in opstand.
| Legislatuur | Meerderheid na de verkiezingen | Wat eruit springt |
|---|---|---|
| 1931-1933 | Republikeins-socialistisch, gekozen in juni 1931 | Grondwet van 1931, agrarische hervorming, wet ter verdediging van de Republiek (20 oktober 1931), burgerlijk huwelijk en echtscheiding |
| 1933-1935 | Rechts, met de CEDA als grootste, gekozen op 19 november 1933 | Opstand in Asturië en uitroeping van een Catalaanse staat, oktober 1934 |
| 1936-1939 | Frente Popular met 257 afgevaardigden, gekozen op 16 februari 1936 | Militaire opstand op 17 en 18 juli 1936, daarna oorlog |
Bron: Congreso de los Diputados, II República Española 1931-1939
Waar de Republiek ophoudt en de burgeroorlog begint
De Republiek en de Spaanse Burgeroorlog worden vaak als hetzelfde behandeld, terwijl ze elkaar maar gedeeltelijk overlappen. De Republiek bestond ruim vijf jaar in vredestijd voordat op 17 en 18 juli 1936 de militaire opstand in Marokko begon. Daarna bleef ze de wettige regering van het gebied buiten de macht van de opstandelingen.
Het parlement kwam in die oorlogsjaren nauwelijks nog bijeen. De zittingen werden op 1 oktober 1936 opgeschort, en de Cortes verplaatsten zich met het front mee, van Valencia naar Barcelona en uiteindelijk naar Figueres. De laatste vergaderingen van de permanente deputatie vonden in maart 1939 in Parijs plaats, waar het aftreden van Azaña ter sprake kwam en Juan Negrín, de laatste regeringsleider, op 1 april 1939 voor het laatst verscheen. Wat volgde was de dictatuur van Francisco Franco.
De data, de wetten en de verkiezingsuitslagen liggen vast. Over de vraag waarom de Republiek het niet hield, verschillen historici van mening: de nadruk valt op de polarisatie tussen links en rechts, op de weerstand tegen de hervormingen of op het optreden van het leger. Die discussie is niet beslecht.
Veelgestelde vragen
Kreeg Catalonië een eigen bestuur onder de Tweede Republiek?
Ja. De grondwet van 1931 noemde Spanje een Estado integral dat verenigbaar was met zelfbestuur van gemeenten en regio's, en in september 1932 keurden de Cortes een autonomiestatuut voor Catalonië goed. De Generalitat kreeg daarmee opnieuw eigen bestuursbevoegdheden. Hoe ver die autonomie reikte, bleef omstreden: in oktober 1934 riep de Catalaanse regering een eigen staat binnen een federaal Spanje uit.
Bronnen
- Congreso de los Diputados, II República Española 1931-1939 · chronologie van de legislaturen, verkiezingen, wetgeving en de zittingen van de Cortes · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Congreso de los Diputados, Constitución de 1931 · opbouw en inhoud van de grondwet van 1931 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Blog del Congreso de los Diputados, 1 de octubre de 1931: la sesión en la que las mujeres dan el gran paso hacia la plena ciudadanía política · de parlementaire zitting waarin artikel 36 werd aangenomen · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Instituto de Geociencias (CSIC), 19 de noviembre: aniversario de las primeras elecciones generales en España en las que participó el voto femenino · datum waarop vrouwen voor het eerst bij algemene verkiezingen stemden · geraadpleegd 5 oktober 2026