Naar de inhoud
Cultuur · Kunst

De Spaanse gitaar

De Spaanse gitaar is geen apart instrument naast de klassieke gitaar. Het is de zessnarige gitaar in de vorm die de Andalusische bouwer Antonio de Torres Jurado (1817 tot 1892) in de negentiende eeuw vastlegde. Er bestaan twee varianten: de klassieke gitaar voor de concertzaal en de lichtere flamencogitaar, die bij zang en dans hoort.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 4 minuten
Klassieke gitaar met lichte bovenkant en ingelegde mozaïekrand rond het klankgat op een houten stoel.
Op deze pagina
Varianten
Klassieke gitaar en flamencogitaar
Ontwerper
Antonio de Torres Jurado, 1817 tot 1892
Werkplaatsen van Torres
Sevilla en Almería
Museum
Museo de la Guitarra Española Antonio de Torres, Almería

Eén instrument in twee varianten

De Spaanse gitaar hoort bij de Spaanse kunst en cultuur, maar de naam wordt voor twee dingen gebruikt: de klassieke gitaar uit het concertrepertoire en de flamencogitaar. Het zijn twee uitvoeringen van hetzelfde instrument, en beide gaan terug op het ontwerp van de Andalusische bouwer Antonio de Torres Jurado.

De twee varianten hebben een andere rol in de Spaanse cultuur. De klassieke gitaar is een soloinstrument voor de concertzaal. De flamencogitaar begeleidt zang en dans, en volgens UNESCO is het gitaarspel in de flamenco inmiddels meer dan begeleiding: het heeft een eigen repertoire gekregen.

Het verschil zit ook in de bouw. Een flamencogitaar is lichter en heeft een smallere kast dan een klassieke gitaar, en klinkt daardoor minder luid, zodat de gitaar de zanger niet overstemt. Voor de kast wordt vaak cipres gebruikt, dat een heldere klank geeft, en voor de bovenplaat vurenhout. Op die bovenplaat zit een golpeador, een slagplaatje waarop de speler tikt als percussie. Klassiek spel kent die techniek niet. Typerend voor flamenco zijn verder het rasgueo, waarbij de speler de snaren met drie, vier of vijf vingers achter elkaar aanslaat, en technieken als picado, alzapúa en tremolo.

Antonio de Torres en de vorm van de moderne gitaar

Antonio de Torres Jurado werd op 13 juni 1817 geboren in La Cañada de San Urbano, bij Almería, en overleed op 19 november 1892 in Almería. Hij leerde het timmermansvak in Vera en bouwde vanaf 1853 gitaren in Sevilla, waar hij in 1858 een medaille won op de tentoonstelling van dat jaar. Later keerde hij terug naar Almería, waar hij vanaf 1875 opnieuw gitaren bouwde.

Zijn ontwerp veranderde twee dingen aan de gitaar. Hij maakte de kast groter en bracht aan de binnenkant van de bovenplaat houten latten aan in de vorm van een waaier, het varillaje en abanico. Daarnaast legde hij de lengte vast van het trillende deel van de snaar. Daardoor had de gitaar genoeg volume om in een concertzaal te klinken.

Volgens de documentatiesite La Invencible de Torres, over een van zijn gitaren, speelden gitaristen als Francisco Tárrega en Andrés Segovia op instrumenten van Torres, en gebruikten componisten als Granados en Villa-Lobos er een. Daarmee is zijn ontwerp de basis van zowel de klassieke gitaar als de flamencogitaar.

Rodrigo's concert voor gitaar en orkest

Joaquín Rodrigo schreef het Concierto de Aranjuez in 1939 in zijn studio aan de rue Saint-Jacques 159 in Parijs. De opdracht kwam van de gitarist Regino Sainz de la Maza, die hem in september 1938 tijdens een diner in San Sebastián, georganiseerd door de markies van Bolarque, vroeg een concert voor gitaar en orkest te schrijven.

Het Adagio was het eerste deel dat Rodrigo hoorde: volgens zijn eigen verslag kwam het hele thema in één keer bij hem op, direct gevolgd door het thema van het derde deel. Het eerste deel schreef hij als laatste. Het manuscript was in braille, omdat Rodrigo blind was, en hij nam het op 4 september 1939 mee over de grens toen hij met zijn vrouw definitief naar Spanje verhuisde.

Rodrigo was in die jaren niet de enige Spaanse maker die buiten Spanje werkte. Picasso schilderde in 1937 in Parijs Guernica, Joan Miró week in 1939 uit naar Normandië en Salvador Dalí bezocht in 1938 Sigmund Freud in Londen.

Flamenco: de gitaar als eigen stem

Flamenco bestaat volgens UNESCO uit zang (cante), dans (baile) en instrumentaal spel (toque). UNESCO zette de flamenco in 2010 op de lijst van immaterieel erfgoed van de mensheid. Het gitaarspel is daarbinnen van begeleiding uitgegroeid tot een kunstvorm met een eigen repertoire.

Een gitarist die daarvoor internationaal erkenning kreeg, is Paco de Lucía. De Fundación Princesa de Asturias kende hem in 2004 de Prijs voor de Kunsten toe, noemt hem de meest universele van de flamencokunstenaars en schrijft dat zijn aanpak school heeft gemaakt bij jongere generaties. Zijn optredens in Europa, de Verenigde Staten, Rusland, Japan en het Midden-Oosten worden daarbij genoemd.

Veelgestelde vragen

Is er een museum voor de Spaanse gitaar?

Ja, in Almería ligt het Museo de la Guitarra Española Antonio de Torres, dat op 20 december 2013 opende en gewijd is aan Torres en aan de Spaanse gitaar. Almería is de stad waar Torres overleed en waar hij vanaf 1875 opnieuw gitaren bouwde. Openingstijden en toegangsprijzen kun je het best bij het museum zelf nagaan, want die kunnen veranderen.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Cultuur · Kunst

Antoni Gaudí

De Catalaanse architect achter de Sagrada Família: zijn bouwmethode, zijn zeven werelderfgoedwerken en wat er nog niet af is.

Cultuur · Kunst

Pablo Picasso

De Spaanse jaren van Picasso, de ontwikkeling van zijn werk en waar het in Spanje te zien is.

Cultuur · Kunst

Salvador Dalí

De surrealist uit Figueres: zijn werkwijze, de kust in zijn schilderijen en waar zijn werk nu te zien is.

Cultuur · Kunst

Kunst en cultuur in Spanje

Een koninklijk besluit uit 1995 verdeelde de Spaanse staatscollectie op het geboortejaar van Picasso.