Naar de inhoud
Bestemming · Andalusië

Úbeda, renaissancepaleizen en een oude potterswijk

Úbeda is een stad van 33.605 inwoners in de provincie Jaén, op 729 meter hoogte in het oosten van Andalusië. Samen met Baeza staat ze sinds 2003 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. In Úbeda staan vooral de paleizen en kapellen die adellijke families in de zestiende eeuw lieten bouwen. Daarnaast heeft de stad een oude aardewerkwijk en het klooster waar San Juan de la Cruz in 1591 overleed.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 4 minuten
Breed geplaveid plein omsloten door honingkleurige zandstenen paleizen en kerken met zware smeedijzeren tralies.
Regio
Andalusië
Provincie
Jaén
Inwoners
33.605 in 2025 (Instituto de Estadística y Cartografía de Andalucía)
Oppervlakte
403,47 km²
Hoogte
729 m boven zeeniveau
Afstand tot Jaén
55 km
Werelderfgoed
Sinds 2003, samen met Baeza
Karakter
Renaissancecentrum met ambachtelijke traditie
Op deze pagina

Het plein en de kapel van een secretaris van de keizer

Úbeda ligt in de provincie Jaén, in het oosten van Andalusië, op 729 meter hoogte en ongeveer 55 kilometer van de stad Jaén. Het stadscentrum staat sinds 2003 op de werelderfgoedlijst van UNESCO, in één inschrijving met het naburige Baeza. UNESCO beschrijft hoe de twee plaatsen in de zestiende eeuw met elkaar wedijverden in renaissancebouw: in Úbeda gaven adellijke families daar de aanzet toe, in Baeza liet de gemeenteraad openbare werken uitvoeren. Andrés de Vandelvira bouwde in beide plaatsen.

Het hart van dat adellijke Úbeda is de Plaza Vázquez de Molina. Daar staat de Sacra Capilla del Salvador, een kapel die Francisco de los Cobos, secretaris van keizer Karel V, liet bouwen als grafkapel. Diego de Siloé maakte in 1536 het eerste ontwerp en Vandelvira voerde het vanaf 1540 uit. De plattegrond is volgens het gemeentelijke toeristenportaal wiskundig opgezet, met een enkel schip en een koepelvormige apsis, en de gevel en sacristie zijn versierd met klassieke figuren, waaronder Hercules.

Het Hospital de Santiago, buiten de stadsmuren gebouwd

Een tweede werk van Vandelvira staat aan de hoofdwinkelstraat van de stad: het Hospital de Santiago, gebouwd tussen 1562 en 1575 in opdracht van Diego de los Cobos y Molina. Het gebouw combineert ziekenhuis, paleis en kapel, met een brede gevel tussen twee torens en een reliëf van Santiago Matamoros boven de ingang. Het lag buiten de oorspronkelijke stadsmuren, zodat ziekten zich niet binnen de stad verspreidden.

Als ziekenhuis was het tot 1975 in gebruik. Nu is het een congres- en tentoonstellingscentrum en cultureel centrum, waar grote evenementen van de stad plaatsvinden. Het is sinds 1917 beschermd als Bien de Interés Cultural.

Aardewerk uit San Millán en riet uit de esparto

Naast steen heeft Úbeda een ambacht dat veel ouder is dan de renaissance. In de wijk San Millán, een oude buitenwijk van de stad, werken sinds de middeleeuwen pottenbakkers, vooral in de calle Valencia. Tot halverwege de twintigste eeuw waren dat er meer dan honderd. Het aardewerk is groen of bruin geglazuurd en versierd met uitgesneden motieven. De werkplaatsen volgen mudéjar-technieken, waaronder het stoken in houtgestookte ovens van Arabische makelij.

Het bekendste voorwerp is de alcuza, een kan voor olie. Daarnaast maken de werkplaatsen kruiken, kommen, borden en kannen om voedsel en olie in huis te bewaren. Ook wordt in de stad al sinds de elfde eeuw esparto verwerkt, een taai steppegras waarvan tapijten, manden en landbouwgerei worden gemaakt. In december 2012 kreeg de stad de aanduiding Zona de Interés Artesanal.

Het klooster waar San Juan de la Cruz overleed

In het Carmelietenklooster van San Miguel overleed de mysticus en dichter San Juan de la Cruz (Johannes van het Kruis) in de nacht van 13 op 14 december 1591. Hij was op 28 september naar Úbeda gekomen. Naast het klooster werd in 1627 een oratorium gebouwd op de plek waar hij zou zijn gestorven, naar verluidt de eerste kerk ter wereld die voor hem werd gebouwd. Sinds 1978 is in het klooster een museum over hem gevestigd, met relieken, geschriften en persoonlijke voorwerpen.

Aankomst en omgeving

Het treinstation Linares-Baeza ligt volgens Renfe in Linares, niet in Baeza of Úbeda. Er stoppen langeafstands- en regionale treinen. Hoe je vanaf het station verder reist, controleer je vooraf bij de busmaatschappij of de regionale vervoerder, want die verbinding hebben we niet gecontroleerd.

In dezelfde provincie ligt Cazorla aan de rand van het natuurpark, een heel andere omgeving dan de renaissancecentra. De temperaturen en neerslag voor het binnenland vind je in het overzicht van weer en klimaat in Andalusië, en andere plaatsen in Spanje staan bij de bestemmingen.

Veelgestelde vragen

Wat is een alcuza en waarom hoort die bij Úbeda?

Een alcuza is een kan voor olie, en volgens het gemeentelijke toeristenportaal het bekendste voorwerp uit het aardewerk van Úbeda. Het is gemaakt van klei die bruin of groen is geglazuurd. Dezelfde werkplaatsen maken ook kruiken, kommen, borden en kannen voor het bewaren van voedsel en olie.

Is Úbeda meer dan het werelderfgoedplein?

Ja. Úbeda heeft 33.605 inwoners en een gemeente van 403 vierkante kilometer. Het Hospital de Santiago staat buiten de oude muren aan de hoofdwinkelstraat, de potterswijk San Millán ligt in een oude buitenwijk en het museum over San Juan de la Cruz zit in een klooster. Het plein met de paleizen is dus het bekendste onderdeel van de stad, maar niet het enige.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Bestemming · Andalusië

Jerez de la Frontera

Wijnstad in de provincie Cádiz met een eigen vliegveld, sherrybodega's, flamencowijken en een rijschool waar Andalusische paarden dansen.

Bestemming · Andalusië

Arcos de la Frontera

Witte stad op een rots boven de Guadalete, aan het begin van de route langs de witte dorpen van Cádiz.

Plaats · Cádiz

Vejer de la Frontera

Een witte heuvelstad in de provincie Cádiz met een beschermd historisch centrum en een bijzondere sluierdracht, de cobijá.

Bestemming · Regio

Andalusië

De zuidelijkste regio van Spanje: acht provincies met twee kusten, een hooggebergte en zes werelderfgoedlocaties.