Naar de inhoud
Bestemming · Sevilla

Alcázar van Sevilla, een paleis dat elf eeuwen lang verbouwd is

Het Alcázar van Sevilla is een paleiscomplex naast de kathedraal, waaraan vanaf 913 is gebouwd. Het bekendste deel is geen islamitisch paleis, maar het mudéjarpaleis dat de Castiliaanse koning Pedro I tussen 1356 en 1366 liet bouwen, met Arabische opschriften op de muren en ambachtslieden uit Toledo, Granada en Sevilla. De bovenverdieping is nog in gebruik bij de koninklijke familie. Een algemeen toegangsbewijs kost 15,50 euro.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 12 minuten
De Patio de las Doncellas in het Real Alcázar van Sevilla.
Foto: Benjamin Smith, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.
Stad
Sevilla, Andalusië
Adres
Ingang Puerta del León aan de Plaza del Triunfo; kassa en uitgang aan de Patio de Banderas
Oudste bouwfase
913, het bestuurscentrum Dar al-Imara
Bekendste paleis
Palacio Mudéjar van Pedro I, 1356 tot 1366
Beheer
Patronato del Real Alcázar y de la Casa Consistorial, gemeente Sevilla
Werelderfgoed
Sinds 1987, samen met de kathedraal en het Archivo de Indias
Toegang
15,50 euro; het Cuarto Real Alto kost 5,50 euro extra
Openingstijden
09:30 tot 17:00 uur van 1 oktober tot 31 maart, 09:30 tot 19:00 uur van 1 april tot 30 september
Bezoekers
2.221.732 in 2025
Op deze pagina

Elf eeuwen bouwen op dezelfde plek

Het Alcázar van Sevilla staat aan de Plaza del Triunfo, naast de kathedraal, in het historische centrum van Sevilla. Je gaat naar binnen door de Puerta del León aan dat plein; de kassa en de uitgang liggen om de hoek, aan de Patio de Banderas. Achter die poort ligt geen los gebouw maar een ommuurd terrein met meerdere paleizen, binnenplaatsen uit verschillende eeuwen en daarachter een reeks tuinen.

De route over het terrein volgt grotendeels de bouwgeschiedenis. Achter de Puerta del León ligt de Patio del León, met aan het eind een stuk Almohadische muur met drie poortbogen. Daarachter opent zich de Patio de la Montería, de binnenplaats waar de gevel van het paleis van Pedro I op uitkijkt. Vanuit de paleizen loop je de tuinen in, en je verlaat het complex door de Apeadero, de zuilenhal die Vermondo Resta in 1609 voor Filips III bouwde en waar Filips V later de koninklijke wapenkamer onderbracht.

De oudste bouwfase gaat terug tot 913. In dat jaar liet kalief Abd al-Rahman III van Córdoba aan de zuidkant van de stad een nieuw bestuurscentrum optrekken, de Dar al-Imara. De Abbadiden voegden daar in de elfde eeuw hun eigen paleis aan toe, het Palacio de al-Mubarak van de dichter-koning al-Mutamid. Daarna trokken de Almoraviden het ommuurde gebied door tot aan de Guadalquivir en bouwden de Almohaden er in de twaalfde eeuw verder aan.

Na de Castiliaanse verovering van 1248 werd het complex de zetel van de kroon in de stad, en dat is het gebleven. Alfonso X liet er vanaf 1252 een gotisch paleis neerzetten, Pedro I bouwde een eeuw later het paleis waar de meeste bezoekers voor komen, en onder de eerste Habsburgers werd tussen 1540 en 1572 opnieuw verbouwd. Die opeenvolging is de reden dat je op één route langs Almohadisch pleisterwerk, gotische gewelven, mudéjarhoutwerk en renaissancezuilen loopt.

Het Alcázar was ook een bestuursgebouw. De Katholieke Koningen richtten er in 1503 de Casa de la Contratación op, de instelling die de handel en de scheepvaart met de Amerikaanse gebieden regelde en die pas in 1717 naar Cádiz verhuisde. In de kapel van die vleugel staat het retabel van de Maagd van de Zeevaarders, dat Alejo Fernández tussen 1531 en 1536 schilderde.

Sinds 1987 staat het Alcázar op de werelderfgoedlijst, samen met de kathedraal, waarvan de klokkentoren La Giralda het bekendste deel is, en het Archivo de Indias. UNESCO noemt die drie gebouwen samen een voorbeeld van de opeenvolgende fasen van de stad: de islamitische, de christelijke en de zestiende-eeuwse havenstad die het verkeer met Amerika regelde. Het Patronato dat het complex beheert, noemt het Alcázar het oudste koninklijke paleis van Europa dat nog in gebruik is. De bovenverdieping dient namelijk nog steeds als verblijf van de koninklijke familie wanneer die in Sevilla is.

De onderdelen van het complex en de periode waaruit ze stammen
Onderdeel Periode Wat je er ziet
Patio del Yeso Almohadisch, eind twaalfde eeuw Pleisterwerk met ruitmotief rond een waterbekken
Patio del Crucero en de baden van María de Padilla Twaalfde eeuw, overwelfd onder Alfonso X Ondergrondse gang met kruisribgewelven, rest van een verzonken tuin
Palacio Gótico Alfonso X, vanaf 1252 Zalen met tegelwerk van Cristóbal de Augusta en wandtapijten over de veldtocht naar Tunis
Palacio Mudéjar Pedro I, 1356 tot 1366 Patio de las Doncellas, Salón de Embajadores en Patio de las Muñecas
Casa de la Contratación Vanaf 1503 Salón del Almirante en de kapel met het retabel van Alejo Fernández
Cuarto Real Alto Pedro I, verbouwd in de vijftiende en de negentiende eeuw Koninklijk verblijf, alleen met een apart kaartje
Tuinen en Galería de Grutesco Almohadische muur, omgebouwd in 1612 Mercuriusbassin uit 1576 en een galerij over de oude muur

Bron: Real Alcázar de Sevilla, Spaanstalige Wikipedia

Waarom er Arabisch op de muren van een christelijk paleis staat

Het bekendste deel van het complex is het Palacio Mudéjar, het paleis van Pedro I. Na een aardbeving in 1356 liet de koning drie Almohadische paleisgebouwen slopen en op diezelfde plek een nieuw paleis bouwen, dat tussen 1356 en 1366 tot stand kwam. Er werkten ambachtslieden uit Toledo, Granada en Sevilla aan, en de deuren van de Salón de Embajadores dragen 1364 als jaar van voltooiing.

Op de gevel aan de Patio de la Montería staat in gotische letters dat don Pedro, koning van Castilië en León, deze paleizen heeft laten maken. Binnen, op vrijwel alle plinten, staat iets anders: in het Arabisch de formule die wordt vertaald als glorie aan onze heer de sultan don Pedro, moge God hem bijstaan. De onderzoeker Julie Marquer liet in het tijdschrift e-Spania zien dat die opschriften meer zijn dan decoratie. Het woord sultán duidt op uitgeoefende macht, waar malik op juridische soevereiniteit wijst, en de opschriften hoorden bij een bewuste zelfpresentatie van de koning tegenover zowel christelijke als islamitische tegenstanders.

Daar komt de term mudéjar vandaan: islamitische bouw- en decoratietechnieken in opdracht van christelijke opdrachtgevers. Wie door de binnenplaatsen loopt en denkt in een Moors paleis te staan, ziet dus vooral het werk van veertiende-eeuwse ambachtslieden voor een Castiliaanse koning. De islamitische bouwfasen zijn er wel degelijk, maar die liggen eromheen en eronder.

De belangrijkste zaal van dat paleis is de Salón de Embajadores, met een houten koepel en daaronder een fries met de koningen van Castilië: elke vorst zit gekroond afgebeeld, met een zwaard in de rechterhand en een wereldbol in de linkerhand, zijn wapenschild eronder en de jaren van zijn regering daar weer onder. In de twee aangrenzende kamers hangen 26 uitgesneden gipsplaten met ridders, dames, toernooien en fabeldieren. Verderop ligt de kleine Patio de las Muñecas, vermoedelijk het woongedeelte van het paleis; de marmeren zuilen en de bovenbouw die je daar ziet, dateren van een verbouwing tussen 1847 en 1855. Aan diezelfde binnenplaats grenst het Cuarto del Príncipe, genoemd naar prins Juan, de zoon van de Katholieke Koningen, die hier op 30 juni 1478 werd geboren.

Het Patio de las Doncellas en de tuin die eronder lag

De centrale binnenplaats van het paleis meet 21 bij 15 meter en wordt omsloten door vier galerijen. In het midden lag oorspronkelijk een waterbekken, met aan weerszijden plantvakken die een meter lager lagen. Tussen 1580 en 1584 verdween dat alles onder een marmeren vloer, en pas bij archeologisch onderzoek in 2002 kwam de oude aanleg weer tevoorschijn. Je ziet hem nu terug op de binnenplaats. De bovenverdieping eromheen is tussen 1540 en 1572 vernieuwd, met marmeren zuilen die in Genua werden gehakt. In 2024 koos de Spaanse munt deze binnenplaats als afbeelding voor anderhalf miljoen herdenkingsmunten van twee euro.

Wat er van de islamitische bouwfasen over is

Het duidelijkst zichtbare Almohadische restant is de Patio del Yeso, een bijna vierkante binnenplaats uit het eind van de twaalfde eeuw, met een waterbekken en een zuilengalerij waarvan het gipswerk een fijn ruitmotief draagt. Ernaast ligt de Sala de Justicia, een vierkante zaal met houten koepel die onder Alfonso XI rond 1340 tot 1350 werd ingericht en die op de Comareszaal van het Alhambra lijkt.

Een verdieping lager ligt een tweede spoor. De Patio del Crucero werd in de twaalfde eeuw aangelegd op twee niveaus: de binnenplaats zoals je die nu ziet, en bijna vijf meter daaronder een tuin met sinaasappelbomen rond een fontein. Na de aardbeving van Lissabon in 1755 werd dat onderste niveau volgestort. Wat ervan over is, zijn de zogenoemde baden van María de Padilla, een ruimte van tien traveeën met kruisribgewelven die je vanuit de Jardín de la Danza binnenloopt. Die naam is misleidend: het gaat niet om een badhuis, maar om het overwelfde onderste niveau van die tuin.

Ook buiten de paleismuren zijn oudere lagen aangetroffen. Bij opgravingen onder de Patio de Banderas, het plein waar nu de kassa zit, zijn resten gevonden die aan het paleis van al-Mutamid worden toegeschreven. Een deel van die opgraving is als archeologische crypte te bezoeken, met een kaartje dat apart verkocht wordt.

De tuinen en de muur die ze in tweeën deelt

De tuinen van het Alcázar zijn de oudste van de stad en zijn door de eeuwen heen telkens opnieuw aangelegd. Wat uit de islamitische periode is overgebleven, is vooral het uitgangspunt: aparte, van elkaar gescheiden tuinkamers met lage fonteinen, tegelwerk en sinaasappelbomen, in plaats van één doorlopend park.

Het terrein wordt in tweeën gedeeld door een muur van 160 meter lang. Dat was oorspronkelijk een Almohadische stadsmuur, die het complex ook moest beschermen als de beek de Tagarete buiten zijn oevers trad. In 1612 bouwde architect Vermondo Resta die muur om tot de Galería de Grutesco: de wand kreeg lagen natuursteen, beschilderd pleisterwerk en fresco's met mythologische taferelen van Diego Esquivel. Over de muur loopt een galerij, met uitzicht over beide helften van de tuin.

Aan de voet ervan ligt het Mercuriusbassin, dat vermoedelijk in de islamitische periode is aangelegd om water voor het hele complex op te slaan. Het bronzen beeld van Mercurius in het midden is uit 1576, ontworpen door Diego de Pesquera en gegoten door Bartolomé Morel; van dezelfde makers zijn de balustrade, de leeuwen op de hoeken en de achttien bollen eromheen. Het bassin en de beeldengroep zijn gerestaureerd. Achter de muur lagen vroeger de moestuinen van het paleis; daar staan nu de sinaasappel- en citroenbomen van onder meer de Jardín del Príncipe en de Jardín de las Damas.

Wat het gewone toegangsbewijs dekt

Een algemeen toegangsbewijs kost 15,50 euro en geeft toegang tot het paleis van Pedro I, het gotische paleis, de Casa de la Contratación, de binnenplaatsen en de tuinen. Minder bekend is dat hetzelfde kaartje ook geldt voor de stedelijke musea die de gemeente via het cultuurinstituut ICAS beheert, waaronder het Antiquarium, het keramiekmuseum van Triana en het Museo Bellver in de Casa Fabiola. Wie langer in de stad blijft, kan daar op een tweede dag gebruik van maken zonder opnieuw te betalen.

Het gereduceerde tarief van 8,00 euro geldt voor 65-plussers, studenten van 14 tot en met 30 jaar en houders van de Europese jongerenkaart in diezelfde leeftijdsgroep. Het Patronato vermeldt erbij dat die korting niet langer tot inwoners van de Europese Unie beperkt is. Gratis naar binnen mogen onder meer kinderen tot 13 jaar onder begeleiding van een volwassene, mensen die in de gemeente Sevilla geboren zijn of er wonen, en mensen met meer dan 33 procent arbeidsongeschiktheid met hun begeleider. Ook in die gevallen moet er een kaartje worden opgehaald.

Het Alcázar is alle dagen van de week open, van 09:30 tot 17:00 uur tussen 1 oktober en 31 maart en van 09:30 tot 19:00 uur tussen 1 april en 30 september. Gesloten is het op 1 en 6 januari, op Goede Vrijdag en op 25 december. Aan de kassa bij de Patio de Banderas kun je vanaf 09:00 uur terecht, alleen met een betaalkaart; online verkoopt het Patronato de kaartjes via zijn eigen verkoopsite.

Voor je gaat

Tarieven, openingstijden en het aanbod van rondleidingen worden door het Patronato aangepast. De bedragen en tijden op deze pagina zijn op 5 oktober 2026 nagekeken op de officiële site. Controleer ze kort voor je bezoek opnieuw.

Tarieven van het Real Alcázar volgens het Patronato
Kaartje Prijs Waarvoor het geldt
Algemene toegang 15,50 euro Paleizen, binnenplaatsen en tuinen, plus de stedelijke musea van ICAS
Gereduceerd 8,00 euro 65-plussers, studenten van 14 tot en met 30 jaar, houders van de Europese jongerenkaart
Cuarto Real Alto 5,50 euro extra De bovenverdieping van het paleis van Pedro I
Gratis 0 euro Kinderen tot 13 jaar met een volwassene, inwoners en geboren Sevillanen, mensen met meer dan 33 procent arbeidsongeschiktheid met begeleider
Concert Noches en los Jardines 7,00 euro Toegang tot de tuinen op zomeravonden
Theatrale avondrondleiding 15,00 euro Rondleiding buiten de gewone openingstijden

Bron: Patronato del Real Alcázar, tarieven en bezoekinformatie

De tickets die los verkocht worden

Naast het gewone kaartje zijn er ruimtes en rondleidingen die apart betaald worden. Het Cuarto Real Alto kost 5,50 euro bovenop de toegang. Verder zijn er een route over de daken van het gotische paleis in combinatie met de bovengalerij van de Grutesco, een bezoek aan de archeologische crypte onder de Patio de Banderas en theatrale rondleidingen na sluitingstijd. Die kaartjes zijn beperkt in aantal: bij controle van de officiële verkoopsite op 5 oktober 2026 stonden het gratis maandagbezoek, de archeologische crypte en de avondrondleidingen alle drie als uitverkocht vermeld. Wie zo'n onderdeel wil meemaken, boekt dus ruim van tevoren.

Wanneer het rustiger is en wanneer de tuinen 's avonds opengaan

In 2025 kwamen er 2.221.732 bezoekers, volgens de cijfers die de gemeente Sevilla via het persbureau Europa Press bekendmaakte. Gemiddeld over het jaar zijn dat ruim zesduizend mensen per openingsdag. Voor de paleizen geldt een maximum aantal bezoekers per uur, zo staat in de gemeentelijke tarievenregeling. Koop je kaartje daarom vooraf online als je op een bepaalde dag binnen wilt zijn.

Het grootste deel van de route ligt buiten. De binnenplaatsen, het Mercuriusbassin en de tuinen hebben geen dak, en in de Sevillaanse zomer is dat merkbaar: wie in juli of augustus midden op de dag gaat, legt het grootste deel van de route in de volle zon af. Hoe warm het per maand wordt, staat in het overzicht van het klimaat in Sevilla.

In de zomermaanden is er ook een avondprogramma. Het Patronato hield in 2026 de zevenentwintigste editie van Noches en los Jardines, met 63 concerten tussen juni en september. Het publiek kan de tuinen op die avonden tussen 21:00 en 22:25 uur in, en een kaartje staat in de tarievenregeling op 7,00 euro. De gewone openingstijden eindigen voor zonsondergang, dus buiten deze concerten en de theatrale avondrondleidingen zijn de tuinen na donker niet te bezoeken.

Vijfhonderd jaar na de bruiloft van Karel V

In 1526 trouwde keizer Karel V in het Alcázar met Isabella van Portugal. De gemeente Sevilla riep 2026 daarom uit tot het jaar van Karel V. Op 11 maart 2026, precies vijfhonderd jaar later, werd de bruiloft in het paleis nagespeeld door het gezelschap Teatro Clásico de Sevilla, voorafgegaan door een projectie op de gevel bij de Puerta del León. Van 11 tot en met 13 maart hield het Alcázar het internationale congres Las bodas de Carlos V en Sevilla, met sprekers van onder meer de universiteiten van Leiden, Wenen en Venetië.

De rest van het programma loopt het hele jaar door: themarondleidingen langs de ruimtes die aan het keizerlijke paar verbonden zijn, gratis rondleidingen over de bruiloft en een tentoonstelling over de boekdrukkunst in het zestiende-eeuwse Sevilla, gemaakt met de universiteitsbibliotheek. Het Patronato werkt in 2026 met een begroting van 21 miljoen euro, waarvan een deel naar restauratie gaat. Op die lijst staan onder meer het tuinpaviljoen van Karel V en het pleisterwerk van het mudéjarpaleis, waardoor een enkele ruimte tijdelijk dicht kan zijn.

Het paleis als decor voor film en televisie

Het Alcázar wordt verhuurd aan filmploegen, tegen tarieven die de gemeente vastlegt: 800,00 euro voor een opnamedag met figuranten en 450,00 euro zonder. Bruidsparen betalen 80,00 euro om er te mogen fotograferen, tenzij een van beiden in Sevilla geboren is of er woont. Voor Lawrence of Arabia uit 1962 werd op meerdere plekken in de stad gefilmd, waaronder het Alcázar en het plein Plaza de España, dat het Britse hoofdkwartier in Caïro voorstelde. In Kingdom of Heaven uit 2004 diende het paleis als hof van de koning van Jeruzalem.

De bekendste recente opnames zijn die van Game of Thrones. Vanaf oktober 2014 stond het Alcázar model voor de Water Gardens van Dorne, te zien in het vijfde en het zesde seizoen. Daarna werd er onder meer de serie Warrior Nun uit 2020 opgenomen.

Veelgestelde vragen

Waar komt het woord alcázar vandaan?

Van het Arabische al-qasr, dat paleis of versterking betekent en zelf teruggaat op het Latijnse castra, een legerkamp. Het is een soortnaam en geen eigennaam, en daarom heten in Spanje meerdere gebouwen zo. Het bekendste andere voorbeeld is het alcázar van Segovia, dat geen paleiscomplex in een stadscentrum is maar een burcht op een rotspunt boven de rivier de Eresma, al sinds 1135 in gebruik bij de koningen van Castilië.

Wat is het Cuarto Real Alto?

De bovenverdieping van het paleis van Pedro I, die nog steeds als koninklijk verblijf dient wanneer de koninklijke familie in Sevilla is. Je komt er alleen met een apart kaartje van 5,50 euro bovenop de gewone toegang. Te zien zijn onder meer het oratorium van de Katholieke Koningen, met een tegelretabel dat de Italiaanse keramist Francisco Niculoso Pisano in 1504 maakte, en de eetzaal uit de negentiende eeuw met een schilderij van Murillo.

In welke maanden komen de meeste bezoekers?

Mei was in 2025 de drukste maand, met 217.379 bezoekers, gevolgd door september en april. Januari was met 153.219 bezoekers de rustigste maand, bijna dertig procent onder mei. De aantallen van april en september lagen in 2025 wel lager dan een jaar eerder, toen april boven de 267.000 bezoeken uitkwam. Een echt rustige maand bestaat niet: ook in januari kwamen er gemiddeld ruim vijfduizend mensen per openingsdag.

Hoeveel tijd heb je nog als je vlak voor sluitingstijd binnenkomt?

Het tijdstip op je kaartje is het moment waarop je naar binnen mag, niet het einde van je bezoek. De toegang sluit om 17:00 uur in de winter en om 19:00 uur in de zomer, en het Patronato begint het terrein drie kwartier later te ontruimen, dus om 17:45 of 19:45 uur. Wie vlak voor sluiting binnenkomt, heeft minder dan een uur, en de tuinen liggen aan het eind van de route.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Bestemming · Sevilla

La Giralda

De toren naast de kathedraal van Sevilla: een twaalfde-eeuws minaret met een zestiende-eeuws klokkenhuis en hellingen in plaats van trappen.

Bestemming · Architectuur

Plaza de España (Sevilla)

Een halfrond complex van baksteen en tegels uit de wereldtentoonstelling van 1929, dat nog steeds door overheidsdiensten wordt gebruikt.

Bestemming · Andalusië

Sevilla

Hoofdstad van Andalusië aan de Guadalquivir, met de Giralda, het Alcázar en het archief van de Amerikahandel.