Naar de inhoud
Cultuur · Geschiedenis

Christoffel Columbus

Christoffel Columbus (Cristóbal Colón) was een zeeman, waarschijnlijk uit Genua, die in 1492 met steun van het Castiliaanse en Aragonese koningspaar westwaarts voer om Azië te bereiken. Hij kwam aan op de Bahama's, maakte tussen 1492 en 1504 vier reizen naar de Caraïben en de kust van Midden-Amerika en stierf in 1506 in Valladolid. Zijn geboorteplaats en de plek van zijn graf zijn deels betwist.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 5 minuten
Portret van een man die als Christoffel Columbus wordt aangeduid; de identificatie is onzeker.
Foto: Sebastiano del Piombo, Publiek domein, via Wikimedia Commons.
Op deze pagina
Spaanse naam
Cristóbal Colón
Geboren
waarschijnlijk rond 1450, waarschijnlijk in Genua
Overleden
20 mei 1506, Valladolid
Titels volgens de Capitulaties
admiraal, onderkoning en gouverneur-generaal
Reizen
vier, tussen 1492 en 1504
Grafmonument
kathedraal van Sevilla, sinds 1899

Het plan: westwaarts naar Azië

Christoffel Columbus, in het Spaans Cristóbal Colón, wilde Azië bereiken door westwaarts over de Atlantische Oceaan te varen en kwam in plaats daarvan in de Caraïben aan. Volgens de biografie die de Biblioteca Virtual Miguel de Cervantes publiceert, werd hij waarschijnlijk rond 1450 in Genua geboren, in een familie van ambachtslieden. Na een schipbreuk in 1476 woonde hij negen jaar in Portugal en trouwde daar in 1480, waardoor hij in contact kwam met kringen rond de Portugese zeevaart. Zijn reizen vormen het begin van de Spaanse aanwezigheid in Amerika en daarmee een van de grote hoofdstukken in de Spaanse geschiedenis.

Dat de aarde bolvormig is, was voor zijn plan een uitgangspunt uit de klassieke geografie en niet het punt van discussie. Het probleem was de afstand. Columbus schatte de omtrek van de aarde ongeveer een kwart te klein en rekende op een oceaan van 77 graden tussen de Canarische Eilanden en Cipango, de naam waaronder Japan in de reisverhalen van Marco Polo voorkomt. De werkelijke afstand van de Canarische Eilanden naar Japan bedraagt volgens de biografie ongeveer 19.600 kilometer, tegenover de 4.450 kilometer die Columbus aannam. Een commissie van deskundigen in Portugal verwierp het plan tussen 1483 en 1485, volgens de biografie vanwege zijn financiële eisen en omdat zijn berekeningen niet geloofwaardig waren.

Daarna wendde hij zich tot de Castiliaanse kroon. De koningen lieten de zaak onderzoeken door een commissie, terwijl hun legers nog bezig waren met de laatste fase van de Reconquista.

Wat Columbus bedong in Santa Fe

Het contract waarmee hij zijn reis kon uitvoeren, werd op 17 april 1492 gesloten in Santa Fe, de plaats waar de koningen verbleven tijdens de laatste belegering van Granada, het laatste Moorse koninkrijk op het schiereiland. Granada was het laatste overblijfsel van Al-Andalus. Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragón gaven Columbus in dit contract, de Capitulaties van Santa Fe, de titels van admiraal, onderkoning en gouverneur-generaal van de gebieden die hij zou ontdekken, de eretitel don en een tiende deel van de rijkdommen uit zijn ambtsgebied. Volgens UNESCO, dat de Capitulaties in 2009 opnam in het register Memory of the World, wordt de tekst bewaard in het Archivo de la Corona de Aragón.

De biografie van de Cervantes-bibliotheek wijst erop dat het contract geen concrete bestemming in Azië noemt en geen missionair doel. Onderzoekers beschouwen het volgens diezelfde biografie als een contract en niet als een gunst. Het hof liet zich overtuigen door een groep Aragonese financiers aan het hof, onder wie de koninklijke geldschieter Luis de Santángel.

Vier reizen in twaalf jaar

De eerste reis begon op 3 augustus 1492 in Palos met drie schepen, de Santa María, de Pinta en de Niña. Het aantal opvarenden verschilt per telling, van ongeveer negentig tot honderdtwintig man. Op 12 oktober kwam Columbus aan op een eiland in de Bahama's dat hij San Salvador noemde. Op eerste kerstdag liep de Santa María aan de grond, waarna 39 man achterbleven in het fort La Navidad onder bevel van Diego de Arana.

De vier reizen van Columbus
Reis Vertrek Verloop
Eerste 3 augustus 1492, Palos Aankomst op een eiland in de Bahama's op 12 oktober 1492; terug in Palos op 15 maart 1493
Tweede 25 september 1493, Cádiz Zeventien schepen met meer dan 1.200 man; stichting van La Isabela op Hispaniola op 6 januari 1494; terug in Cádiz op 11 juni 1496
Derde 30 mei 1498, Sanlúcar de Barrameda Acht schepen; op 4 augustus 1498 bij de monding van de Orinoco, aan de kust van het Zuid-Amerikaanse vasteland
Vierde 1502 Langs de kust van Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama; gestrand op Jamaica tot 29 juni 1504; terug in Sanlúcar op 7 november 1504

Bron: Biblioteca Virtual Miguel de Cervantes, biografie van Cristóbal Colón

Van verkenning naar kolonisatie

Het verschil tussen de eerste twee reizen is groot. De eerste was een verkenning met drie schepen, de tweede een kolonisatie met zeventien schepen waarop soldaten, edelen, boeren, ambachtslieden en geestelijken meevoeren. Bij aankomst op Hispaniola in november 1493 bleek La Navidad verwoest te zijn. De derde reis bracht Columbus bij de Orinoco en de vierde langs de kust van Midden-Amerika.

Bestuur op Hispaniola en de arrestatie van 1500

Als onderkoning legde Columbus de inheemse bevolking van Hispaniola een tribuut op in katoen en goudstof. Volgens de biografie liet hij vijfhonderd inheemsen naar Spanje sturen om als slaven te worden verkocht, een verkoop die de koningen verboden zolang niet was vastgesteld of die geoorloofd was. Na de opstand onder Francisco Roldán kregen kolonisten het recht om inheemsen dwangarbeid te laten verrichten op het land en in de mijnen. De biografie noemt dit het directe voorbeeld van de encomienda, het latere stelsel waarbij Spaanse kolonisten inheemse arbeiders toegewezen kregen.

In augustus 1500 kwam Francisco de Bobadilla aan in Santo Domingo. Hij zette Columbus en zijn broers af, nam hun bezittingen in beslag en liet Columbus in ketenen naar Castilië brengen, op beschuldiging van tirannie en mishandeling van de kolonisten. De koningen distantieerden zich van Bobadilla, benoemden Nicolás de Ovando als bestuurder en ontnamen Columbus het grootste deel van zijn voorrechten. De vierde reis in 1502 was zijn laatste. Het Spaanse bezit in Amerika dat uit zijn reizen voortkwam, werd later een pijler onder de macht van Spanje in de Spaanse Gouden Eeuw.

Herkomst en graf: wat vaststaat en wat betwist wordt

Dat Columbus op 20 mei 1506 in Valladolid stierf, staat vast. Over zijn geboorteplaats bestaat meer discussie. Genua is de gangbare lezing, maar volgens Infobae zijn er meer dan vijfentwintig alternatieve theorieën. De biografie van de Cervantes-bibliotheek noemt er drie: een verborgen Spaans-Joodse afkomst (Salvador de Madariaga), een Galicische (García de la Riega) en een Catalaanse (Luis de Ulloa). De laatste twee noemt zij weerlegd.

In oktober 2024 meldde een team van de Universiteit van Granada onder leiding van José Antonio Lorente na ruim twintig jaar onderzoek dat de beenderen in de kathedraal van Sevilla van Columbus zijn. Het skelet is onvolledig, en de Dominicaanse autoriteiten houden vol dat het lichaam het eiland Hispaniola nooit verliet. Het team stelde daarnaast dat de genetische gegevens passen bij een Joodse familie uit het Spaanse deel van het Middellandse Zeegebied. Onafhankelijke genetici merkten in elDiario.es op dat deze gegevens ten tijde van de berichtgeving niet in een vakblad waren gepubliceerd en dat DNA geen geboorteplaats vaststelt.

Het grafmonument staat sinds 1899 in de kathedraal van Sevilla en is volgens de kathedraal opgezet als een begrafenisstoet met vier herauten.

Veelgestelde vragen

Dacht Columbus dat hij een nieuw werelddeel had bereikt?

Daarover verschillen historici van mening. Volgens de biografie van de Cervantes-bibliotheek hield Columbus de nieuwe landen eerst voor eilanden, maar leidde hij bij de Orinoco af dat ze deel uitmaakten van een vasteland, omdat geen eiland zo'n rivier kon voeden. De vraag is of hij daarmee inzag dat het een nieuw werelddeel was, of dat hij het Verre Oosten uit het verslag van Marco Polo bleef zien. Ook tijdens de tweede reis zocht hij nog naar plaatsen die uit dat werk afkomstig waren.

Hoe lang duurde de eerste oversteek?

Van vertrek in Palos op 3 augustus 1492 tot de landing op 12 oktober verliepen tien weken. Een deel van die tijd ging op aan een tussenstop op de Canarische Eilanden. De oversteek over de open oceaan duurde volgens de biografie van de Cervantes-bibliotheek 34 dagen.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Cultuur · Geschiedenis

Al-Andalus

Het deel van Spanje dat tussen 711 en 1492 onder moslimbestuur stond, en wat ervan is overgebleven.

Cultuur · Geschiedenis

De Moren in Spanje

De verzamelnaam voor de moslims van middeleeuws Spanje: wie zij waren, wat er met hen gebeurde en wat bleef.

Cultuur · Geschiedenis

De Reconquista

De christelijke verovering van Al-Andalus tussen 722 en 1492, en de herkomst van het woord Reconquista.

Cultuur · Geschiedenis

Spaanse geschiedenis

Van de eerste bewoners van Atapuerca tot de grondwet van 1978: de hoofdlijn van de Spaanse geschiedenis in negen perioden.