Naar de inhoud
Cultuur · Geschiedenis

Guernica: het bombardement en het schilderij van Picasso

Guernica, in het Baskisch Gernika, werd op maandag 26 april 1937 ruim drie uur lang gebombardeerd door Duitse en Italiaanse vliegtuigen die aan de kant van Franco vochten. Dat de stad grotendeels verwoest werd, staat vast. Het aantal doden is omstreden en loopt in schattingen uiteen van ongeveer 120 tot 1.654. Het schilderij van Picasso is een reactie op de aanval en geen weergave ervan.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 5 minuten
De verwoeste bebouwing van Guernica in 1937. Archiefbeeld uit het Bundesarchiv.
Foto: Onbekende maker, CC BY-SA 3.0 de, via Wikimedia Commons.
Op deze pagina
Datum
Maandag 26 april 1937, van 16.20 tot 19.40 uur
Uitgevoerd door
Duitse Condor Legion en Italiaanse luchtmacht, aan de kant van Franco
Aantal doden
Omstreden, schattingen lopen uiteen van ongeveer 120 tot 1.654
Schilderij
Pablo Picasso, 349,3 bij 776,6 cm, Museo Reina Sofía in Madrid

Drie uur bombardement op een marktdag

Guernica is de naam van een stad, van een bombardement en van een schilderij, en die drie worden vaak door elkaar gehaald. Deze pagina gaat over het bombardement en het schilderij. Wat je in de plaats zelf kunt bezoeken, staat op de pagina over Guernica als bestemming. De aanval hoort bij de Spaanse geschiedenis van de jaren dertig, en meer in het bijzonder bij het offensief dat de troepen van Francisco Franco in 1937 tegen Bizkaia voerden.

Op maandag 26 april 1937, de dag van de wekelijkse markt, vielen om 16.20 uur de eerste bommen. Het bombardement duurde tot 19.40 uur. Volgens het Gernika Vredesmuseum werden er 31 tot 41 ton explosieven afgeworpen, vooral brandbommen. Van de gebouwen werd 85,22 procent verwoest en 99 procent van de stad raakte beschadigd. De aanval werd uitgevoerd door de Duitse Condor Legion en de Italiaanse Aviazione Legionaria, twee buitenlandse eenheden die in de Spaanse Burgeroorlog aan de kant van de opstandelingen vochten.

De Condor Legion stond onder bevel van generaal Hugo Sperrle, met kolonel Wolfram von Richthofen als stafchef. Het vredesmuseum noemt haar steun beslissend voor de overwinning van Franco en schrijft dat de Duitsers de operaties zagen als voorbereiding op de volgende oorlog.

Hoeveel mensen stierven?

Het aantal doden is nooit vastgesteld, en daarover loopt de discussie. Kort na de aanval gaf de Baskische regering 1.654 doden en 889 gewonden op. Andere schattingen liggen er ver onder, terwijl het vredesmuseum erop wijst dat lichamen onder het puin nooit volledig zijn geteld.

De lokale historici van Gernikazarra, die al decennia op naam zoeken naar de slachtoffers, steunen hun lagere schatting op een aantal bewaarde gegevens. Het kerkhof van Zallo biedt te weinig ruimte voor honderden of duizenden graven. In de Artekalea, een straat met 458 inwoners, vielen drie doden. In het burgerlijk register staan voor 1937 tot 1948 maar 31 overlijdens ingeschreven, en in de opnameboeken van het ziekenhuis van Basurto ontbreken pagina's uit de dagen van het bombardement. Omdat die stukken lacunes hebben, blijft elk totaal een schatting.

Het verschil in aantallen gaat over de doden en niet over de gebeurtenis zelf: dat Duitse en Italiaanse vliegtuigen Guernica op 26 april 1937 bombardeerden, wordt in alle hier gebruikte bronnen als vaststaand beschreven.

Schattingen van het aantal doden in Guernica
Bron Aantal doden Toelichting
Baskische regering 1.654 Opgave van de regering van Baskenland, samen met 889 gewonden
Castor de Uriarte, gemeentearchitect 250 Met een groter aantal gewonden
Jesús Salas Larrazábal, Spaanse generaal en historicus 120 tot 126 Het aantal personen dat hij met naam kon vaststellen
Gernikazarra Historia Taldea, lokale historische vereniging ruim 150 Onderzoek naar namen, dat nog doorloopt

Bron: Etxaniz Ortuñez en Del Palacio Sánchez (Gernikazarra), Los muertos del bombardeo

Van ontkenning tot erkenning

De troepen die Guernica innamen, ontkenden aanvankelijk dat de stad gebombardeerd was en schreven de verwoesting toe aan “rood-separatistische benden”. Volgens Gernikazarra sloten ze de stad af, begroeven ze slachtoffers zonder wettelijke inschrijving in het burgerlijk register en onderdrukten ze zo bewijs.

In april 1997, zestig jaar na de aanval, bood de Duitse president Roman Herzog excuses aan. Bij de herdenking op de begraafplaats van Guernica was de Duitse ambassadeur aanwezig.

In Spanje kreeg de plaats in 2024 de status van Lugar de Memoria Democrática, een plaats van democratische herinnering, op grond van de wet op de democratische herinnering. Het gaat om negen gebieden en objecten in het stadscentrum, waaronder de Casa de Juntas, de schuilkelders uit 1937, het vredesmuseum en een mausoleum voor de slachtoffers. De erkenning omschrijft het bombardement als een van de eerste bombardementen zonder onderscheid op de burgerbevolking.

Wat het schilderij van Picasso laat zien en wat niet

De regering van de Spaanse Republiek gaf Picasso opdracht voor een groot doek in haar paviljoen op de wereldtentoonstelling van Parijs in 1937. Hij schilderde het tussen 1 mei en 4 juni van dat jaar in Parijs. Van het bombardement hoorde hij via foto's in Franse kranten, onder meer in L'Humanité.

Het schilderij is een olieverfdoek van 349,3 bij 776,6 centimeter in grijstinten. Het Museo Reina Sofía, dat het bewaart, omschrijft het als een algemeen protest tegen de barbaarsheid en de terreur van de oorlog en niet als weergave van een bepaald moment. Op het doek staan een stier, een gewond paard en een vogel, en meerdere mensen, onder wie een gesneuvelde soldaat en vrouwen in wanhoop. De grijstinten en het brede formaat verwijzen volgens het museum naar film en persfoto's. Over de betekenis van de afzonderlijke figuren bestaan veel en uiteenlopende uitleggen.

Voor wie het bombardement wil begrijpen, is het schilderij daarom een reactie en geen bron. De gebeurtenis zelf reconstrueer je uit de gegevens over uren, ton explosieven, verwoeste gebouwen en slachtoffers, die hierboven staan.

Van New York naar Madrid

Door de Tweede Wereldoorlog vertrouwde Picasso het schilderij toe aan het Museum of Modern Art in New York. In 1958 verlengde hij die bruikleen voor onbepaalde tijd, tot de democratische vrijheden in Spanje hersteld waren. Franco stierf in 1975. Op 10 september 1981 kwam het doek met een vlucht van Iberia aan in Madrid, opgerold in een speciaal gemaakte kist. Het hing eerst in het Casón del Buen Retiro en werd op 26 juli 1992 overgebracht naar het Museo Reina Sofía, waar het nu in de vaste collectie hangt.

De voorwaarde van Picasso is een voorbeeld van hoe de dictatuur doorwerkte in het culturele leven van het land: een van de bekendste Spaanse schilderijen bleef tot 1981 buiten Spanje.

Veelgestelde vragen

Kun je het schilderij van Picasso in Guernica zien?

Nee. Het origineel hangt in de vaste collectie van het Museo Reina Sofía in Madrid, en daar zie je het. In Guernica zelf kun je het bombardement op andere manieren nalopen, bijvoorbeeld in het vredesmuseum, bij de schuilkelders en in de Casa de Juntas. Waar die liggen en wat je er aantreft, staat op de bestemmingspagina van Guernica.

Is het Guernica of Gernika?

Beide namen zijn juist. Guernica is de Spaanse schrijfwijze en Gernika de Baskische, en de gemeente heet officieel Gernika-Lumo. Het schilderij heet Guernica. Instellingen in de plaats zelf, zoals het vredesmuseum, gebruiken Gernika. Op deze pagina is Guernica de hoofdvorm, behalve in namen van organisaties en publicaties.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Cultuur · Geschiedenis

Al-Andalus

Het deel van Spanje dat tussen 711 en 1492 onder moslimbestuur stond, en wat ervan is overgebleven.

Cultuur · Geschiedenis

De Moren in Spanje

De verzamelnaam voor de moslims van middeleeuws Spanje: wie zij waren, wat er met hen gebeurde en wat bleef.

Cultuur · Geschiedenis

De Reconquista

De christelijke verovering van Al-Andalus tussen 722 en 1492, en de herkomst van het woord Reconquista.

Cultuur · Geschiedenis

Spaanse geschiedenis

Van de eerste bewoners van Atapuerca tot de grondwet van 1978: de hoofdlijn van de Spaanse geschiedenis in negen perioden.