Op deze pagina
Een hotelbedrijf van de staat
Een parador is een hotel uit het netwerk van Paradores de Turismo de España. Dat bedrijf is een naamloze vennootschap waarvan het hele kapitaal in handen is van de Spaanse staat, en volgens het Spaanse Rekenhof beheert en exploiteert het de toeristische verblijven van de staat. Daarin verschilt een parador van een gewoon hotel: de eigenaar is geen particulier.
De naam was in het begin één van meerdere categorieën. In de jaren dertig onderscheidde de staat paradores van hosterías, kleinere huizen met alleen een restaurant, van refugios in de bergen en van albergues de carretera, wegherbergen voor automobilisten. De grotere lijnen van het Spaanse erfgoed en de kunst waar deze hotels bij horen staan bij kunst en cultuur in Spanje, een onderdeel van cultuur.
Een nieuw gebouw in de Sierra de Gredos
In 1911 richtte de Spaanse regering de Comisaría Regia de Turismo op, een koninklijke toerismecommissie. Aan het hoofd stond de markies van Vega-Inclán, tot hij in april 1928 werd ontheven. Zijn commissie liet op eigen kosten de eerste twee paradores aanleggen. Het eerste kwam in de Sierra de Gredos, in de provincie Ávila, om drie redenen: het autotoerisme, de jacht in het gebied en de opkomst van wandelen en bergsport in de Gredos. De gemeente Navarredonda schonk het terrein in mei 1926 aan de staat en in augustus 1926 begon de bouw.
Dat eerste huis was dus nieuwbouw in bergstijl, met graniet, leisteen en hout. In de voorgevel zit wel een portaal uit de vijftiende eeuw, afkomstig van een afgebroken gebouw in Villacastín in Segovia. Koning Alfonso XIII opende het parador op 9 oktober 1928 officieel, met twintig kamers. Het was toen al in gebruik, met veel gasten uit de Engelstalige wereld.
Vega-Inclán had zich al eerder met erfgoed beziggehouden. Tussen 1905 en 1916 richtte hij huismuseums in voor onder anderen El Greco en Cervantes, waarin met kopieën van meubels en echte antiquiteiten het leven van een historische figuur werd nagebouwd. Die manier van inrichten keerde later terug in de paradores.
Hoe kloosters en kastelen erbij kwamen
Het tweede parador zat al in een bestaand gebouw: het Convento de Jesús in Mérida, een klooster dat sinds 1851 dienst had gedaan als gevangenis, rechtbank en onderkomen van een plaatselijke vereniging. Na de verbouwing opende het op 29 mei 1933 met zevenentwintig kamers. Omdat die formule succes had, richtte de staat zich daarna op paleizen en kastelen. Het paleis van de hertogen van Frías in Oropesa werd in 1930 een parador met zes kamers. In Úbeda volgde datzelfde jaar het paleis van de markies van Donadío, en in Ciudad Rodrigo kwam in 1931 een parador in het kasteel.
De staat verwierf deze gebouwen meestal niet in eigendom, maar via wisselende regelingen, vaak als tijdelijk vruchtgebruik. Daardoor bleef de verbouwing vaak beperkt tot het interieur, en nam het parador in de jaren dertig meestal maar een deel van het historische gebouw in. Dat deel werd soms gedeeld met andere functies, zoals een militair gebruik, woningen, onderwijs of zelfs een stierenarena. Úbeda was de uitzondering, het enige gebouw dat helemaal werd verbouwd.
Wat het gebouw voor een verblijf betekent
De omvang van een parador hing al in de beginjaren af van het gebouw. Gredos had twintig kamers, Mérida zevenentwintig, Ciudad Rodrigo elf, terwijl het paleis van Oropesa er zes had. Wie nu een parador kiest, kijkt daarom beter naar het gebouw zelf dan alleen naar de naam van het netwerk, want indeling en grootte verschillen per pand.
Hoeveel paradores er nu zijn, welke daarvan monument zijn en wat een kamer kost, verandert regelmatig en staat daarom niet op deze pagina. Dat vind je op de website van het bedrijf zelf. Wie een route langs de plekken van Francisco Goya of Antoni Gaudí plant, kan daar per stad nagaan of er een parador ligt.
Veelgestelde vragen
Is een parador altijd een kasteel of klooster?
Nee. Het eerste parador, in de Sierra de Gredos, was een nieuw gebouw dat in 1926 werd gebouwd voor wandelaars, jagers en automobilisten. Pas het tweede, in een voormalig klooster in Mérida, was een verbouwd monument. In de jaren dertig volgden paleizen in Oropesa en Úbeda en een kasteel in Ciudad Rodrigo. De combinatie met erfgoed werd dus snel de kern, maar nieuwbouw bleef bestaan.
Wat was het verschil tussen een parador en een hostería?
In de jaren dertig was een parador een hotel met kamers en een restaurant. Een hostería was kleiner en bood alleen een restaurant. Twee voorbeelden uit die tijd zijn La Rábida in Huelva en El Estudiante in Alcalá de Henares, waarvan alleen El Estudiante nog in bedrijf is.
Bronnen
- María José Rodríguez Pérez, La red de alojamientos turísticos del Estado. Génesis y desarrollo (1928-1940), Instituto de Turismo de España, in de catalogus Visite España van de Biblioteca Nacional de España · ondersteunt de bouw en opening van Gredos en Mérida, Oropesa, Úbeda en Ciudad Rodrigo, de indeling in paradores, hosterías, refugios en albergues, de vruchtgebruikregeling en de casas-museo van Vega-Inclán · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Introducción a la Comisaría Regia de Turismo. La figura del marqués de la Vega-Inclán como comisario regio, Museo del Romanticismo, Ministerio de Cultura · ondersteunt de oprichting van de commissie in 1911, de rol van Vega-Inclán en Gredos als eerste parador · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Boletín Oficial del Estado, resolución van 8 mei 2025 over het rapport van het Rekenhof over Paradores de Turismo de España (BOE-A-2025-14667) · ondersteunt de bedrijfsvorm en het volledige staatsbezit van het kapitaal, en het doel van het bedrijf · geraadpleegd 5 oktober 2026