Naar de inhoud
Bestemming · Sierra de Albarracín

Albarracín, ommuurde stad boven de Guadalaviar

Albarracín is een ommuurde stad van net onder de duizend inwoners in de provincie Teruel, gebouwd tegen een rotsrug bij de rivier de Guadalaviar. Het was eeuwenlang een eigen heerlijkheid en bisschopszetel, en daarvan zijn de kathedraal, het bisschoppelijk paleis en de stadsmuur bewaard gebleven. In de bossen eromheen liggen prehistorische rotsschilderingen die sinds 1998 op de Werelderfgoedlijst staan.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 5 minuten
Roze en okerkleurig bepleisterde huizen met donkere houten balkons stapelen zich op een steile helling.
Regio
Aragón
Provincie
Teruel
Comarca
Sierra de Albarracín
Inwoners
998 op 1 januari 2025 (INE)
Erfgoed
Conjunto Histórico; rotskunst in de omgeving op de Werelderfgoedlijst sinds 1998
Bereikbaarheid
Met de auto; één busverbinding per dag met Teruel, niet op zon- en feestdagen
Op deze pagina

Van Santa María de Ibn Razín naar Albarracín

De naam Albarracín komt van een berberclan. Na de islamitische verovering van het Iberisch Schiereiland in 711 vestigde zich in deze bergen een groep berbers van de stam Banu Razín (ook Ibn Razín genoemd), en de plaats die in de visigotische tijd Santa María de Levante heette, werd Santa María de Ibn Razín. Volgens het erfgoedregister van de regio Aragón groeide de stad uit tot een koninkrijk dat onafhankelijk was van het kalifaat van Córdoba. De oudste gebouwen boven de stad stammen uit die periode: de torreón del Andador, de alcazaba en de torre del Agua.

In 1170 kwam Albarracín in handen van de Navarrese edelman Pedro Ruiz de Azagra. Zijn familie bestuurde de stad tot in de dertiende eeuw, toen koning Pedro III van Aragón haar innam en de Azagra's hun heerlijkheid afnam. Volgens de gemeente gebeurde dat op 29 september 1284. De stad kreeg een stadsrecht dat gelijk was aan dat van de provinciehoofdstad Teruel.

Waarom een stad van duizend inwoners een kathedraal heeft

Albarracín had op 1 januari 2025 volgens het INE 998 inwoners. In het centrum staan desondanks een kathedraal, een bisschoppelijk paleis en een stadsmuur die als een trap tegen de bergrug omhoog klimt, naar de torre del Andador. De verklaring zit in de geschiedenis: de stad bestuurde zichzelf en was eeuwenlang bisschopszetel. Volgens de gemeente had Albarracín sinds 1172 een eigen bisdom; de kerkelijke registers vermelden een zelfstandig bisdom van 1577 tot 1851, toen het met dat van Teruel werd verenigd. Het was een klein bisdom, een van de kleinste en bescheidenste van Spanje, en kathedraal en bisschoppelijk paleis vormen samen met de alcazaba de kern van de stad.

De kathedraal van El Salvador werd in de dertiende eeuw in gotische stijl opgetrokken en in de zestiende eeuw verbouwd. De barokke voorgevel van het aangrenzende bisschoppelijk paleis kwam er in de zeventiende eeuw bij. De oudste resten van de stadsmuur dateren uit de elfde eeuw en de muren werden in 1931 tot Monumento Histórico verklaard. Albarracín was in 1961 de eerste stad van Aragón die een conjunto monumental werd; het beschermde gebied is sinds 2011 formeel afgebakend als Conjunto Histórico, de Spaanse beschermingsvorm voor een historisch stadsgezicht.

Tussen die grote gebouwen zijn ook de traditionele bouwvormen bewaard gebleven. Een bekend voorbeeld van de volksarchitectuur is de casa de la Julianeta. Het huis staat op de hoek van twee steegjes, rust op een stenen sokkel en heeft muren van houten vakwerk met gips uit de streek. De grillige vorm komt voort uit het onregelmatige terrein: de bouwers wilden elke vierkante meter benutten, en dat geldt voor de volksarchitectuur van de hele stad.

Rotskunst in de rode zandsteen van het Rodeno

Albarracín ligt in het Iberisch Randgebergte, in het binnenland, en niet in de Pyreneeën waar bergplaatsen als Jaca in de provincie Huesca liggen. In de gemeenten Albarracín, Bezas en Gea de Albarracín ligt het beschermde landschap Pinares de Rodeno, dat de regering van Aragón in 1995 instelde. Rodeno is de rode zandsteen waaruit het landschap grotendeels bestaat, met formaties van zandsteen en conglomeraat en uitgestrekte bossen van pino rodeno, een zeeden.

Onder overhangende rotsen liggen prehistorische schilderingen, waaronder het Prado del Navazo, de Cocinilla del Obispo en de Barranco de las Olivanas. Ze horen bij het Arte Rupestre del Arco Mediterráneo, de verzameling prehistorische vindplaatsen langs de Spaanse Middellandse Zeekant die de UNESCO in 1998 op de Werelderfgoedlijst plaatste. In 2001 volgde het Parque Cultural de Albarracín, dat het gebied van vijf gemeenten beslaat. Volgens de gemeente zijn de witte stieren kenmerkend voor de schilderingen hier en komen ze vrijwel alleen in dit gebied voor.

Aragón heeft meer op de Werelderfgoedlijst staan. De mudéjararchitectuur van Teruel werd op 28 november 1986 ingeschreven, en ook het nationale park Ordesa y Monte Perdido in de Pyreneeën staat op de lijst.

Eén bus per dag tussen Teruel en Albarracín

Als openbaar vervoer noemt de gemeente één busverbinding met Teruel, die van maandag tot en met zaterdag rijdt; op zondag en op feestdagen rijdt er geen bus. Verder noemt ze alleen de auto en de taxi. Volgens de informatie van de gemeente vertrekt de bus om 08:50 uit Albarracín en om 14:10 uit Teruel. Met die tijden kun je vanuit Albarracín een dag naar Teruel en terug, maar vanuit Teruel lukt een dagtocht heen en terug met de bus niet, omdat de enige rit terug de volgende ochtend vertrekt. Dienstregelingen veranderen, dus controleer de tijden voordat je erop rekent.

De meeste bezoekers komen met de auto. Vanuit Valencia is het ongeveer 180 km over de A-23 en rond de twee uur rijden; vanuit Madrid ongeveer 300 km en ruim drie uur. Wie een verblijf aan de Spaanse kusten wil combineren met een paar dagen in het binnenland, heeft vanaf Valencia dus een halve ochtend nodig. Het ommuurde centrum klimt tegen de bergrug op, dus reken in de stad op veel traplopen en hellingen.

Veelgestelde vragen

Is Albarracín hetzelfde als de Sierra de Albarracín?

Nee. Albarracín is de ommuurde stad; de Sierra de Albarracín is het berggebied eromheen en tegelijk de naam van de comarca waaronder de gemeente bestuurlijk valt. Daarnaast bestaat het Parque Cultural de Albarracín, dat het gebied van vijf gemeenten beslaat: naast Albarracín zijn dat Bezas, Tormón, Pozondón en Ródenas. Een deel van de rotskunst ligt daarmee buiten de gemeente Albarracín, bijvoorbeeld de Cabras Blancas bij Tormón en de gravures bij Pozondón en Ródenas.

Kun je de rotsschilderingen bij Albarracín bezoeken?

Ja. Het Parque Cultural heeft bij de schilderingen van Albarracín een informatiepunt over rotskunst, en vanaf de stad loopt de wandelroute PR-TE117 naar het recreatiegebied El Navazo, waar de schilderingen van het Prado del Navazo liggen. Het bezoekerscentrum van het park staat in het dorp Bezas. Voor de stad zelf verzorgt de Fundación Santa María de Albarracín begeleide bezoeken vanuit haar informatiecentrum in de voormalige paardenstallen van het bisschoppelijk paleis. De kathedraal is alleen via die bezoeken te bezichtigen.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Bestemming · Aragón

Teruel

Een kleine stad in het zuiden van Aragón, bekend om mudéjartorens van baksteen en keramiek en de legende van twee geliefden.

Bestemming · Aragón

Huesca

Provinciehoofdstad in het vlakke land onder de Pyreneeen, met een romaans koningspantheon en een gotische kathedraal.

Bestemming · Aragonese Pyreneeën

Jaca

Een bergstad op 820 meter in de Pyreneeën met een romaanse kathedraal, een vijfpuntige citadel en twee skigebieden op ruim dertig kilometer.

Bestemming · Regio

Aragón

Autonome regio in het noordoosten van Spanje, met de Pyreneeën in het noorden en een droog dal in het midden.