Naar de inhoud
Bestemming · Gran Canaria

Maspalomas, een beschermd duinveld met hotels eromheen

Maspalomas ligt op de zuidpunt van Gran Canaria en is drie dingen tegelijk: een beschermd duinveld van 403,9 hectare, het strand met de vuurtoren eraan, en de naam die de hele hotelstrook in de gemeente San Bartolomé de Tirajana aanduidt. Het zand komt niet uit de Sahara maar uit de zee, en het verdwijnt sneller dan het wordt aangevuld.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 12 minuten
Golvend duinlandschap van lichtgoud zand loopt af naar een lang strand en kalme zee.
Eiland
Gran Canaria, Canarische Eilanden
Gemeente
San Bartolomé de Tirajana, provincie Las Palmas
Inwoners gemeente
54.291 op 1 januari 2025 (INE)
Beschermd gebied
Reserva Natural Especial de las Dunas de Maspalomas, 403,9 ha
Beschermd sinds
1982 voorlopig, 1987 bij wet, sinds 1994 reserva natural especial
Duinveld
Grootste veld met stuifduinen van het eiland, ongeveer 3 tot 4 km²
Lagune
Charca de Maspalomas, 4,32 ha, gemiddeld 1,5 m diep
Vuurtoren
Ontstoken in 1890, ontwerp van Juan de León y Castillo
Neerslag
92,9 mm per jaar (station Faro de Maspalomas, 1956 tot 1989)
Karakter
Open duinveld en lagune, omsloten door hotelwijken uit de jaren zestig en later
Op deze pagina

De naam Maspalomas dekt drie verschillende dingen

Maspalomas ligt op de zuidelijkste punt van Gran Canaria, in de gemeente San Bartolomé de Tirajana. Die gemeente loopt van de kust tot ver het bergland in en had op 1 januari 2025 volgens het Spaanse statistiekbureau INE 54.291 inwoners. De naam Maspalomas wordt voor drie verschillende zaken gebruikt: het duinveld met de beschermde reserve bij de monding van de Barranco de Fataga, het strand met de vuurtoren aan de westkant daarvan, en de hele strook hotels en appartementen die om dat duinveld heen is gebouwd. De gemeente gebruikt die derde betekenis zelf ook, want haar toeristische website staat op het domein maspalomas.com.

Dat onderscheid is praktisch van belang. Een hotel dat als Maspalomas wordt aangeboden, kan in Playa del Inglés staan, in de wijken Campo Internacional en Campo de Golf ten noorden van de duinen, of in het kleine El Oasis naast de vuurtoren. De loopafstand naar het zand en naar het uitgaansgebied verschilt per wijk, en wie alleen de plaatsnaam ziet, merkt dat verschil pas ter plaatse.

Aankomen gaat vrijwel altijd via de luchthaven van het eiland, die aan de oostkust ligt, tussen de zuidkust en de hoofdstad Las Palmas de Gran Canaria. Vanaf daar loopt de snelweg langs de oostkust naar het zuiden en eindigt hij in de wijken rond het duinveld.

Zand uit de zee, niet uit de Sahara

Het zand van Maspalomas is geen Saharazand dat is overgewaaid. Het Plan Director van de reserve, het wettelijke beheerplan van het gebied, beschrijft het als materiaal van gemengde samenstelling, deels mineraal en deels van organische oorsprong. Dat organische deel bestaat uit kalkresten van zeedieren en zeewieren, namelijk schelpen van weekdieren, foraminiferen, kalkalgen en vergruisd koraal. Het minerale deel komt van erosie in het stroomgebied van de Fataga, de barranco die vanaf het bergland in het midden van het eiland naar de zuidkust afdaalt en in zijn laatste stuk Barranco de Maspalomas heet. Hoog in dat bergland staat Roque Nublo.

Het zand komt het duinsysteem niet binnen bij Maspalomas zelf, maar noordoostelijker, op het strand van Playa del Inglés. De passaat duwt het daar aan land: in het noorden van het systeem gebeurt dat met wind uit het noordoosten, verder zuidelijk vooral met een oostelijke component. Zodra het zand op de vloedlijn is opgedroogd, waait het naar het hoge deel van het strand, waar het wordt vastgehouden door natuurlijke obstakels of door kiosken, ligbedden en parasols. Het belangrijkste natuurlijke obstakel is de inheemse struik balancón (Traganum moquinii), die met zijn takken en wortels zand vangt. De eerste vormen die zo ontstaan zijn barchanen, de sikkelvormige stuifduinen. De twee stranden, Playa del Inglés en Playa de Maspalomas, komen samen bij de Punta de la Bajeta.

Het hoge terras waarop Playa del Inglés is gebouwd, in dit gebied gemiddeld zo'n dertig meter hoog, speelt in dat transport een hoofdrol. Het terras is volledig volgebouwd en onderschept daardoor zand aan de voet van zijn windzijde. Aan de zuidpunt van het terras draait het zand negentig graden en gaat het landinwaarts, het duinveld in. Langs die route krijgt het binnenste van de reserve zijn aanvoer. Dat hoekpunt is kleiner geworden, en daarmee is ook de aanvoer naar het binnenste van het veld afgenomen.

Een dominante windrichting is er niet. Het beheerplan merkt bij zijn eigen windanalyse op dat die indicatief en voorlopig is, en komt tot de slotsom dat de hoogste jaarfrequenties verdeeld zijn over noordoost en west tot zuidwest. De noordoostelijke component overheerst van oktober tot februari, de westelijke in juni, juli en augustus.

Windribbels in de duinen van Maspalomas
Windribbels in de duinen van Maspalomas.

Wat de reserve beschermt: duinveld, charca en palmbos

De Reserva Natural Especial de las Dunas de Maspalomas beslaat 403,9 hectare in de gemeente San Bartolomé de Tirajana. Die bescherming is in stappen tot stand gekomen. In 1982 kwam er bij koninklijk besluit een voorlopige bescherming, met een patronaat dat maatregelen moest voorstellen. In 1987 verklaarde de Canarische wet 12/1987 een gebied van 399 hectare tot natuurgebied van nationaal belang, en in 1994 werd het geherclassificeerd als reserva natural especial, een bijzondere natuurreserve. Het eerste Plan Director werd in 1999 vastgesteld en in 2004 definitief goedgekeurd; in 2016 volgde het beheerplan voor de Natura 2000-zone ES7010007.

De reserve bestaat uit meer dan duinen. Ruim de helft van de Natura 2000-zone, ongeveer 360 hectare in totaal, is open stuifduin; een kwart is tamariskenbos langs de bodem van de barranco. Aan de zuidkant ligt de Charca de Maspalomas, een brakke lagune van 4,32 hectare met een gemiddelde diepte van anderhalve meter. Het Cabildo van Gran Canaria, het eilandbestuur dat de reserve beheert, noemt die lagune het belangrijkste wetland van het eiland. Het zoutgehalte wisselt per seizoen van zoet tot hyperzout, en dat bepaalt welke organismen er kunnen leven. In het palmbos ernaast staan kleine bosjes Canarische dadelpalm (Phoenix canariensis) tussen de tamarisken.

In de hele reserve komen ongeveer vijftig soorten vaatplanten voor. Endemische soorten zijn er weinig, maar de lokale endeem Schizogyne glaberrima is er opvallend talrijk, en acht beschermde plantensoorten zijn er aangetroffen of historisch gedocumenteerd. Het duinveld zelf is het grootste veld met stuifduinen van Gran Canaria, ongeveer drie tot vier vierkante kilometer. Binnen het veld liggen oude kustbanken die aangeven waar de zeespiegel vroeger stond. Zes Europees beschermde habitattypen komen in de reserve voor, waarvan drie met prioritaire status.

Hoe krap de ruimte is, blijkt uit de wettelijke begrenzing. De grens begint bij de zuidpunt van het Hotel Oasis, loopt langs de toegangsweg naar de vuurtoren, draait om de west- en zuidzijde van de golfbaan van Maspalomas en volgt daarna de bebouwingsrand tot El Veril. Van daar gaat de grens zuidwaarts, vijfenzeventig meter landinwaarts van de laagwaterlijn, tot de Punta de Maspalomas. De ecologische invloedszone eromheen reikt tot tweehonderd meter in zee.

Habitats in de Natura 2000-zone van de duinen van Maspalomas, samen ongeveer 360 hectare
Habitat Oppervlakte Waaraan je het herkent
Open stuifduinen 195,11 ha Los zand dat met de wind meeschuift
Tamariskenbos 94,81 ha Laag, dicht bos op de bodem van de barranco
Vastgelegde duinen met kruiden 14,01 ha Lage struiken die het zand vasthouden
Velden met russen en zeggen 10,64 ha Laagten die een deel van het jaar onder water staan
Kustlagune 4,32 ha De brakke Charca bij de monding van de barranco

Bron: Cabildo de Gran Canaria, habitats van de duinen van Maspalomas

Palmen en water bij de Charca
Palmen en water bij de Charca.

Het zand verdwijnt sneller dan het aankomt

Het Plan Director stelde al vast dat het systeem de neiging heeft sediment te verliezen en dat het sedimentevenwicht verbroken is. Volgens het Cabildo verdwijnt er jaarlijks ongeveer 45.000 kubieke meter zand naar de zee. Dat getal komt uit een onderzoek dat de Spaanse overheid in 2008 liet uitvoeren. Zonder ingrijpen zou de reserve volgens het Cabildo binnen een generatie verdwenen kunnen zijn.

De oorzaken liggen grotendeels in de bebouwing en het gebruik. Het volgebouwde terras onderschept zand dat anders het veld in zou waaien. Op het strand onderbreken kiosken, ligbedden en parasols het transport, en hetzelfde geldt voor de windschermen van stenen die bezoekers zelf opstapelen, de goros. Waar het zand is weggewaaid en niet wordt aangevuld, groeien de kale uitstuifvlakten. In het binnenste van het veld breidt vegetatie zich juist uit en legt die zand vast dat zou moeten bewegen, waardoor het open duinoppervlak kleiner wordt.

Tegen die achtergrond begonnen het Cabildo en de gemeente eind 2018 het project Masdunas. Zand wordt teruggebracht van de Punta de la Bajeta naar het strand van Playa del Inglés, ongeveer vijftienhonderd paaltjes markeren acht kilometer toegestane paden, en zo'n driehonderd illegale houten bouwsels zijn weggehaald. Bij de afronding van het vervolg, Masdunas II uit de jaren 2021 tot 2025, meldde het Cabildo in juni 2025 dat 85 procent van het aangetaste oppervlak was hersteld. In dat project zijn 1.064 exemplaren van de balancón geplant, 308 stenen windschermen afgebroken en 5.919 paaltjes geplaatst of verplaatst. Die cijfers komen van de beheerder zelf en berusten op eigen metingen over de periode 2018 tot 2024.

De duinen bezoeken: paden, mirador en vogelkijkpost

De reserve is vrij toegankelijk, en afsluiten is nooit het doel geweest. Lopen mag op de uitgezette routes: acht kilometer paden, in het veld gemarkeerd met paaltjes. Buiten die paden lopen heeft twee gevolgen die het Cabildo expliciet noemt: de vegetatie die het zand vasthoudt raakt vertrapt, en het zandtransport wordt verstoord. Kamperen is verboden, en het opstapelen van stenen schermen of figuren ook.

De drukste toegangen liggen aan de zuidkant, bij de Paseo de la Charca en de promenade langs de vuurtoren, en aan de noordoostkant vanaf de bebouwing van Playa del Inglés. Bij het bezoekerscentrum Mirador de las Dunas kijk je over het veld uit zonder het in te gaan. Aan de Charca heeft het Cabildo een vogelkijkpost met informatiepanelen ingericht, en in het palmbos ligt het Parque Reserva Tony Gallardo, dat eveneens onder het beheer van de reserve valt.

De regels in de reserve

Het Cabildo vraagt bezoekers om vijf dingen:

  • blijf op de gemarkeerde paden en in de aangegeven zones;
  • stapel geen windschermen of figuren van stenen op;
  • kamperen is niet toegestaan;
  • laat planten en dieren ongemoeid;
  • volg de borden ter plaatse, want de markering verandert met het beheer.
Een pad langs het duingebied
Een pad langs het duingebied.

Nauwelijks regen en zes graden verschil over het jaar

Voor het klimaat van de reserve gebruikt het Plan Director een meetreeks van het station Faro de Maspalomas, op twaalf meter hoogte vlak bij het gebied, over de jaren 1956 tot 1989. De gemiddelde jaarneerslag in die reeks is 92,9 mm, en die valt op slechts tien tot vijftien dagen per jaar, meestal in februari en november. Juni, juli en augustus staan in de reeks op nul. Droge jaren zijn sterk in de meerderheid: de reeks telt er tot dertien meer dan natte jaren, en in die natte jaren komt het jaartotaal vooral van een paar zware buien.

De gemiddelde jaartemperatuur is 23,5 °C, en tussen de warmste en de koudste maand zit gemiddeld ongeveer 6 °C verschil. Het seizoensverschil is hier dus klein. De relatieve vochtigheid ligt gemiddeld tussen 71 en 75 procent. De reeks telt gemiddeld 259 heldere dagen, 87 bewolkte en 13 volledig betrokken dagen, waarbij de bewolkte dagen zich tussen december en maart concentreren. Volgens het Cabildo blijft de reserve door haar ligging op de zuidpunt grotendeels buiten bereik van de noordoostpassaat, en daar komt de droogte vandaan.

Deze getallen zijn gemiddelden uit een reeks die in 1989 eindigt. Ze geven het karakter van de plek goed weer, maar het zijn geen verwachtingen voor een reisweek. Actuele maandcijfers voor het eiland staan bij weer en klimaat op Gran Canaria.

Tomatenvelden, een vuurtoren en het begin van het toerisme

De zuidpunt van het eiland was lang vooral een plek om water te halen. Op 24 en 25 mei 1502 ankerde Christoffel Columbus er tijdens zijn vierde reis om water en brandhout in te nemen bij de palmen en het struikgewas rond de lagune. Zijn zoon Hernando legde die stop vast in zijn levensbeschrijving van zijn vader, en het beheerplan van de reserve citeert die passage.

Tot het begin van de jaren zestig bestond de bewoning uit boerderijen en een paar hutten. Tussen de tomatenvelden op de niet-zandige grond stonden woonhuisjes van deelbouwers, in groepjes die naar hun plek werden genoemd: San Fernando, El Torreón, El Tablero, Calderín en San Agustín. Aan de Playa de las Meloneras, ten westen van de vuurtoren, stonden enkele vissershutten. De tomatenbouw groeide vanaf de jaren dertig uit tot het belangrijkste gewas, en daarnaast werden geiten gehouden: twee of drie kudden van zo'n 750 dieren, die tijdens de oogst landinwaarts graasden en daarna de stoppels op de akkers opruimden. Tot het eind van de negentiende eeuw werden in het duingebied eieren van de visdief geraapt, meer dan vierhonderd volgens de opgave in het beheerplan.

De bouw van de vuurtoren begon in 1886, naar een ontwerp van de ingenieur Juan de León y Castillo, en in 1890 werd het licht ontstoken. Hij was bedoeld als aanloopbaken voor de stoomvaartlijnen naar Afrika, Oceanië en Amerika, die de zuidpunt van Gran Canaria als herkenningspunt gebruikten.

Van vakantiebebouwing was tot 1961 nauwelijks sprake. Op de luchtfoto van dat jaar staan dertien gebouwen naast de lagune, zomerhuizen van families die verbonden waren aan het Condado de la Vega Grande. Dat graafschap ging over het gebied: zelfs een jeugdkamp in de duinen had zijn toestemming nodig. Vanaf de jaren zestig verrezen hotels en appartementencomplexen rondom de reserve, en de barranco werd voor die stedenbouw gekanaliseerd. Beide oevers en de bodem van het laatste stuk liggen sindsdien in beton; alleen in het midden van de laatste 245 meter bleef een onverharde strook van vijftig meter breed.

De vuurtoren van Maspalomas
De vuurtoren van Maspalomas. Bewerking van een foto van Marc Ryckaert (MJJR), CC BY 3.0, via Wikimedia Commons.

De hotelstrook loopt van de vuurtoren tot het hoge terras

De bebouwde ring om de reserve beslaat ruim 716 hectare. Het Plan Director schatte op basis van het gemeentelijke bestemmingsplan van 1996 dat daar bijna 80.000 mensen tijdelijk konden verblijven, op een totaal van bijna 167.000 voor de hele gemeente. Die cijfers zijn oud en zeggen weinig over het aanbod van nu, maar ze laten de verhoudingen tussen de wijken goed zien.

Playa del Inglés en El Veril liggen op het hoge terras aan de noordoostkant. Daar staat de hoogste bebouwing, daar ligt het grootste deel van het uitgaansaanbod, en daar begint het strand dat zuidwaarts in dat van Maspalomas overgaat; de pagina over Playa del Inglés gaat daar verder op in. Campo Internacional en de wijk bij de golfbaan liggen ten noorden van de duinen, lager gebouwd en met meer bungalows. El Oasis is de kleinste zone, een strook van nog geen twaalf hectare tegen de vuurtoren aan. Ten westen daarvan is later Meloneras ontwikkeld, met volgens het beheerplan 166,97 hectare bestemd voor 16.697 tijdelijke bewoners.

Verder westwaarts langs dezelfde kust liggen Puerto Rico en het havendorp Puerto de Mogán. Landinwaarts begint achter de barranco's het bergland met Roque Nublo, en aan de noordwestkust ligt Agaete. Vanuit de hotelwijken van Maspalomas zijn dat dagtochten, over de snelweg langs de kust of over de bergwegen door het binnenland.

De bebouwde zones rond de duinen, met oppervlakte en geschat aantal tijdelijke bewoners
Zone Oppervlakte Tijdelijke bewoners
Playa del Inglés en El Veril 335,1 ha 41.887
Campo Internacional en Campo de Golf 369,9 ha 36.490
El Oasis 11,7 ha 1.462
Totaal 716,7 ha 79.839

Bron: Plan Director van de reserve, op basis van het bestemmingsplan van San Bartolomé de Tirajana uit 1996

Veelgestelde vragen

Is de Charca de Maspalomas een natuurlijk meer?

Het is een brakke lagune bij de monding van de barranco, geen aangelegde plas. Het Plan Director noemt haar het dichtste wat de Canarische Eilanden bij een zoutmoeras komen. De lagune wordt gevoed door de natuurlijke dynamiek van de barranco en meet 4,32 hectare bij een gemiddelde diepte van anderhalve meter. Onaangetast is ze niet: de bodem van de barranco is over honderden meters gekanaliseerd, de oevers zijn sinds de jaren negentig heringericht en opnieuw ingeplant, en een boorcampagne in 1986 vond in de bovenste dertig centimeter organisch slib dat volgens het bijbehorende rapport deels uit ongecontroleerde lozingen stamt.

Welke vogels zijn er bij de lagune te zien?

Vooral steltlopers en watervogels, en de meeste daarvan zijn doortrekkers die de lagune gebruiken om bij te tanken, te rusten en soms te overwinteren. Het Plan Director noemt meer dan elf broedende soorten en meer dan twintig trekvogelsoorten met de status van bijzonder belang. De Charca is een van de weinige plekken in de archipel waar het broeden van de marmereend is vastgesteld, een soort die als bedreigd te boek staat. Rond de hotels zitten daarnaast ontsnapte kooivogels die zich hebben gevestigd, waaronder de halsbandparkiet.

Waarom staan er kiosken en ligbedden in een beschermde reserve?

Het strand zelf valt binnen de reserve en was al als badstrand in gebruik voordat de bescherming er kwam. Het Plan Director beschrijft wat die inrichting met het zand doet: op het strand van Maspalomas veroorzaken de kiosken kleine zandhopen aan hun lijzijde, terwijl ze op Playa del Inglés, waar het zand het systeem binnenkomt, brede uitstuifgangen opleverden die landinwaarts nog te zien zijn. Sinds die voorzieningen periodiek worden verplaatst, is dat effect kleiner geworden.

Is Playa del Inglés hetzelfde als Maspalomas?

Nee. Playa del Inglés is een eigen bebouwde zone op het hoge terras ten noordoosten van de duinen, met een eigen strand dat bij de Punta de la Bajeta in dat van Maspalomas overgaat. In het reisaanbod staan ze allebei vaak onder de naam Maspalomas, samen met Campo Internacional, de golfbaanwijk en El Oasis. Voor wie vooral voor het duinveld komt, maakt dat uit: El Oasis en de zuidrand liggen er direct tegenaan, terwijl de wijken ten noorden van het veld een flink stuk verder van het strand liggen.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Bestemming · Gran Canaria

Las Palmas de Gran Canaria

De hoofdstad van Gran Canaria heeft een oude kern, een grote haven en een stadsstrand van ongeveer drie kilometer.

Bestemming · Gran Canaria

Playa del Inglés

Toeristenwijk op een terras ten noordoosten van de duinen van Maspalomas, met een breed strand en een buslijn vanaf de luchthaven.

Bestemming · Plaats

Puerto Rico

Resort in de gemeente Mogán op Gran Canaria, aangelegd in de jaren zestig rond een klein kunstmatig strand en een jachthaven.

Bestemming · Canarische Eilanden

Gran Canaria

Rond vulkanisch eiland van de Canarische Eilanden, met een groene noordkant, een droge zuidkust en bergen tot bijna tweeduizend meter.