Naar de inhoud
Cultuur · Geschiedenis

De Spaanse Armada van 1588

De Spaanse Armada was de vloot waarmee Filips II in 1588 Engeland wilde binnenvallen. De schepen moesten bij Calais het leger van de hertog van Parma ophalen, maar die ontmoeting kwam niet tot stand. Na het gevecht bij Gravelines voer de vloot via Schotland en Ierland naar huis. Daarbij gingen tientallen schepen en naar schatting 11.000 tot 15.000 mensen verloren; de aantallen verschillen per bron.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 6 minuten
Het inzetten van brandschepen tegen de Spaanse Armada, 7 augustus 1588. Historisch schilderij.
Foto: Onbekende maker, Publiek domein, via Wikimedia Commons.
Op deze pagina
Jaar
1588
Opdrachtgever
Filips II van Spanje
Spaanse bevelhebber
Alonso Pérez de Guzmán, hertog van Medina Sidonia
Engelse leiding
Lord Howard of Effingham, met Francis Drake als vice-admiraal
Doel
Het leger van de hertog van Parma in Vlaanderen ophalen en naar Engeland brengen
Uitkomst
Invasie mislukt, grote verliezen op de terugreis

Een vloot die een leger moest ophalen

De Armada was de Spaanse oorlogsvloot die in de zomer van 1588 uit Lissabon vertrok om Engeland binnen te vallen. Het plan was geen directe landing. De schepen moesten door het Kanaal naar de kust van Vlaanderen varen, daar het leger van de hertog van Parma aan boord nemen en dat leger naar Engeland overbrengen. Parma, Alexander Farnese, voerde in de Spaanse Nederlanden het bevel over een gemengde troepenmacht van onder meer Spanjaarden, Italianen, Duitsers en Bourgondiërs.

In Spanje heette de onderneming la empresa de Inglaterra, de onderneming tegen Engeland. De naam Armada Invencible, in het Nederlands vaak de Onoverwinnelijke Armada genoemd, kwam later in zwang; de herkomst staat verderop. Eerst de aanleiding, want de Armada was het hoogtepunt van een conflict dat in de Spaanse geschiedenis al jaren liep.

De aanleiding: de Nederlanden, kapers en geloof

Voor Filips II liepen drie conflicten door elkaar. In de Nederlanden steunde Elizabeth I de protestantse opstandelingen sinds 1585 met troepen en geld. Op zee overvielen Engelse kapers als Francis Drake Spaanse schatschepen, op een oceaanroute die sinds de reizen van Christoffel Columbus bestond. En er was het geloof: Engeland had het katholicisme verworpen en de paus had Elizabeth in 1570 geëxcommuniceerd.

In 1587 kwamen daar twee gebeurtenissen bij. Op 8 februari werd Maria Stuart, de katholieke Schotse koningin die in Engeland gevangen zat, terechtgesteld; zij had Filips II als haar erfgenaam genoemd. In april viel Drake de haven van Cádiz aan en vernietigde schepen en voorraden. Dat vertraagde de Spaanse plannen, maar hield ze niet tegen.

Filips II regeerde in de Spaanse Gouden Eeuw, nog geen eeuw nadat de Reconquista in 1492 met de val van Granada, het laatste restant van Al-Andalus, was afgerond. Zijn rijk bestond uit meerdere delen en ook de Armada werd over die delen betaald. Volgens de onderzoeker Pedro Luis Chinchilla kostte de expeditie ongeveer vier miljoen dukaten, waarvan Spanje zelf ongeveer de helft droeg en Napels, Sicilië en Milaan de rest.

Van Lissabon naar het Kanaal

De oorspronkelijke opzet van admiraal Álvaro de Bazán, markies van Santa Cruz, voorzag volgens Chinchilla ruim 700 schepen en ongeveer 100.000 man. Hij overleed op 9 februari 1588 in Lissabon, midden in de voorbereidingen. Filips II benoemde Alonso Pérez de Guzmán, hertog van Medina Sidonia, die de opdracht met tegenzin aanvaardde.

De vloot vertrok op 30 mei uit Lissabon, liep onderweg A Coruña binnen en voer daar op 22 juli weer uit. Royal Museums Greenwich telt 138 schepen met meer dan 25.000 zeelieden en soldaten. World History Encyclopedia komt op 132 schepen met 17.000 soldaten en 7.000 zeelieden. Het grootste deel van de mensen aan boord waren dus soldaten, bedoeld voor de landing.

Tegenover de Armada stond een Engelse vloot onder Lord Howard of Effingham, aan wie Elizabeth I in december 1587 de verdediging van het land had toevertrouwd. Francis Drake was zijn vice-admiraal. Op 29 juli zagen de Engelsen de Armada bij The Lizard, de zuidpunt van Cornwall. Engelse en Spaanse bronnen noemen voor zulke dagen verschillende data, omdat Engeland in 1588 nog de juliaanse kalender gebruikte, tien dagen achter op de gregoriaanse kalender van Spanje. In de tabel staan beide; verder in de tekst staan de gregoriaanse data.

Dezelfde gebeurtenissen in twee kalenders
Gebeurtenis Datum in Spanje (gregoriaans) Datum in Engeland (juliaans)
Vertrek uit Lissabon 30 mei 20 mei
Armada gezien bij The Lizard 29 juli 19 juli
Anker bij Calais 6 augustus 27 juli
Brandschepen bij Calais nacht van 7 op 8 augustus nacht van 28 juli
Slag bij Gravelines 8 augustus 29 juli

Bron: Royal Museums Greenwich: Elizabeth I and the Spanish Armada

Wachten op Parma bij Calais

Op 1 augustus nam de Armada een halvemaanvormige verdedigingsformatie aan. Volgens Chinchilla mocht Medina Sidonia op instructie van Filips II Plymouth niet aanvallen en moest hij rechtstreeks naar Parma varen. Parma had geen diepwaterhaven waar zijn troepen konden worden ingescheept, en berichten gingen langzaam: een boodschapper had bijna twee weken nodig voor de reis heen en terug en kwam terug met het bericht dat Parma nog zes dagen nodig had. De vloot lag intussen voor anker bij Calais.

In de nacht van 7 op 8 augustus stuurden de Engelsen acht brandschepen de Spaanse ankerplaats in. Veel Spaanse schepen kapten hun ankertouwen door om te ontsnappen; volgens World History Encyclopedia gingen daarbij ongeveer 120 ankers verloren, waardoor de vloot moeilijk kon manoeuvreren. Op 8 augustus volgde bij Gravelines het grote gevecht. De Spaanse formatie brak, maar volgens dezelfde bron waren er toen pas vier schepen verloren. Daarna maakten sterke zuidwestenwinden terugkeer door het Kanaal onmogelijk, en Medina Sidonia koos voor de route om Schotland en Ierland.

De terugreis rond Schotland en Ierland

Op die lange route raakten de voorraden op en gingen paarden overboord. Stormen deden de rest: veel schepen vergingen voor de kust van Schotland en Ierland. Bij Streedagh, in het Ierse graafschap Sligo, liepen op 25 september drie schepen aan de grond: La Lavia, La Juliana en Santa Maria de Vison. Volgens Sligo Heritage verdronken daar meer dan duizend mannen. Aan Engelse kant waren er volgens World History Encyclopedia ongeveer honderd doden.

Hoeveel schepen kwamen terug?

De tellingen lopen uiteen. Royal Museums Greenwich noemt ongeveer 67 teruggekeerde schepen van de 138 en ongeveer 11.000 doden. World History Encyclopedia zegt dat ongeveer de helft van de vloot Spanje bereikte en noemt 11.000 tot 15.000 doden. Chinchilla schrijft dat uiteindelijk 93 schepen Spanje bereikten. De bronnen leggen niet uit waarom hun tellingen verschillen; wie een enkel getal citeert, kiest daarmee één van die tellingen.

Waar de naam Armada Invencible vandaan komt

In Spanje wordt de naam Armada Invencible vaak uitgelegd als Engelse spot met een vloot die niet te verslaan zou zijn. Volgens Chinchilla ligt het ingewikkelder. William Cecil, lord Burghley, schreef in 1588 in een propagandatekst dat de vloot in de christenheid bekendstond als onoverwinnelijk, en gebruikte dat woord als beschrijving van haar reputatie, niet als hoon. De Italiaanse kalligraaf Petruccio Ubaldini benadrukte het woord in zijn Italiaanse vertaling van die tekst wel op sarcastische toon. In Spanje maakte de negentiende-eeuwse historicus Cesáreo Fernández Duro de naam gangbaar en schreef hem toe aan Engelse spot.

Dit is de lezing van één onderzoeker, die de redactie niet bij een tweede bron kon nagaan.

Wat er na 1588 gebeurde

De nederlaag maakte geen einde aan het conflict. Filips II stuurde in 1596 en 1597 opnieuw vloten naar Engeland, die volgens World History Encyclopedia beide door stormen werden tegengehouden. Die bron schrijft ook dat 1588 de reputatie van de Engelse marine versterkte.

Veelgestelde vragen

Hoe groot was de Engelse vloot vergeleken met de Armada?

Royal Museums Greenwich telt ongeveer 94 Engelse schepen bij Plymouth en ongeveer 35 onder bevel van Seymour in de Downs, samen ongeveer 136 na de versterking, met zo'n 16.000 man. Dat is vrijwel evenveel schepen als de Armada, maar minder mensen, want op de Spaanse schepen voeren meer dan 25.000 zeelieden en soldaten. Het aantal eigenlijke gevechtsschepen lag volgens World History Encyclopedia aan beide kanten rond de vijftig.

Wie beschreef de schipbreuk bij Streedagh als ooggetuige?

Francisco de Cuéllar was kapitein op een van de drie schepen die bij Streedagh strandden. Hij overleefde de schipbreuk, trok door Connacht en Ulster, kwam via Schotland in de Spaanse Nederlanden aan en schreef daar op wat hij had meegemaakt. Volgens Sligo Heritage is zijn relaas het ooggetuigenverslag van de ramp op die kust. Zijn verslag beschrijft ook zijn tocht door Ierland en Schotland.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Cultuur · Geschiedenis

Al-Andalus

Het deel van Spanje dat tussen 711 en 1492 onder moslimbestuur stond, en wat ervan is overgebleven.

Cultuur · Geschiedenis

De Moren in Spanje

De verzamelnaam voor de moslims van middeleeuws Spanje: wie zij waren, wat er met hen gebeurde en wat bleef.

Cultuur · Geschiedenis

De Reconquista

De christelijke verovering van Al-Andalus tussen 722 en 1492, en de herkomst van het woord Reconquista.

Cultuur · Geschiedenis

Spaanse geschiedenis

Van de eerste bewoners van Atapuerca tot de grondwet van 1978: de hoofdlijn van de Spaanse geschiedenis in negen perioden.