Naar de inhoud
Cultuur · Geschiedenis

Het Spaanse koloniale rijk

Het Spaanse koloniale rijk is het geheel van gebieden in Amerika en Azië dat vanaf 1492 onder de Spaanse kroon kwam en dat tot 1898 gedeeltelijk bleef bestaan. Het werd vanuit Spanje bestuurd door de Raad van Indië en in Amerika door onderkoningen en rechtbanken. Het zilver van Potosí en de dwangarbeid in de mijnen horen bij dat bestuur, en de stukken liggen nog in het archief van Sevilla.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 4 minuten
Historische kaart van Mexico en Yucatán, met de vaarroute van Spaanse galjoenen. Blad uit een latere uitgave van de atlas van Henry Popple.
Foto: Popple, Henry; Baron, B.; Lempriere, C.; Toms, W.H., Publiek domein, via Wikimedia Commons.
Op deze pagina
Periode
Van de reizen van Columbus in 1492 tot het verdrag van Parijs in 1898
Bestuur in Spanje
Raad van Indië, ingesteld in 1524
Onderkoninkrijken
Nieuw-Spanje (1535), Peru (1542), Nieuw-Granada (1717) en Río de la Plata (1776)
Archief
Archivo General de Indias, Sevilla

Hoe het rijk werd bestuurd

Het Spaanse koloniale rijk begint in de jaren waarin de geschiedenis van Spanje van binnen naar buiten keert. In 1492 eindigde de Reconquista met de val van Granada, het laatste deel van Al-Andalus, en in datzelfde jaar sloot de kroon met Christoffel Columbus de overeenkomsten voor zijn eerste reis. Tot 1898 bleef een deel van het rijk dat daarna ontstond Spaans.

De verdeling met Portugal werd al in 1494 vastgelegd. Op 7 juni van dat jaar tekenden Ferdinand van Aragón, Isabella van Castilië en koning Johan II van Portugal het verdrag van Tordesillas. Het trok een lijn van pool tot pool, 370 leguas (een oude afstandsmaat) ten westen van de Kaapverdische eilanden. Het oostelijke uiteinde van Zuid-Amerika, waar later Brazilië lag, viel binnen de Portugese zone.

Het bestuur bestond uit meerdere lagen. In Spanje stelde de Raad van Indië, in 1524 ingesteld door Karel V, wetgeving voor de gebieden op, keurde hij de uitgaven van koloniale ambtenaren goed en behandelde hij beroepszaken uit koloniale rechtbanken. De Casa de Contratación had het monopolie op de handel met de kolonies en hield toezicht op de schatvloten over de Atlantische Oceaan.

In Amerika stond een onderkoning (virrey) aan het hoofd. Er kwamen vier onderkoninkrijken: Nieuw-Spanje in 1535, Peru in 1542, Nieuw-Granada in 1717 en Río de la Plata in 1776. Een onderkoning diende drie tot vijf jaar, voerde het bevel over de legers, hield toezicht op de belastinginning en leidde de kerkelijke zaken onder het Patronato Real, het recht waarmee de pausen de kroon in 1501 en 1508 de macht over de kerk in de kolonies gaven. Daaronder werkten de audiencias, regionale rechtbanken met rechters (oidores) die ook lokale wetten uitvaardigden, en op lokaal niveau de stadsbesturen (cabildos) en de districtsbestuurders (corregidores).

Controle en de verkoop van ambten

De kroon bouwde controles in. Ambtenaren wisselden regelmatig van post, na afloop van een ambtstermijn onderzocht een residencia het gedrag van hoge functionarissen, en de rivaliteit tussen in Spanje geboren ambtenaren (peninsulares) en in de kolonies geboren Spanjaarden (criollos) werkte als onderlinge controle. Dat systeem werd ondermijnd toen de kroon geld nodig had en ambten, zoals dat van rechter in een audiencia of van raadslid, ging verkopen. Daardoor werd de bekwaamheid van ambtenaren minder bepalend en nam de corruptie onder lagere functionarissen toe.

Zilver en dwangarbeid in Potosí

De bekendste economische pijler van het rijk lag hoog in de Andes. In 1545 ontdekten de Spanjaarden de Cerro Rico bij Potosí, in het huidige Bolivia, volgens UNESCO de grootste zilverafzetting ter wereld. UNESCO schrijft dat de aderen de Europese economie veranderden en bijdroegen aan het begin van de industriële revolutie. De mijnbouw veranderde ook de plaatselijke samenlevingen: de bevolking werd onderworpen aan dwangarbeid in de mijnen die in Spaanse handen waren.

De stad staat sinds 1987 op de Werelderfgoedlijst, met de mijnen in de Cerro Rico, het historische centrum en de Casa de la Moneda, de koninklijke munt. Wat het zilver uit Amerika betekende voor de financiën van de kroon in de eeuwen daarna, staat op de pagina over de Spaanse Gouden Eeuw.

Wat in Spanje van het rijk bewaard is

De stukken van dit bestuur liggen in Sevilla, in het Archivo General de Indias. Het gebouw is in 1585 begonnen als Casa Lonja, een beurs voor kooplieden, en werd in 1785 een archief. Het ontwerp is van Juan de Herrera, de architect die El Escorial voltooide. Sinds 1987 behoort het samen met de kathedraal en het Alcázar tot het Werelderfgoed van Sevilla.

Zes collecties uit het archief staan in het UNESCO-register Memory of the World. Ze laten zien welke soorten stukken er bewaard zijn: verdragen en overeenkomsten, reisverslagen, stukken over diplomatieke missies, taalonderzoek en een gezondheidsexpeditie.

Collecties van het Archivo General de Indias in het register Memory of the World
Collectie Periode van de stukken Opgenomen in
Verdrag van Tordesillas 1494 2007
Overeenkomsten met Columbus 1492 2009
Spaans-Japanse ambassade 1613 tot 1620 2013
Woordenlijsten van inheemse talen Einde achttiende eeuw 2015
Reis van Magellaan en Elcano 1519 tot 1522 2023
Koninklijke pokkenvaccinatie-expeditie 1800 tot 1820 2023

Bron: Ministerio de Cultura: El Archivo General de Indias y la UNESCO

Van het verlies van het vasteland tot de oorlog van 1898

Rond 1823 hadden de Latijns-Amerikaanse volken het Europese gezag net van zich afgeworpen, en de Verenigde Staten vreesden dat Spanje en Frankrijk het koloniale bestuur zouden herstellen. In de Monroe-doctrine van 2 december 1823 beloofden de Verenigde Staten zich niet te mengen in de Europese koloniën die er al waren. Spanje behield daarna onder andere Cuba, Puerto Rico en de Filipijnen.

Die gebieden gingen in 1898 verloren. De oorlog met de Verenigde Staten begon na de ontploffing van het slagschip Maine in de haven van Havana op 15 februari 1898, en in april volgde de oorlogsverklaring. Op 12 augustus kwam een bestand, op 10 december het verdrag van Parijs. Spanje deed daarin afstand van Cuba, droeg Puerto Rico en Guam over aan de Verenigde Staten en verkocht de Filipijnen voor 20 miljoen dollar. De Amerikaanse Senaat keurde het verdrag op 6 februari 1899 goed, met één stem verschil.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Cultuur · Geschiedenis

Al-Andalus

Het deel van Spanje dat tussen 711 en 1492 onder moslimbestuur stond, en wat ervan is overgebleven.

Cultuur · Geschiedenis

De Moren in Spanje

De verzamelnaam voor de moslims van middeleeuws Spanje: wie zij waren, wat er met hen gebeurde en wat bleef.

Cultuur · Geschiedenis

De Reconquista

De christelijke verovering van Al-Andalus tussen 722 en 1492, en de herkomst van het woord Reconquista.

Cultuur · Geschiedenis

Spaanse geschiedenis

Van de eerste bewoners van Atapuerca tot de grondwet van 1978: de hoofdlijn van de Spaanse geschiedenis in negen perioden.