Naar de inhoud
Cultuur · Kunst

Mudéjar-architectuur: islamitische vormen in christelijke gebouwen

Mudéjar-architectuur is de Spaanse bouwstijl waarin islamitische vormen en technieken worden gebruikt voor kerken, torens en paleizen van christelijke opdrachtgevers, ruwweg van de twaalfde tot de zeventiende eeuw. De stijl valt op door baksteenreliëf, geglazuurde tegels en beschilderde houten plafonds. De bekendste voorbeelden staan in Aragón, waar tien monumenten op de Werelderfgoedlijst staan, en in Sevilla.

Gepubliceerd op 5 oktober 2026Leestijd ongeveer 5 minuten
Hoge vierkante klokkentoren van rode baksteen met verweven blindbogen en groen met witte keramiekschijven.
Op deze pagina
Periode
12e tot 17e eeuw
Materialen
Baksteen, keramiek, gips en beschilderd hout
Werelderfgoed
Mudéjar Architecture of Aragon (1986, uitgebreid in 2001)

Wat mudéjar betekent

Mudéjar is in de kunst en cultuur van Spanje geen stijl van één streek of één bouwer, maar een manier van bouwen die ontstond toen christelijke koninkrijken gebieden veroverden die eeuwenlang islamitisch waren. De moslims die er woonden mochten om praktische en politieke redenen blijven. Zij heten mudéjares, en de christelijke opdrachtgevers bleven islamitische motieven gebruiken. Zo ontstonden gotische kerken met bakstenen torens naar het model van minaretten, en paleizen met gipsdecoratie in islamitische patronen.

Volgens de UNESCO-beoordeling liep de mudéjar-periode in Aragón van de twaalfde tot de zeventiende eeuw. De stijl begon na de herovering, kwam in de veertiende en vijftiende eeuw tot volle ontwikkeling, toen ook de gotiek het schiereiland bereikte, en bleef in de zestiende en zeventiende eeuw in afnemende vorm bestaan. Als redenen voor die teruggang noemt ICOMOS, de adviseur van UNESCO voor erfgoed, het wegvallen van de contacten met de islamitische wereld en de komst van Italiaanse renaissanceideeën in de zestiende eeuw.

Baksteen, keramiek en hout

In Aragón waren baksteen, kalk, keramiek en hout de materialen die het makkelijkst en goedkoopst te krijgen waren. De baksteen is het best te zien aan de klokkentorens, die zijn versierd met reliëfpatronen van uitstekende stenen, gekleurde keramiek en gips. Ze volgen het model van minaretten uit de tijd van de Almohaden, de islamitische dynastie die in de twaalfde eeuw onder meer in Sevilla bouwde, maar kregen een andere functie. De oudste torens van Teruel, die van San Pedro en van de kathedraal, hebben een vierkante basis met een overwelfde doorgang onderaan. Ze dienden als uitkijk- en verdedigingstoren en vrijwel zeker vanaf het begin ook als klokkentoren.

Binnen is het houten plafond het tweede kenmerk. Het artesonado, een plafond van balken en panelen verdeeld in vakken, komt uit de islamitische traditie, net als het geometrische vlechtwerk. Wat erop is geschilderd, is dat niet: de figuren en monsters op het plafond van de kathedraal van Teruel, uit omstreeks 1300, horen bij het gotische repertoire en verschillen volgens ICOMOS niet van wat toen elders in Europa werd gemaakt.

Mudéjar-gebouwen staan vaak op een oudere plek en zijn later aangepast. La Seo in Zaragoza en de collegiale kerk van Calatayud verrezen op de plaats van een moskee, en de toren van San Pablo in Zaragoza kreeg renaissance-elementen en een barokke spits. Een gebouw is daardoor zelden zuiver mudéjar.

Teruel en Zaragoza: het erfgoed van Aragón

Aragón geldt volgens ICOMOS als de streek waar deze kunst haar hoogtepunt bereikte. Het werelderfgoed Mudéjar Architecture of Aragon telt tien monumenten: vier in Teruel, die in 1986 werden erkend, en zes in de provincie Zaragoza, die in 2001 volgden. Het eerste voorstel voor die uitbreiding noemde 157 locaties. Na overleg met ICOMOS bleven er zes over, die samen de verschillende soorten gebouwen en periodes laten zien.

In Teruel stammen de torens van San Pedro en de kathedraal waarschijnlijk van vóór 1258, die van San Salvador van omstreeks 1277 en die van San Martín van vóór 1315 of 1316. Alle vier hebben een eigen decoratie van keramiek, uitstekend vlechtwerk en elkaar kruisende bogen. In Zaragoza begon de Aljafería in de elfde eeuw als islamitisch koningspaleis en werd later de residentie van christelijke koningen.

De tien mudéjar-monumenten van Aragón op de Werelderfgoedlijst
Plaats Monument Periode Wat opvalt
Teruel Torens van San Pedro, San Martín, El Salvador en de kathedraal, met het kathedraalplafond 13e tot begin 14e eeuw Torens met keramiek en baksteenreliëf, een beschilderd houten plafond
Zaragoza La Aljafería 11e eeuw, mudéjar-fase 14e en 15e eeuw Islamitisch paleis dat christelijke residentie werd, kapel van San Martín
Zaragoza La Seo del Salvador 14e tot 16e eeuw Gebouwd op een moskee, apsissen van baksteen en keramiek
Zaragoza Kerk van San Pablo 13e en 14e eeuw Toren van Almohadisch type op een achthoekige basis
Calatayud Collegiale kerk Santa María 14e tot 16e eeuw Achthoekige toren en een grote mudéjar-kloostergang
Cervera de la Cañada Kerk van Santa Tecla Eind 14e tot begin 15e eeuw Beschilderde houten plafonds in het koor
Tobed Kerk van Santa María Tweede helft 14e eeuw Gesneden en beschilderde plafonds

Bron: ICOMOS-evaluatie Mudéjar of Aragon, UNESCO

Sevilla: een koning bouwt in islamitische vormen

Mudéjar is ook te zien buiten Aragón. Volgens het Spaanse nominatiedossier voor UNESCO verspreidden de bouwtechnieken zich zelfs naar de Canarische Eilanden en Latijns-Amerika. In Sevilla werd het Real Alcázar na de christelijke verovering van 1248 en 1249 een koninklijke residentie, en Alfonso X liet er een gotisch paleis bouwen. Pedro I koos in het midden van de veertiende eeuw voor iets anders: een paleis in islamitische vormen dat volgens de beheerder, het Patronato, mediterrane opvattingen over Arabische esthetiek nieuw leven inblies, in een tijd dat al-Andalus al onder de Castiliaanse kroon viel.

De Casa de Pilatos, rond 1483 begonnen door de markies van Tarifa, combineert laatgotiek, mudéjar en Italiaanse renaissance. Het tegelwerk dat de gebroeders Pulido in de jaren dertig van de zestiende eeuw maakten, beslaat volgens de eigenaars, de familie Medinaceli, meer dan 1.200 vierkante meter.

Samenleven en uitsluiten

Het Spaanse dossier voor de uitbreiding presenteert de stijl als bewijs dat christenen, moslims en joden eeuwenlang vreedzaam samenleefden. De beoordeling van ICOMOS zelf tekent een ingewikkelder beeld. In Teruel gebeurde de moord op en verdrijving van de Sefardische joden in 1486, wat volgens het rapport het verval van de stad inluidde, en in 1502 verdween de laatste privémoskee. In de zestiende eeuw, tussen 1502 en 1526, werden de mudéjares gedwongen zich te laten dopen, en de nieuwe christenen, de moriscos, werden in 1609 en 1610 verdreven.

Dezelfde steden, andere kunst

Mudéjar maakt deel uit van steden met meer lagen. Toledo is een van de steden waar volgens ICOMOS mudéjar ontstond, en het was ook de stad waar El Greco woonde en werkte. Francisco Goya groeide op in Zaragoza, de stad van La Seo en San Pablo, en Diego Velázquez werd in Sevilla geboren. In Toledo, Zaragoza en Sevilla ligt mudéjar zo naast kunst uit latere eeuwen. De bredere context staat bij de Spaanse cultuur.

Veelgestelde vragen

Is de Alhambra mudéjar?

Nee. De Alhambra werd gebouwd door de Nasriden, de islamitische dynastie van Granada, die in 1238 het hof naar de Alhambra verplaatste. Het complex bloeide vooral in de veertiende eeuw. Granada viel in 1492 aan de Katholieke Koningen. Mudéjar noemt men bouwwerken die na een christelijke herovering zijn gemaakt, zoals het paleis van Pedro I in Sevilla, dat islamitische vormen gebruikt maar in opdracht van een christelijke koning verrees.

Wie bouwde mudéjar-gebouwen, en voor wie?

In Aragón waren de meeste meesterbouwers volgens ICOMOS moslims. De opdrachtgevers waren christenen: koningen als Pedro IV, die in de veertiende eeuw de kapel van San Martín in de Aljafería liet bouwen met een poort van open baksteenwerk, militaire orden die versterkte kerken lieten neerzetten, en edelen als de markies van Tarifa in Sevilla. Mudéjar was daar dus vaak het werk van moslimvaklieden in christelijke opdracht.

Bronnen

Verder lezen

Verwante onderwerpen

Cultuur · Kunst

Antoni Gaudí

De Catalaanse architect achter de Sagrada Família: zijn bouwmethode, zijn zeven werelderfgoedwerken en wat er nog niet af is.

Cultuur · Kunst

Pablo Picasso

De Spaanse jaren van Picasso, de ontwikkeling van zijn werk en waar het in Spanje te zien is.

Cultuur · Kunst

Salvador Dalí

De surrealist uit Figueres: zijn werkwijze, de kust in zijn schilderijen en waar zijn werk nu te zien is.

Cultuur · Kunst

Kunst en cultuur in Spanje

Een koninklijk besluit uit 1995 verdeelde de Spaanse staatscollectie op het geboortejaar van Picasso.