Op deze pagina
Euskadi, Baskenland en Euskal Herria dekken niet hetzelfde gebied
Baskenland is een autonome gemeenschap van Spanje: een bestuurlijke eenheid met een eigen parlement, een eigen regering en een eigen politiekorps, de Ertzaintza. In het Spaans heet de regio País Vasco, in het Baskisch Euskadi. Ze bestaat uit drie provincies, die hier lurralde historikoak heten, historische gebieden: Bizkaia met Bilbao, Gipuzkoa met San Sebastián en Álava met Vitoria-Gasteiz. Samen beslaan ze ongeveer 7.230 vierkante kilometer. Op de kaart van Spanje ligt het gebied helemaal in het noorden, tussen de Golf van Biskaje en de bovenloop van de Ebro, met de Franse grens aan de oostkant.
De verwarring begint bij een vierde naam. Euskal Herria, letterlijk het land van het Baskisch, is ruimer dan Euskadi: het omvat naast deze drie provincies ook Navarra en drie gebieden in het zuidwesten van Frankrijk. Dat is een taal- en cultuurgebied en geen bestuurslaag, want Navarra is in Spanje een eigen autonome gemeenschap met een eigen regering. Wie in het Nederlands over Baskenland spreekt, bedoelt bijna altijd de Spaanse gemeenschap van drie provincies, en zo staat de regio ook tussen de bestemmingen in Spanje. Ter plaatse valt de staatsgrens nauwelijks op: bij Hondarribia scheidt alleen de monding van de Bidasoa het Spaanse van het Franse deel, en aan beide oevers wordt dezelfde taal gesproken.
De huidige bestuurlijke vorm dateert van 25 oktober 1979, toen het Statuut van Gernika bij referendum werd aangenomen. In dat statuut staat ook het concierto económico, de regeling waarbij de drie provinciebesturen vrijwel alle belastingen zelf innen en daarna een afgesproken bedrag aan de Spaanse staat afdragen. Die afdracht, de cupo, wordt berekend over een aandeel van 6,24 procent in de staatsuitgaven die de gemeenschap niet zelf voor haar rekening neemt; dat percentage is eind 1980 vastgesteld en sindsdien ongewijzigd gebleven. Baskenland en Navarra zijn de enige Spaanse regio's met zo'n eigen belastingstelsel.
Aankomst via Bilbao, Hondarribia of de Franse kant
De grootste luchthaven ligt in Loiu, ongeveer twaalf kilometer ten noorden van Bilbao. De vertrekhal die Santiago Calatrava ontwierp, werd op 19 november 2000 geopend; in 2025 telde de luchthaven ruim zeven miljoen passagiers. Buslijn A3247 van Bizkaibus rijdt vanaf de terminal naar het busstation Termibus in Bilbao, waar de bussen naar de andere steden van de regio vertrekken.
De luchthaven van San Sebastián ligt niet in die stad zelf, maar bij het grensstadje Hondarribia, zo'n twintig kilometer verderop. In 2025 verwerkte die luchthaven bijna 473.000 passagiers, grotendeels op binnenlandse lijnen. Wie in het oosten van Gipuzkoa moet zijn, kan ook op Biarritz landen, net over de grens in Frankrijk. Met de auto rijd je over de kustsnelweg die Irun, San Sebastián en Bilbao met elkaar verbindt.
Bizkaia, Gipuzkoa en Álava vergeleken
De drie provincies verschillen genoeg om de keuze van je uitvalsbasis te bepalen. Bizkaia is de grootste en de meest verstedelijkte: er woont meer dan de helft van alle inwoners van de regio. Gipuzkoa is kleiner en bergachtiger en ligt het dichtst bij Frankrijk. Álava is de enige provincie zonder kust en ligt achter de bergen, op een hoogvlakte en in het dal van de Ebro.
Bizkaia draait om Bilbao en om de riviermonding waaraan de stad ligt, de ría van de Nervión. Langs dat water stonden tot in de jaren tachtig hoogovens, scheepswerven en staalfabrieken, waarvan het meeste inmiddels is verdwenen. De kust ten noorden en oosten van de stad is hoog en gekarteld, met stranden in de inhammen daartussen en verderop de beschermde riviermonding van Urdaibai.
Gipuzkoa is de kleinste van de drie en tegelijk de provincie waar het Baskisch het sterkst staat. De kust bestaat uit korte baaien tussen steile koppen, met vissersplaatsen als Getaria, Mutriku en Zumaia, en met San Sebastián in de ruimste baai. Die stad werd in de negentiende eeuw een zomerverblijf voor het Spaanse hof, en uit die periode stammen de promenade en de balustrades langs de halfronde baai van La Concha. Landinwaarts lopen de dalen snel op naar het massief Aizkorri-Aratz, waar de Aitxuri met 1.551 meter het hoogste punt van Baskenland vormt.
Álava is de provincie van het binnenland. In Vitoria-Gasteiz, op 539 meter hoogte, zetelen het Baskische parlement en de regering, waarmee de stad feitelijk de hoofdstad is, al wijst het statuut geen hoofdstad aan. In het zuiden van de provincie, aan de Ebro, ligt de Rioja Alavesa: het deel van het wijngebied Rioja dat binnen Baskenland valt.
| Provincie | Hoofdstad | Inwoners op 1 januari 2025 | Landschap |
|---|---|---|---|
| Bizkaia (Vizcaya) | Bilbao | 1.155.733 | Riviermonding, haven en een steile kust met inhammen |
| Gipuzkoa (Guipúzcoa) | San Sebastián (Donostia) | 724.797 | Korte baaien, vissersplaatsen en bergdalen |
| Álava (Araba) | Vitoria-Gasteiz | 337.680 | Hoogvlakte op ruim 500 meter en het dal van de Ebro |
Bron: Eustat, bevolking per historisch gebied op 1 januari 2025
Waarom het aan de kust natter is dan in Vitoria-Gasteiz
Baskenland hoort bij wat in Spanje España Verde heet, het groene noorden. De lucht komt hier van de Atlantische Oceaan en loopt vrijwel meteen tegen de Cantabrische bergen op; bij het stijgen koelt die lucht af en valt de neerslag. De regen is over het hele jaar verdeeld en niet geconcentreerd in een nat seizoen. In juli en augustus valt er minder dan in november, maar droog zijn die maanden niet.
Álava ligt aan de andere kant van diezelfde bergen, in het stroomgebied van de Ebro. De lucht die daar aankomt heeft het grootste deel van zijn vocht al verloren, en de hoogte van ruim vijfhonderd meter maakt de winters kouder. Vitoria-Gasteiz krijgt daardoor ongeveer de helft van de neerslag van San Sebastián en is gemiddeld bijna twee graden koeler.
De tabel hieronder zet drie meetstations in Baskenland naast één aan de Middellandse Zee. Alle vier de reeksen komen van hetzelfde instituut en gaan over dezelfde periode, zodat de getallen vergelijkbaar zijn. Wie de Spaanse kusten aan de Middellandse Zee kent, ziet dat er in San Sebastián bijna vijf keer zoveel neerslag valt als in Alicante, verdeeld over bijna vier keer zoveel dagen. Dit zijn langjarige gemiddelden over 1981 tot 2010 en geen verwachting voor een losse reisdag; maand voor maand staan de cijfers op de pagina over het weer en klimaat in Baskenland.
| Meetstation | Gemiddelde jaartemperatuur | Neerslag per jaar | Dagen met minstens 1 mm neerslag |
|---|---|---|---|
| San Sebastián, Igeldo | 13,5 °C | 1.507 mm | 141 |
| Bilbao, luchthaven | 14,7 °C | 1.134 mm | 124 |
| Vitoria-Gasteiz, Foronda-Txokiza | 11,7 °C | 742 mm | 99 |
| Alicante, ter vergelijking | 18,3 °C | 311 mm | 38 |
Bron: AEMET, klimatologische normaalwaarden per meetstation
Het Baskisch en wat je er als bezoeker van merkt
Het Baskisch, in de eigen taal euskara, is sinds het Statuut van Gernika naast het Spaans officiële taal in de regio. Taalkundig staat het alleen: er is geen verwantschap aangetoond met het Spaans, het Frans of welke andere levende taal ook, en het geldt als de enige overgebleven taal van West-Europa van vóór de komst van de Indo-Europese talen. Veel plaatsen hebben daarom twee namen. San Sebastián heet in het Baskisch Donostia, Vitoria heet Gasteiz, en op verkeersborden staan de twee vormen meestal onder elkaar.
Hoeveel mensen de taal kennen, wordt om de vijf jaar gemeten. Volgens de zevende sociolinguïstische enquête van de Baskische regering, gehouden in het najaar van 2021, is 36,2 procent van de inwoners van zestien jaar en ouder tweetalig, verstaat 18,6 procent het Baskisch wel maar spreekt het niet vlot, en spreekt 45,3 procent alleen Spaans. Dertig jaar eerder, in 1991, was 24,1 procent tweetalig. De groei zit bij de jongeren: van de zestien- tot vierentwintigjarigen kent nu 74,5 procent de taal, tegen 25 procent in 1991, en bijna de helft van die jonge sprekers leerde het Baskisch niet thuis maar op school of op een taalschool.
Tussen de provincies lopen de cijfers sterk uiteen. In Gipuzkoa is 51,8 procent van de inwoners tweetalig, in Bizkaia 30,6 procent en in Álava 22,4 procent. Kennen en gebruiken zijn bovendien niet hetzelfde. Van alle inwoners gebruikt 22 procent het Baskisch even vaak als of vaker dan het Spaans; in Gipuzkoa is dat 40,8 procent, in Bizkaia 14,5 procent en in Álava 7,8 procent. Dat verschil in gebruik is hoorbaar: in de dorpen in het binnenland van Gipuzkoa is het Baskisch de taal op straat, terwijl je het in het centrum van Vitoria-Gasteiz veel minder hoort.
Om rond te reizen heb je de taal niet nodig. Het Spaans is in de hele regio officieel en vrijwel iedereen spreekt het, ook de tweetalige inwoners; in hotels en restaurants van de twee grote steden kun je meestal in het Engels terecht. Wel kom je woorden tegen die niet uit het Spaans komen: kaixo voor hallo, eskerrik asko voor dank je wel en kalea op straatnaambordjes waar elders in Spanje calle staat.
Van staalindustrie naar het Guggenheim
Bilbao was ruim een eeuw lang een industriestad. Aan de Nervión stonden hoogovens, scheepswerven en staalfabrieken, en de rivier was zwaar vervuild. Toen die industrie in de jaren tachtig instortte, liep de werkloosheid op en kwamen hele oevers braak te liggen.
Het Guggenheim Museum Bilbao van architect Frank Gehry opende in oktober 1997 op zo'n leeggekomen kade. Het gebouw geldt sindsdien als het standaardvoorbeeld van stadsvernieuwing door cultuur. Het museum ontving in 2025 1.305.003 bezoekers, van wie 69 procent uit het buitenland kwam, vooral uit Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. In zijn eigen jaarbalans becijfert het museum de bijdrage van die bezoeken aan het Baskische bruto binnenlands product op 676,7 miljoen euro over dat jaar.
Dat bedrag komt van het museum zelf en niet uit een onafhankelijke meting. Het museum stond bovendien niet op zichzelf: in dezelfde jaren kreeg Bilbao een metro, werd de Nervión gesaneerd en werd het oude havengebied Abandoibarra opnieuw bebouwd. In vergelijking met andere steden in Spanje trekt Bilbao bezoekers vooral om architectuur van de laatste dertig jaar.
Gernika: de eik, het bombardement en het schilderij
Gernika, in het Spaans Guernica, is voor Baskenland geen gewone plaats. In de Casa de Juntas vergadert de Juntas Generales, het hoogste bestuursorgaan van Bizkaia, in een neoclassicistisch gebouw dat tussen 1826 en 1833 werd opgetrokken. Ernaast staat een eik. Onder die boom kwamen de afgevaardigden vroeger bijeen, en er werd gezworen de fueros te eerbiedigen, de oude eigen rechten van het gebied. De eik die er nu staat is niet de oorspronkelijke: hij werd in 2015 geplant, als opvolger van een boom uit 2004, en die was op zijn beurt een nakomeling van de eik die van 1860 tot 2004 op die plek groeide.
Op 26 april 1937, tijdens de Spaanse Burgeroorlog, werd Gernika gebombardeerd door de Duitse Legión Cóndor en de Italiaanse Aviazione Legionaria, die aan de kant van Franco vochten. De aanval begon in de namiddag en duurde ruim drie uur. De architect die de wederopbouw leidde, rapporteerde dat 271 van de 318 gebouwen volledig verwoest waren.
Hoeveel mensen omkwamen, is nooit vastgesteld, en de schattingen liggen ver uit elkaar. De Baskische regering van destijds noemde 1.654 doden; onderzoekers die later de registers van begraafplaats en ziekenhuis natelden, kwamen op 126; recenter onderzoek komt uit tussen enkele honderden en ongeveer tweeduizend. Dat de getallen zo uiteenlopen heeft praktische oorzaken: archieven zijn tijdens en na de oorlog vernietigd, en beide partijen hadden er belang bij het aantal hoger of juist lager voor te stellen. Het Vredesmuseum in het stadje documenteert zowel de aanval als die discussie.
Het schilderij Guernica van Picasso hangt niet in Gernika. Hij maakte het tussen 1 mei en 4 juni 1937 in Parijs, in opdracht voor het Spaanse paviljoen op de wereldtentoonstelling van dat jaar, nadat hij foto's van de verwoesting in de Franse pers had gezien. Het doek meet 349,3 bij 776,6 centimeter. Picasso gaf het in bewaring aan het Museum of Modern Art in New York zolang Spanje geen democratie was; in 1981 kwam het alsnog naar Spanje, en sindsdien hangt het in het Museo Reina Sofía in Madrid.
Pintxos, txakoli en het vaste menu van de sidrería
Een pintxo is een kleine portie die op de bar ligt uitgestald, vaak op een sneetje brood en bij elkaar gehouden met een stokje. Je kiest er een, rekent per stuk af en loopt door naar het volgende café. In sommige streken van Spanje hoort bij een drankje een gratis tapa; in Baskenland is dat ongebruikelijk en heeft een pintxo een eigen prijs. In de oude kernen van Bilbao en San Sebastián staan de pintxobars op een rij, zodat een avondmaaltijd uit vier of vijf tussenstops kan bestaan.
De streek staat ook bekend om haar restaurants. In Baskenland houden vier zaken drie Michelinsterren: Arzak en Akelaŕe in San Sebastián, Martín Berasategui in het naburige Lasarte-Oria en Azurmendi in Larrabetzu bij Bilbao. Zulke onderscheidingen wisselen per editie van de gids, dus controleer de actuele stand voordat je maanden vooruit reserveert.
Txakoli is de witte wijn van de kust: licht, fris en met stevige zuren. De herkomstbenaming Getariako Txakolina bestaat sinds 1989 en is in 2007 uitgebreid tot heel Gipuzkoa. Er worden twee eigen druivenrassen gebruikt: Hondarrabi Zuri voor de witte wijn en Hondarrabi Beltza voor de rode. Het gebied telt ongeveer 446 hectare wijngaard, waarvan negentig procent dicht bij zee ligt; rond Getaria liggen de percelen op hellingen vlak boven het water.
De sagardotegi of sidrería is het ciderhuis, vooral te vinden in Gipuzkoa. Zulke huizen zijn ontstaan doordat kopers langskwamen om uit de vaten te proeven en hun eten zelf meebrachten; daaruit is het vaste menu gegroeid dat er nog steeds op tafel komt: een omelet van bacalao, gebakken bacalao met pepers, een gegrilde runderkotelet en als nagerecht Idiazábal-kaas met kweepeer en walnoten. De beschermde aanduiding Euskal Sagardoa, voor cider van uitsluitend inheemse appels, telt 48 aangesloten ciderhuizen en meer dan 270 appeltelers.
Langs de kust: flysch, stranden en vissersplaatsen
De kust van Gipuzkoa en Bizkaia bestaat voor het grootste deel uit kliffen, met stranden in de inhammen daartussen. Het opvallendste stuk ligt bij Deba, Zumaia en Mutriku, de drie gemeenten van Geoparkea. Dat gebied van 89 vierkante kilometer trad in 2010 toe tot het Europese geoparkennetwerk en staat nu op de lijst van UNESCO Global Geoparks. Over dertien kilometer kust staan hier de gesteentelagen schuin overeind in de klif: afwisselend harde en zachte banken, flysch genoemd, die samen meer dan zestig miljoen jaar aardgeschiedenis tonen. Er lopen gemarkeerde routes langs de rand, en vanuit de drie dorpen worden wandelingen en boottochten langs de voet van de kliffen georganiseerd.
Zarautz heeft met 2,8 kilometer het langste strand van Baskenland en is ook een van de bekendste surfplekken van de noordkust. Verder naar het westen is de golf bij Mundaka bekender: een naar links brekende golf in de monding van de ría die tot vierhonderd meter lang kan worden, en waar van 1998 tot 2009 een wedstrijd uit de professionele wereldtour werd gehouden. Hoe goed die golf loopt, hangt af van de zandbank in de monding, en die verschuift.
Zwemmen gaat hier anders dan aan de Middellandse Zee. Het getijverschil op de Golf van Biskaje is groot, zodat een breed strand bij hoogwater flink smaller wordt, en de branding is sterker. Wie de bekendste stranden van Spanje aan de zuid- en oostkust gewend is, houdt daar het beste rekening mee en let op de vlaggen en de getijtabel.
Rond de monding bij Mundaka ligt Urdaibai, sinds 1984 biosfeerreservaat van UNESCO. Het gebied beslaat ongeveer 22.000 hectare en telt volgens de Baskische regering 729 diersoorten, 821 plantensoorten, 86 habitats en 52 plekken van geologisch belang; sinds 1993 staat het ook als Ramsar-wetland geregistreerd. Een biosfeerreservaat is geen afgesloten natuurgebied: de status sluit dorpen, landbouw en visserij binnen de grenzen juist in. Dat is een andere vorm van bescherming dan die van de nationale parken van Spanje.
Getaria, tussen Zarautz en Zumaia, is een vissersplaats van nog geen drieduizend inwoners waar twee bekende Spanjaarden vandaan komen. Juan Sebastián Elcano werd er geboren en bracht in 1522 het schip terug dat als eerste om de wereld voer, nadat Magalhães onderweg was omgekomen. Cristóbal Balenciaga kwam er in 1895 ter wereld; sinds 2011 staat in zijn geboorteplaats het Cristóbal Balenciaga Museoa. Boven het dorp ligt de Monte San Antón, een voormalig eiland dat sinds de vijftiende eeuw met een zandrug aan de kust vastzit en om zijn silhouet el ratón, de muis, wordt genoemd.
Rondreizen met het smalspoor en de auto
Het gebied is klein genoeg om vanuit één plaats te verkennen. Euskotren onderhoudt een smalspoornet van ruim 182 kilometer met 86 stations, op een spoorbreedte van één meter en dus smaller dan het Spaanse hoofdspoornet. Lijn E4 verbindt Bilbao met San Sebastián via het binnenland van Gipuzkoa; lijn E2, plaatselijk bekend als de Topo, rijdt van San Sebastián door naar Hendaye in Frankrijk. In 2025 maakten ongeveer 34 miljoen reizigers gebruik van het net.
Voor de bergen en het binnenland is een auto praktischer. De wegen in Gipuzkoa en Bizkaia zijn bochtig en de dorpen liggen in dalen, zodat afstanden op de kaart korter lijken dan ze in reistijd zijn. In de steden geldt het omgekeerde: Bilbao heeft metro, tram en bus, en parkeren in de oude kernen kost moeite.
Juli en augustus zijn in heel Spanje de drukste reismaanden, en Baskenland is in die periode ook bij Spaanse gasten in trek. In mei, juni en september is het er rustiger. Regenkleding is in elk seizoen zinvol, want de neerslag is hier over het hele jaar verdeeld. De steden, de musea, de sidrerías en de wandelroutes langs de kliffen zijn ook op een grijze dag goed te doen.
Baskische en Spaanse plaatsnamen staan door elkaar op borden, kaarten en dienstregelingen. Donostia en San Sebastián zijn dezelfde stad, net als Gasteiz en Vitoria, Gernika en Guernica, Hondarribia en Fuenterrabía, en Bizkaia en Vizcaya. Zoek je een verbinding of een accommodatie, probeer dan beide vormen: sommige vervoerders en gemeenten voeren alleen de Baskische naam.
Plaatsen en bezienswaardigheden
- Getaria · Baskisch vissersdorp op een landtong, bekend om gegrilde vis, txakoli en de namen Elcano en Balenciaga.
- Zarautz · Badplaats in Gipuzkoa met een strand van 2,5 kilometer, surfscholen, een Renaissancepaleis en een station aan de kustlijn.
- Hondarribia · Een ommuurde Baskische grensstad aan de Bidasoa, met een vissersbuurt onder de vestingwerken en Hendaye aan de overkant.
- Guernica · Baskisch stadje in Urdaibai met de eik van Bizkaia, de Casa de Juntas en het Gernika Vredesmuseum.
- Vitoria-Gasteiz · Een binnenlandse Baskische hoofdstad met een groene gordel van parken, een middeleeuwse kern en een kathedraal die bezoekers laat meekijken met de restauratie.
Benieuwd naar de temperaturen per maand? Bekijk weer en klimaat in baskenland met de volledige klimaattabel.
Veelgestelde vragen
Heb je Baskisch nodig om in Baskenland rond te reizen?
Nee. Het Spaans is in de hele regio officieel en wordt door vrijwel iedereen gesproken, ook door de ruim een derde van de inwoners die daarnaast Baskisch spreekt. In hotels en restaurants van de grote steden kun je meestal ook in het Engels terecht. Lastiger zijn de plaatsnamen: borden, kaarten en dienstregelingen wisselen tussen de Baskische en de Spaanse vorm, dus noteer van je bestemming allebei de namen voordat je vertrekt.
Is Baskenland geschikt voor een strandvakantie?
Zwemmen kan, maar de voorwaarden verschillen van die aan de Middellandse Zee. De Atlantische kust heeft een duidelijk getij, een sterkere branding en meer regendagen: San Sebastián telt gemiddeld 141 dagen per jaar met minstens één millimeter neerslag, tegen 38 in Alicante. Voor een vakantie die om zon en strand draait, liggen de zuidoostkust en de Spaanse eilanden meer voor de hand. Is het strand een onderdeel van een rondreis, dan heb je hier kust, steden en bergen dicht bij elkaar.
Hangt het schilderij Guernica van Picasso in Gernika?
Nee, het hangt in het Museo Reina Sofía in Madrid. Picasso schilderde het in 1937 in Parijs voor het Spaanse paviljoen op de wereldtentoonstelling en liet het daarna in bewaring bij het Museum of Modern Art in New York, totdat Spanje weer een democratie zou zijn. In 1981 kwam het doek naar Spanje. In Gernika zelf staat wel het Vredesmuseum, dat de aanval van 26 april 1937 en de nasleep ervan documenteert.
Wat is het verschil tussen een pintxo en een tapa?
Een pintxo is een afzonderlijk gerechtje met een eigen prijs, meestal al klaar op de bar en vaak op een sneetje brood. Je kiest wat je wilt, rekent per stuk af en loopt daarna naar de volgende bar. In een aantal Spaanse streken krijg je bij een drankje een gratis tapa; dat gebruik is in Baskenland ongebruikelijk. De naam verwijst naar het stokje, in het Spaans pincho, dat het geheel op het brood vasthoudt.
Hoeveel dagen heb je nodig voor een eerste bezoek?
Met vier tot vijf dagen zie je Bilbao, San Sebastián en een deel van de kust ertussen zonder te haasten. Het hele gebied is ongeveer 7.230 vierkante kilometer groot, dus je kunt vanuit één hotel werken en met dagtochten de rest doen. Wil je ook het binnenland van Álava, de Rioja Alavesa en de bergen meenemen, reken dan op een week of langer. Voor een weekend is één stad met één uitstapje naar de kust realistischer dan een rondrit langs alles.
Bronnen
- Eustat, persbericht bevolkingscijfers Baskenland 1 januari 2025 · Inwonertal van de regio en van de drie historische gebieden · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Baskische regering, VII Encuesta Sociolingüística 2021, samenvattend rapport · Kennis en gebruik van het Baskisch per leeftijdsgroep en per provincie · geraadpleegd 5 oktober 2026
- AEMET, klimatologische normaalwaarden per meetstation · Jaargemiddelden 1981 tot 2010 voor Igeldo, Bilbao luchthaven, Foronda-Txokiza en Alicante · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Guggenheim Museum Bilbao, jaarcijfers 2025 · Bezoekersaantal, herkomst van de bezoekers en de door het museum berekende economische bijdrage · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Baskische regering, Reserva de la Biosfera de Urdaibai · Jaartal van de UNESCO-status, oppervlakte en aantallen soorten, habitats en geologische plekken · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Turismo Euskadi, Geoparque de la Costa Vasca · Oppervlakte, de drie gemeenten, dertien kilometer klif en de ouderdom van het flysch · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Getariako Txakolina, herkomstbenaming · Erkenning in 1989, uitbreiding in 2007, druivenrassen en beplant areaal · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Euskal Sagardoa, beschermde aanduiding voor Baskische cider · Aantal aangesloten ciderhuizen en appeltelers en de eis van inheemse appels · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Museo Reina Sofía, collectiepagina Guernica · Datering, afmetingen, opdracht voor het Spaanse paviljoen en de terugkeer naar Spanje in 1981 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Gernika Gogoratuz, Vredesmuseum van Gernika · De datum van het bombardement en de documentatie van de gebeurtenis · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Wikipedia (Spaans), Bombardeo de Guernica · Overzicht van de ingezette eenheden, de schade aan de bebouwing en de uiteenlopende schattingen van het aantal doden met de bronnen daarvan · geraadpleegd 5 oktober 2026
- MICHELIN Gids, driesterrenrestaurants in País Vasco · Actuele lijst van restaurants met drie sterren en hun vestigingsplaats · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Europese Commissie, European Green Capital Award · Lijst van winnende steden per jaar, met Vitoria-Gasteiz voor 2012 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Wikipedia (Spaans), Aeropuerto de Bilbao · Ligging in Loiu, bouwjaar van de terminal en het door Aena gepubliceerde passagiersaantal over 2025 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Baskische regering, Estatuto de Gernika en het concierto económico · Werking van de eigen belastinginning en de vaststelling van het aandeel van 6,24 procent · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Wikipedia (Spaans), Aeropuerto de San Sebastián · Ligging bij Hondarribia en het door Aena gepubliceerde passagiersaantal over 2025 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Euskotren, net en lijnen · Lengte van het smalspoornet, aantal stations, spoorbreedte, lijnen E2 en E4 en het reizigersaantal over 2025 · geraadpleegd 5 oktober 2026
- Wikipedia (Spaans), Casa de Juntas de Guernica · Functie van het gebouw, de eed onder de eik en de opeenvolging van de eiken sinds 1860 · geraadpleegd 5 oktober 2026